Untitled chapter

Vervulde wensen

Untitled chapter

De zon schijnt zonder mededogen op mijn blote armen en een straaltje zweet sijpelt tussen mijn schouderbladen. Ik leun op de schop en kijk vanaf mijn groentetuin in wording naar mijn ouderlijk huis, nu ook het ouderlijk huis van mijn kinderen. Het was altijd al mijn vaders wens dat ik op een dag hier weer zou wonen.
‘Fijn toch schat, dat we de financiering rond hebben gekregen?’ zeg ik tegen de man die een stapel verweerde planken stapelt.
‘Zal je vader het niet erg hebben gevonden, van zijn schuurtje?
‘Ik denk het niet. Hij wilde dat het óns huis zou worden. Dat kreng stond op de zonnigste plaats midden in de tuin.’ Ik recht mijn rug.
‘Hij stond op instorten. Hoe lang stond dat onding er ongeveer?’
’23 jaar en een maand om precies te zijn,’ antwoord ik en hij kijkt mij verbaasd aan.
‘Hij bouwde hem in de week dat mama vertrok.’ Weer zie ik hem, waanzinnig van verdriet, slepen met hout en spijkers. Het werd niet meer beter. Dagen, weken, maanden zat hij avond aan avond in zijn schuurtje. Hij leek te praten, in zichzelf, tegen de muren, tegen de grijze stoeptegels op de vloer.
‘Ik wilde dat ik nog iets tastbaars had van mam,’ verzucht ik weemoedig. Mijn vader deed al haar spullen weg. 
Ik pak de schop op en steek in de donkere aarde.
Ik kniel.
‘Schatje?’
‘Hmm?’
‘Kijk eens.’
‘Wat?’
‘Waar zal dit van zijn?’ Ik houd iets op. Hij kijkt.
‘Dat lijkt…dat ís een sleutelbeen.’