Kelen

Kelen

Kelen

Kelen
1.
een samenzwering van
dingen: het hoofd draait
tussen telefoon en klok
maar hij belt steeds
met dezelfde vraag

terwijl hij belt verandert
de lijn in wurgkoord:
zijn afgeknelde stem raakt
steeds verder weg,
verdwijnt in gehijg, gekuch,
stikt geleidelijk
net als zijn slachtoffers

zij luistert slechts
met een hoofd vol knarsende kiezen
vraagt allang niets meer.

2.
de kalender als ketting waaruit
elke maand een schakel wegvalt:
uiteindelijk liggen maanden als
schakels op de vloer
terwijl de kalender een gezicht laat zien
dat met de dag verandert
met de aftelling
de omvorming van het gezicht
tot hij haar aankijkt.