Sprong in het duister

Sprong in het duister

Sprong in het duister

Happend naar lucht word ik wakker. Weer die droom dat ik levend begraven word en steeds minder zuurstof binnenkrijg als er aarde op de kist wordt gegooid. Niemand die me hoort schreeuwen en kloppen. Als ik opsta, begin ik te hyperventileren. Ik ga weer zitten op de rand van het bed en probeer mijn adem onder controle te krijgen.
Enigszins gekalmeerd loop ik naar de keuken om koffie te zetten. Dat kan ik nog steeds goed, al dacht mijn baas bij Berries & Beans daar anders over. Dat was de druppel voor Sonja: dat ik kort nadat ik met mijn studie gestopt was, ook nog ontslagen werd. Mijn eigen schuld: ik kwam bijna elke dag te laat en bleef steeds bestellingen verkeerd onthouden. Ze kon niet langer aanzien hoe ik mijn leven verpestte, zei ze toen ik haar vroeg waarom ze onze relatie verbrak.
Ik kijk op mijn telefoon: twintig nieuwe appjes, felicitaties voor mijn drieëntwintigste verjaardag. Ik ga me er niet beter van voelen. Wat wel helpt, is de gedachte dat ik nog maar een paar uur te gaan heb. Vandaag ga ik mezelf verlossen van deze lijdensweg. Een gedenkwaardig leven leiden is niet gelukt, dus nu zet ik alles in op een spectaculaire dood. Ik ga douchen en trek de kleren aan die ik speciaal voor deze dag gekocht heb. Daarna open ik de bovenste la van het ladenblok in m’n slaapkamer. Ik pak mijn Zwitserse zakmes eruit. Het horloge om mijn pols blijft haken achter een ketting. Voorzichtig haal ik hem uit de la: het is de gouden ankerketting die ik op mijn 21e verjaardag van mijn moeder kreeg. Kort daarna is ze overleden… Ik besluit hem om te doen, ik wil m’n moeder dichtbij me hebben vandaag.


Een half uur later trek ik voor het laatst mijn voordeur achter me dicht.
‘Goedemorgen Paul’, zingt mijn buurvrouw Sharita me toe. Ik glimlach beleefd, mompel ‘goedemorgen’ en haast me de straat uit de Beneden Oostzeedijk op. Ik hoop dat ik tijdens de wandeling naar het Park voldoende moed kan verzamelen om mijn daad succesvol uit te voeren. Bij het Oostplein wandel ik de Burgemeester van Walsumweg op. Kort daarna loop ik onder de Kubuswoningen door. Als ik bij de kunstacademie ben, zie ik rechts de Markthal liggen. In een opwelling besluit ik naar binnen te gaan om de ‘Hoorn des Overvloeds’ te bekijken.
Eenmaal binnen richt ik mijn blik meteen omhoog. Ik zie vooral de kolossale aardbei, de citroenen en de vlinders op me afkomen. Dan hoor ik een bekende stem: ‘Hé Paul, wat doe jij hier?’ Ik maak me los van het plafond en kijk in de lachende ogen van Justin.
‘Ik ben onderweg naar een belangrijke afspraak.’
‘Laten we ff bij Le Perron gaan zitten en een taartje eten, je bent tenslotte jarig.’ Ik sputter tegen, maar hij leidt me tussen de toeristen door de bakkerij in. We gaan aan een van de hoge tafels bij de ingang zitten en Justin bestelt twee koffie met appeltaart. Mijn maag draait om. De ketting voelt als een strop om m’n nek, maar ik verberg mijn gevoelens achter een glimlach.
Met pijn in mijn kaken neem ik een half uur later afscheid van Justin. ‘Ik moet nu echt door.’
‘Denk je na over mijn aanbod? Ik zou je echt graag in mijn team hebben. Jij weet hoe je ergens sfeer moet maken en alles op rolletjes kan laten lopen. Zo iemand heb ik echt nodig bij Cocktail.’ Justin kijkt me hoopvol aan.
Ik mompel dat ik erover na zal denken. Ik wil weg en niet met hem praten over wat ik ga doen. Na een ferme handdruk haast ik me langs de Chinese supermarkt, de kookwinkel en de viszaak de Markthal uit.


Ik steek de Blaak weer over, passeer de oude kantoorgebouwen en kom dan bij Plein 1940. Ik loop recht op het beeld van Zadkine af. Ik voel de tranen in mijn ogen prikken. Ik herken mezelf meer dan ooit in de man zonder hart die zijn armen in wanhoop naar boven geheven houdt. Toen Sonja bij me wegging, voelde het alsof mijn hart met grof geweld door een roofvogel uit mijn borstkas gerukt werd. Sindsdien wil ik alleen nog maar een einde maken aan de pijn van die leegte. In mijn binnenzak voel ik het zakmes waarmee ik de touwen zal doorsnijden.
Ik verlaat het plein en vervolg mijn tocht. Tot mijn schrik begint mijn telefoon te trillen; ik had hem toch uitgezet?! Nu wil ik weten wie het is. Op het schermpje zie ik de foto van Simon. Bijna laat ik mijn telefoon vallen. Ik heb mijn neef uit Sydney al twee jaar niet gesproken. Na mama’s dood zou ik een half jaar naar hem toegaan, maar toen ontmoette ik Sonja… Had hij maar eerder gebeld. Ik zet mijn telefoon uit en loop verder richting Parklaan. Het is te laat voor een andere afslag.


Aan het einde van de Parklaan steek ik over en wandel het Park in. Al snel kom ik een mediterraan uitziende man tegen. Hij ziet er redelijk goedgekleed en verzorgd uit, maar heeft behoorlijk wat gedronken aan zijn onvaste loopje te zien.
‘Buongiorno signore, it’s a beautiful day today!’
We blijven allebei staan. Ik kijk hem van onder mijn wimpers aan. ‘It’s my last day’, stamel ik.
Hij kijkt me onderzoekend aan en zegt dan: ‘You’ve only got one life, remember that!’
‘I screwed up, I want to end the pain’, zeg ik zacht.
De man kijkt me recht in mijn ogen. ‘Take a chance on life, when it doesn’t get better you can still kill yourself later’. Hij knipoogt naar me en zigzagt dan weer verder.
Ik blijf in verwarring achter. Moet ik het leven nog een kans geven? Maar hoe dan?! Nee, ik moet doorzetten. Ik zet koers naar de Euromast.


Binnengekomen meld ik me bij de balie: ‘Ik heb een tegoedbon voor abseilen voor twee personen. Mijn vriendin kon niet meekomen, dus ik ben alleen.’
‘U moet opschieten meneer, de rest van de deelnemers van vanochtend is al boven.’
Ik spring in de lift en stap enkele seconden later het platform op. De instructeur komt lachend op me af: ‘Goedemorgen, heb je er zin in?’ Ik voel het zweet over mijn rug stromen. This is it: mijn laatste avontuur. Ik krijg een tuigje om, een helm op en luister naar de instructies.


Het is zover. Ik stap over de rand, zet af en hang 100 meter boven de stad. Nu zou ik mijn mes uit mijn binnenzak moeten halen en de koorden moeten doorsnijden voor mijn vrije val. Ik verstijf en doe mijn ogen dicht. In mijn hoofd hoor ik ‘You’ve only got one life’. Dan zie ik eerst Justins gezicht en hoor daarna de stem van Simon: ‘Ik mis je, neef!’ Ik reik naar het gouden anker om mijn nek en open mijn ogen. Neerkijkend op Rotterdam voel ik de energie van de stad opstijgen. Ik daal langzaam af in de richting van de groep. Sydney, here I come!