Op vakantie

Survival #KoboTalent

Op vakantie

‘Wendy, wat doen we hier?’ bracht Tara uit.
Haar vriendin boog zich vanaf de passagiersstoel naar achteren en stak haar tong uit.
‘Verrassing, weet je nog?’ zei ze. ‘Jullie hadden beloofd er niet over te zeuren totdat we er waren.’
‘Ja,’ protesteerde Hanna, ‘maar we zijn nu ergens in de middle-of-nowhere. Weet je zeker dat je vader de goede kant op rijdt?’
De betreffende vader moest lachen, maar ging er verder niet op in. Tara probeerde het te laten rusten. Haar beste vriendin Wendy was maanden bezig geweest met deze verrassingsvakantie. Zoiets deed ze wel vaker. Ze zouden zeker een week op stap zijn, misschien wel langer. Ze had haar kaken stijf op elkaar gehouden. Ze moesten haar maar gewoon vertrouwen en geduld hebben. Tara kon dat nog wel opbrengen, maar Hanna? Nee. Niet nadat ze de tip had gekregen om geen nette kleren mee te nemen. Om eerlijk te zijn was Hanna nogal een ijdeltuit. Zonder spiegel en make-updoos kon ze de deur niet uit. Tara had eigenlijk een grap willen maken over viezigheid, maar dat had ze voor zich gehouden. Ze wist dat Hanna geen gevoel voor humor had.
In plaats daarvan keek ze Ginny aan, die samenzweerderig naar haar knipoogde. Ginny was waarschijnlijk de enige die op Hanna in kon praten als ze over haar toeren was. Tara hoopte dat dat niet nodig was, dat Wendy slim genoeg was geweest om ook met iemand als Hanna rekening te houden. Ze wilde nog weleens vergeten dat ze alle vier totaal verschillend waren.
Ze staarde dromerig naar buiten. Het was volop zomer en hoewel de vakanties die haar vriendin organiseerde, altijd supergezellig waren, had ze deze keer liever thuisgebleven, om leuke dingen te doen in de stad. Het was nog maar net een paar dagen aan met Onno. Ze had maanden stiekem naar hem gekeken tijdens de les en in de pauzes en het was voor haar een hele overwinning dat het haar gelukt was om hem een keertje uit te vragen. Ze wist dat hij het helemaal niet leuk vond dat ze nu meteen weg ging, zonder hem, maar ja, Wendy had die vakantie al weken terug geregeld. Ze kon moeilijk haar vriendinnen in de steek laten. Vooral Ginny zou woedend geweest zijn als ze had gezegd dat ze niet meeging; die had altijd al een hekel aan haar vriendje gehad.
Het moest een hele ongewone vakantie zijn. Het lijstje met dingen die ze mee hadden moeten nemen, was niet zo lang geweest. Wendy had gezegd dat zij voor het merendeel van de bagage zou zorgen en dat hadden ze die ochtend geweten. De kofferbak van haar vaders auto zat zo vol dat de spullen van de vriendinnen er nauwelijks bij pasten. Er waren heel veel tassen met eten, grote flessen water, matjes en zelfs een tent. Tara had bij een eerste blik al gezien dat ze gingen kamperen. Hanna had er nog geen opmerking over gemaakt; die was waarschijnlijk te nerveus om te zien wat haar boven het hoofd hing.
Uiteindelijk waren ze ruim een halfuur te laat vertrokken. Dat was ook geen verrassing. Wendy kon zo opgaan in het plannen van haar verrassingen, dat ze de tijd helemaal kon vergeten. Gelukkig waren haar vakanties altijd een hit.
Tara keek naar het landschap dat aan hen voorbijtrok. Hanna had gelijk: ze waren echt in niemandsland. De snelweg hadden ze al een tijdje achter zich gelaten en ze doorkruisten nu allerlei dorpjes. Ook die werden steeds zeldzamer.
‘Relax,’ riep Wendy richting de achterbank, naar niemand in het bijzonder, ‘het wordt een onvergetelijke week!


Ze moesten al een uur of twee gereden hebben, toen Wendy’s vader ergens in het bos stopte, op een hobbelig zandpad, vlak naast een houten slagboom, die schuin langs de berm was gesleept. Tara had aan het begin van de reis de route goed in de gaten gehouden, maar na een tijdje – afgeleid door de twee meiden naast haar of door een liedje op de radio – wist ze totaal niet meer waar ze waren. Het moest ergens op de Veluwe zijn, want ze hadden al een hele tijd in het bos gereden.
‘Wendy, als ik dit goed lees, moeten we ons eerst melden voordat we verder mogen.’
Het meisje knikte en sprong de auto uit. Op een drafje liep ze langs de slagboom en verder het zandpad in. Ze verdween uit het zicht en een tel later kwam er een auto uit de tegenovergestelde richting. De chauffeur, een man ongeveer even oud als Wendy’s vader, stak zijn hand op en reed hen voorbij.
‘Het heeft zeker geen zin om te vragen waar ze heen is’, zei Ginny nuchter.
Wendy’s vader begon te lachen. ‘Dat heb je goed geraden’, antwoordde hij.
Ze hoefden niet lang te wachten. Daar was zijn dochter weer en ze stak haar duim op en gebaarde het pad in. Ze stapte in en haar vader maakte een moeizame bocht het paadje in. Het zand was rul en het ging tergend langzaam, maar toch waren ze al snel op hun bestemming, want na een bocht stonden ze plotseling op een enorme zandvlakte, midden in het bos. Er stonden hier nog meer auto’s geparkeerd en even verderop waren jongeren en volwassenen met bagage aan het slepen. Helemaal in het midden van de zandvlakte stond een grote legertent.
‘Help even met de auto uitladen,’ zei Wendy, ‘dan kan mijn vader ervandoor. We mochten hier alleen maar heel even blijven staan.’
Het was sneller gebeurd dan het inladen. Wendy’s vader nam afscheid en verdween weer in het zandpad. Daarna besloten ze het voorbeeld van de anderen te volgen en hun spullen naar een centrale locatie te slepen. Ze realiseerden zich dat ze – vergeleken met de anderen – helemaal niet zoveel bij zich hadden.
Ze werden begroet door een man die uit de legertent kwam gelopen. Hij droeg een korte broek met daarboven een camouflageshirt. Hij glimlachte bijna van oor tot oor toen hij zijn armen spreidde, alsof hij de hele zandvlakte wilde omvatten, en zei: ‘Welkom op survivalkamp!’
Hanna slaakte een kreet en trok wit weg, maar leek verder niet te protesteren. Tara en Ginny keken elkaar aan. Dit was best wel een goed idee. Eigenlijk had Tara zoiets altijd al willen doen.
De man knikte en zei: ‘Dat is waar ook. Er was een groep meiden voor wie het een verrassing was. Bij deze nogmaals: welkom op survivalkamp! De spullen kunnen jullie voorlopig even hier laten staan. Het wordt straks allemaal duidelijk wat de bedoeling is. Als iedereen zich heeft gemeld, is er straks een welkomstpraatje in de grote tent. Het is warm, vergeet niet genoeg te drinken. En als ik jullie was, zou ik een plaatsje gaan zoeken voor jullie tent, nu het nog niet zo druk is.’
Hij wees hen precies aan waar de tenten mochten komen staan – een klein vierkant aan de zijkant van het gebied – en verdween daarna weer in de legertent. Voor een moment bleven ze zwijgend staan. Tara hield haar adem in toen ze van Wendy naar Hanna keek. Gelukkig, het leek erop dat het niet tot een uitbarsting ging komen. Nog niet, tenminste, want ze kende Hanna goed genoeg om te zien dat ze woedend was.
Ze kozen een plek onder een boom. Ze waren hier nog niet zo lang, maar wel lang genoeg om te weten dat de hitte ondraaglijk zou worden. Hier, aan de rand van het bos, ver van de legertent vandaan, was het vast heerlijk kamperen.
Ondertussen kwamen er steeds meer mensen. Dit moest een enorm kamp zijn, want er verrezen meer tentjes dan Tara had verwacht. Ze stonden ook op andere plekken dan hen was aangewezen, dus dat was vast bedoeld zodat niet iedereen op een kluitje ging staan. Iedere groep werd persoonlijk begroet door de man in het camouflageshirt.
Wendy trok de tent uit de hoes en vroeg: ‘Nou, helpen jullie me nog mee of hoe zit dat?’
Tara en Ginny grepen meteen enthousiast een aantal tentstokken beet. Hanna bleef staan. Haar lip trilde een beetje.
Wendy had het door. Ze zei zachtjes: ‘Han, je bent toch niet al te boos? Het is toch een leuke verrassing?’
‘Je had dit me van tevoren moeten zeggen’, zei ze met onvaste stem. ‘Ik vind dit echt een rotstreek! Je weet dat ik dit niet leuk vind!’
‘Hanna...’probeerde Tara te sussen, maar ze schudde haar hoofd en liep met grote passen weg.
‘Waarom flipt ze nou zo?’ klaagde Wendy. ‘Misschien vindt ze het allemaal uiteindelijk wel meevallen. Het was toch een verrassing?’
‘Laat haar maar, Wendy’, zei Ginny. ‘Ze moet even afkoelen. Ze komt echt wel terug. Waar moet ze trouwens heen? Ze zit midden in een bos!’
Tara bracht ertegenin: ‘Je weet heus wel dat dit echt niets voor haar is. Maar je hebt gelijk: als ze niet meer boos is, komt ze weer terug hierheen. En dan moeten we het maar met haar goedmaken.’
Ze besloten hun aandacht maar op de tent te richten. Straks zouden ze haar vast wel weer kunnen opvrolijken.

De boomklevers