Kiekeboe! #MicroSpel

#MicroSpel

Kiekeboe! #MicroSpel

Ze hield niet van het kind. Ze wist wel dat het van haar was, althans, ze had het uit haar eigen lijf geboren zien worden. Ze hadden het op haar buik gelegd en ze had gedacht: wat nu? Maar uiteindelijk was ze gewend geraakt aan de aanwezigheid van het kind. Ze verzorgde het kind beter dan zichzelf. Ze verschoonde het, voedde het, legde het in bed. Ze zong niet voor het kind, praatte er niet tegen, dat had toch geen enkele zin?

Wanneer er mensen bij waren, wanneer er naar haar gekeken werd, gaf ze het kind een kusje of trok ze het dichter tegen zich aan. Ze wist wel wat er van haar verwacht werd. Wanneer mensen haar complimenten gaven, dat het zo’n mooi kind was, zo’n lief kind, zo zachtaardig, zo blijmoedig, dan knikte ze instemmend. Ze zullen wel gelijk hebben, dacht ze dan. Zelf vond ze er niet zoveel van; het was een kind. Zo vaak gebeurde het trouwens ook niet dat mensen het kind zagen. Ze bleven meestal binnen, met zijn tweeën, waar zij voor het kind zorgde en niemand voor haar.

Soms speelden ze samen een spel. Ze verstopte zich achter de bank en kwam weer tevoorschijn: kiekeboe! Het spel deed het kind schateren. Soms bleef ze wat langer weg, ging ze even een boodschap doen. Kiekeboe! En de tranen waren alweer opgedroogd, het kind was weer blij. De dag dat ze besloot niet terug te keren, regende het. Gelukkig had ze een paraplu mee.