Bezoek

Bezoek

Bezoek

Een merel vliegt in steeds nauwer kringen naderbij
strijkt neer in mijn tuin en voegt zich bij mij aan tafel.
Ik schenk hem thee in, want wellevendheid past ons
hij gaat gemakkelijk zitten en ontspant zich.
Zijn gouden snavel vangt licht en vonkt en fonkelt.
- Een koekje gaat er wel in, zegt hij waarderend.
Zo zitten we enige tijd bij elkaar, ik weet niets te zeggen
totdat ik bedenk dat hij zich niet voorgesteld heeft.
In gedachten vraag ik beleefd zijn naam, maar het lijkt
of mijn adem stokt in mijn keel, als een visgraat.
Hij glimlacht en zegt, opstaand: - Het is tijd
de schaduwen worden langer en langer, het was mij
een prettig verpozen, en bedenk: mijn naam is kraai.
Hij slaat zijn vleugels uit, een ogenblik lang
hangt hij als een paraplu boven mijn hoofd
dan vliegt hij weg en roept nog over zijn schouder:
- Tot binnenkort! Reken op mij! Maak alles maar klaar!