Mooie dag

Mooie dag

Mooie dag


Hij reed met zijn fiets de oprit af, een heerlijke zomerdag. Hij zwaaide naar zijn vrouw en kinderen die aan tafel gingen. Dit was de laatste keer nam hij zichzelf voor, vanaf morgen was het klaar.

Het was nu ruim een half jaar geleden dat hij in een depressie raakte, angst en agressie wisselden af met periodes waarin hij helemaal niets voelde. Een groot zwart gat waar hij rustig drie dagen onafgebroken in kon staren, uit bed kwam hij dan niet. Zijn vrouw lag ‘s nachts naast hem, maar hij sprak niet met haar. Als de kinderen wakker werden dan spurtte zij het bed uit, want als hij gestoord werd in zijn ‘niets’ dan werden de demonen in hem wakker. 

Hij ging in therapie en kwam weer uit bed maar de hectiek van drie kinderen aan tafel kon hij niet aan. De demonen werden wakker bij elke ‘lust ik niet’. Daarom besloot zijn vrouw de maaltijden alleen te doen, hij ging even luchten. 

Evenals zwemles, ouderavonden en kinderbedtijdrituelen. Zijn vrouw, zijn heldin, zijn leven lag in haar handen. En op die handen droeg zij het gezin. 

Die avond ging hij na de avondwandeling niet direct naar bed. Hij had bloemen gehaald en liep naar zijn vrouw. Ze zat op de bank in de woonkamer en las een boek. “Schat, ik ben er weer. Nog niet helemaal, maar ik kan weer meedoen.” Ze keek hem aan, hol en leeg. De leegte waar hij maanden in gestaard had, staarde nu naar hem.