Bezoekuur

Bezoekuur

Bezoekuur

Het was vlak voor tweeën. Iedereen zat klaar. Mevrouw K. schuifelde achter haar rollator verdwaasd wat heen en weer door de zaal, meneer T. hing voorover in zijn stoel en mompelde niet te verstane woorden, een groep van vier zat aan tafel met speelkaarten in de hand zonder dat iemand van hen scheen te begrijpen welk spel ze speelden.

Daar was de familie al. Verveeld als elke zondag namen ze plaats bij hun vader of moeder en zaten ze het uur uit. Er werd bijna geen woord gewisseld. De meegekomen kinderen speelden het hele uur met hun mobiel. Tringggg. Drie uur! Het bezoekuur was ten einde. Haastig drukten de familieleden een vluchtige kus op een gerimpelde wang, gaven een slappe hand, en weg waren ze.

Een zucht van verlichting trok door de zaal. Mevrouw K. gooide de rollator in een hoek. Meneer T. strekte zijn benen, ging achterover in zijn stoel hangen en stak een sigaartje op. De vier aan de tafel schudden de kaarten en zetten het pokerspel voort waar ze sinds de ochtend al mee bezig waren. Ze speelden om grof geld. Er klonk muziek. Een van de bewoners had een lp met vrolijke liedjes van vroeger opgezet. Er gingen voetjes van de vloer. De bar opende en de eerste borrels werden geschonken.

Het was altijd een kwestie van doorbijten, dat taaie bezoekuur. Maar de beloning was groot: het genoegen te weten dat zij die hen hadden opgeborgen er iedere week een uur een kleine hel beleefden.