Pianospel

Pianospel

Pianospel

De houten traptreden kreunden gepijnigd onder mijn voeten. Terwijl ik langzaam naar boven klom, hield ik mijn adem gespannen in. Mijn ouders mochten niet merken dat ik de woonkamer ontvlucht was. De zwierende dansbeweging waarmee ik mijn kom tomatensoep over de stoffige vloer had geslagen, was voor mijn vader de laatste druppel geweest in zijn woede tegenover de achteloze huishouding van mijn moeder. Alsof ik een moord had gepleegd, was hij uitgebarsten in een genadeloos geschreeuw zodra zijn blik op de rode zee was gevallen. Mijn moeder was verdedigend opgesprongen en ik… ik was gevlucht.

Met een bonkend hart duwde ik de deur naar de hobbykamer open. Het zwarte materiaal van de piano in de hoek van de ruimte was het enige dat nog glom in het muffe huis. Een warm gevoel ontstond in mijn lichaam en ik sloot met een glimlach de deur achter me, zodat de scherpe stemmen van mijn ouders veranderden in een doffe ruis.

Toen ik neerstreek op de pianokruk, klonk er een diepe kraak, die me inspireerde om mijn koude handen op de witte toetsen neer te leggen. Alsof ze een eigen wil hadden, zetten mijn vingers een routinebeweging in, zodat er een betoverend spel uit de piano opwelde. Van een langzame nocturne vloeiden de klanken over in een wilde sonate, steeds feller, steeds sneller, steeds luider.

Een gil.

Mijn handen bevroren en bleven boven de toetsen hangen. Het geluid van de stemmen was uitgestorven.

Een knal.

Stilte.