Goedkoop is duurkoop

Goedkoop is duurkoop

Goedkoop is duurkoop


Madelief kijkt omlaag naar de geknielde man. Langs haar ontblote rug voelt ze een combinatie van zweet en medelijden glijden. Ze staart naar de glanzende kale knikker die zijn hoofd voorstelt.

  ‘Nou?’ dringt de man aan en hij tilt zijn hoofd op om het antwoord in haar ogen te vinden.

Ze steekt aarzelend haar rechterhand naar voren.

  ‘Ja.’

Met de gretigheid van een jaguar tijdens lunchtijd, grijpt hij haar pols en schuift hij een metalen ring om haar ringvinger.

  ‘Hoe vind je ‘m? Dit is natuurlijk geen echte hoor. Volgende week, of nee...morgen! Ja morgen is beter. Mórgen kom ik de ring van mijn moeder brengen!’

  ‘Hij is prachtig, schatje,’ glimlacht ze.

  'O, godsgloeiende teringzooi, schiet het door haar heen. Aan welke ellende ben ik nu weer begonnen? In een oogwenk heeft de man zijn ondergoed aangetrokken en zijn overhemd dichtgeknoopt.

  ‘Hij is helemaal van goud, die ring van mijn moeder. En bovenop z’n kruin, zit een diamantje van twaalf karaat!

  ‘Da’s niet mis.’

  ‘Nu je mijn vrouw bent, moet je wel stoppen met werken,’ zegt hij streng terwijl hij zijn veters strikt. ‘Ik duld geen concurrentie.’

  ‘Mijn lichaam kent geen loper, noch mijn hart heeft een reservesleutel.’

De man lacht zichtbaar opgelucht, duwt zijn lippen op de hare en trekt de kamerdeur open.

  ‘Vergeet je niet wat, schatje?’

Langzaam draait hij zich om en hij graait in zijn achterzak.

  ‘Ik dacht...nu we verloofd zijn? Je weet wel..?’

  ‘Tot de huwelijksnacht blijft het dertig euro voor een half uurtje.’