Nee

Nee

Nee

voel toch vingers

kijk toch teentjes

oogleden van doorschijnend porselein

verfrommeld neusje

blozende wangen

en aan elke kant

onder donshaar dat wel zacht moet zijn

een piepklein parelmoeren oor

 

nee

neem maar mee

snijdt de navelstreng maar door

wanneer ik die nageltjes zie

- het zijn er twintig ik heb ze al geteld

roze als de dageraad en dun als rijstpapier - 

dan denk ik

God

zoiets moois

dat kan alleen nog maar kapot