Angst

Angst

Angst

Eindelijk, na zoveel maanden valt hier eindelijk de beloofde regen. Ze hadden evenzeer storm en onweders voorspeld. Ik hou niet van bliksem en al helemaal niet van donder. Als kind al was ik er bang voor. Nu, nu geef ik er echter niet om. Mijn tuintje heeft water nodig en ik wat afkoeling. Vol verwachting staar ik uit het raam. Opeens denk ik eraan… ik heb mijn fiets aan de haag laten staan. Net nu stort de regen naar beneden en heb ik totaal geen zin om mij buiten de deur te begeven. Een lichtflits geeft een mooi beeld van onze voortuin. Zie ik daar iemand? Bij de donder sluit ik zoals gewoonlijk mijn ogen. Opnieuw een flits. Er staat iemand bij onze poort. De straat wordt niet lang genoeg verlicht. Donder, ik sluit mijn ogen weer. Even blijft het nu stil. Enkel de regen stort naar beneden. Ik probeer iets te ontwaren bij de poort. Niets. Een volgende flits. Ik hoor iets bij de deur. Bang waag ik mij ernaar toe. Bij een volgende lichtflits zie ik iemand achter het raampje van de achterdeur. Mijn hart bonst in mijn keel. Gepruts aan het sleutelgat. Ik sluit mijn ogen maar deze keer niet alleen omdat het dondert .

 “Hey, schat, wees niet bang, het gaat wel over. Ik heb je fiets net in het hok gezet.”

Een flits. Nu zie ik hem : mijn held, die voor mij de storm trotseerde. Of voor mijn fiets.