1

Novila

1

In een prachtig licht hier ver vandaan woonde er een engeltje, genaamd Novila.

Elke morgen spreidde ze haar vleugels en ging op pad om te spelen.
Op pad naar het bos der draadjes.
De duizenden draadjes in het bos glinsterden zo prachtig in het licht van de talloze sterren aan de hemel. Zo onweerstaanbaar mooi dat ze er wel mee moest spelen.

Novila zwiepte en slingerde heen en weer. Van draadje naar draadje, de hele dag lang.
Ze danste, ze gierde en ze brulde van plezier.
Totdat elk van hen knapte en ze neerviel met een zachte klap.
Het was tijd om naar huis te gaan, het spelen was voor vandaag voorbij.
Morgen zou er weer een nieuwe dag zijn, een nieuwe dag om te spelen.
Het bos der draadjes zou weer gevuld zijn.

De glimmende draadjes waarmee ze zo graag speelde waren zijden draadjes, genoemd het leven.
De zijden draadjes van voor haar onbekende personen.
Het leven dat knapte als zij ermee speelde, het leven dat ophield te bestaan.