Verloren handschoentje

Verloren Handschoentje

Verloren handschoentje

Ooit hield ik een klein handje warm,

Daarvoor was ik bedoeld.

Nu lig ik in de Rosestraat

En heb me nog nooit zo alleen gevoeld.

 

Waar is mijn partner?

Waar is die hand?

Zouden ze nog terugkomen?

Of ben ik voor altijd op straat beland?

 

Daar lig ik dan,

Dagen en nachten,

Tot mijn grote verbazing

Begin ik naar de wind te smachten.

 

Stel de wind steekt op,

De takken ruisen,

Dan kom ik los

En kijk uit over de huizen.

 

Bij het stijgen

Zal ik eerst nog schreeuwen,

Terwijl ik rondvlieg

Tussen de spreeuwen.

 

Laat me liggen!

Straks komt mijn handje terug!

Ik moet daar blijven!

Laat me los en doe dat vlug!

 

Totdat ik daar fladder

Boven de kolkende Maas.

Ik doe een schietgebedje,

Zo goed kan ik niet zwemmen helaas.

 

Dan komt het weer goed,

Wanneer ik neerstrijk op een raam.

Ik glij erlangs naar beneden,

Zoals Jackie ooit heeft gedaan.

 

De wind voert mij verder.

Ik wil nooit meer landen.

Laat mij elke dag waaien

Langs al die prachtige panden.

 

Als ik dan toch kwijt ben

En mijn partner moet missen,

Laat het dan waaien

Zodat de wind mij weg kan grissen.

 

Over de Markthal

En alle daken,

Opdat ik nooit

Op de straat terug zal geraken.

 

Door de Koopgoot

En voor Centraal Station,

Misschien kort een pauze

Om te rusten op een leeg balkon.

 

Eindigen bij Hotel New York

Op de Wilhelminapier,

Waar ik naar de schepen kan kijken

Met bijzonder veel plezier.

 

Terwijl ik wegdroom,

Word ik door een hand opgepakt

En voordat ik het weet,

In een vuile bak gekwakt.

 

De wind blijft weg

En ik voel alleen iets kouds.

Ik verlang naar mijn partner

En het warme handje als vanouds.

 

Och, was die wind er maar,

Zodat ik daarboven kwam.

Dan kon ik voor altijd genieten

Van die stad Rotterdam.