Untitled chapter

Op de Kaap

Untitled chapter

Elke dag lossen en laden 
Van de schepen aan de kade
Betekent niet lullen maar daden 

Meuren dat het doet, niet normaal! Ze ruiken naar het zoute water en dan stappen ze bij ons aan wal. Gebruinde gezichten door de zon, lichte ogen in het verweerde gelaat. Sommige prevelen kort een dankgebedje wanneer ze weer met de voeten op de vaste grond staan. Alsof God er iets mee te maken heeft. Mij niet gezien hoor, je krijgt me met nog geen tien paarden het water op. Ik blijf aan land, in m’n eigen stad. Weet ik zeker wat ik heb. Ik word per stuk betaald. Zwaar werk en hopen dat ik er niet dood bij neerval. Vorige week nog kwam er iemand onder de lading terecht. Nou, die was mooi kassiewijlen. 

Met zeebenen waggelen ze richting walhalla. Als ze niet aan scheurbuik of schipbreuk overlijden dan worden ze wel beetgenomen door de goedkope dames op de Kaap die met jan en alleman het bed induiken. 

De vaart is mijn baan 
Op de kaap meer ik aan
Naar de rosse buurt zal ik gaan 

Het water draagt de muziek naar ons toe, het geschal van de jazztrompettist en gekwetter van de dames van lichte zeden horen we al van heinde en verre.  
Wanneer ik één voet op land heb gezet word ik al aangeschoten door Kaat. Zij is alom bekend. Tante Kaat van de Kaap. Kaat bepaalt bij wie je naar binnen mag, zorgt ervoor dat de dames goed behandeld worden en heeft een zeer scherpe neus. Van verre ruikt Kaat al wie er over geld beschikt; daarbij ziet zij wie het met gemak gaat uitgeven en wie er nog een duwtje in de rug nodig heeft. Met mijn gage stap ik de wereld van het onbezorgde plezier in.

Na weken hard werken aan boord is het verdiend. Een lange tijd op zee met alleen maar mannen. Was ik overgeleverd aan het onstuimige weer, de kapitein en het verschrikkelijke eten in de kombuis. De komende twee dagen onderga ik de grillen van Kaat. Daarna ben ik weer van Marie en zij van mij. 

Seks is van alle tijden 
Is wat ze tegen me zeiden
Kom het halen bij mijn meiden 

Vanochtend stonden de juten weer op de kaap. Direct onrust en een hoop geouwehoer. Dan lijk ik verdomme wel een psycholoog of zo. Moet ik alle zeilen bij zetten om ze bij de les te houden. Hier krijgen ze kansen op een beter leven. Tot die tijd zullen ze moeten werken én hard. Ik ben geboren en getogen op zuid. Wie had ooit gedacht dat ik het zo ver zou schoppen. Het lag niet voor het oprapen maar ik heb het gedaan. Dit is niet voor altijd, een paar jaar nog dan stap ik er echt uit en word ik een chique dame. Zo eentje die theedrinkt uit een porseleinen kopje.

Die mannen van de schepen, die mot ik niet. Ze zijn niet te vertrouwen, goed voor de centen, dat wel. Eén keer is het mij overkomen. Mooie praatjes had hij maar ik sta hier nog steeds. Als ik de schepen zie aankomen wanneer ik op de kade sta, de geur van het water ruik en de wind in mijn haren voel, durf ik even te dromen. Ik ben de baas van de kaap en ga hier nooit meer weg.