De komst van ons

Mijn naam is Hassan

De komst van ons

Hoi mijn naam is Hassan. Ik las vroeger veel. Tegenwoordig schrijf ik meer. Lezen doe ik niet veel meer. Althans, geen boeken. Vroeger las ik alle borden langs de weg die ik tegenkwam. Dit doe ik nog steeds wel. Ik heb zelfs twee keer de Kinderboekenweek gewonnen in de lokale bieb.

In 1989 arriveerden mijn ouders samen met mijn broer, broertje en mij in Nederland. Mijn moeder wilde graag naar Engeland. Maar dit lukte niet. Ze had daar gestudeerd. Ze spreekt nog steeds goed Engels. Mijn vader wilde hier, in Nederland, blijven. Vanwege zijn broer.

Vaak herinner ik mij flarden van het verleden. Ik heb best een roerig leven achter de rug. Alhoewel ik niet mag klagen. Eigenlijk mag ik klagen. Er is daar alle reden voor. Maar ik ben eenmaal positief ingesteld. Anders dan de omgeving waarin ik ben opgegroeid. Daarom klaag ik niet. Ik ben ook best moe van alle gebeurtenissen. Ik wil even uitademen. Zucht.

Mijn moeder heeft aan de universiteit van Bagdad gestudeerd. Ze was zo goed, dat ze uitgekozen werd om deel te nemen aan een uitwisselingsprogramma in London en later Dublin. Ze had er zelfs penvriendinnen aan overgehouden. De brieven zijn er nog. Oud en vergeeld. Bijna vergaan. Nu is ze ziek. Komt amper rond van haar uitkering. Ze heeft vier kinderen alleen grootgebracht.

Mijn vader weet ik niet veel over. Hij werkte in Nederland als een loodgieter bij een man genaamd Jan. In Iran trouwde hij met mijn moeder. Mijn moeder wilde eigenlijk niet met hem trouwen. Ze wilde carrière maken. Haar vader ook. Haar moeder wilde dat ze met mijn vader trouwde. Er werd gezegd dat mijn vader een knappe man was.

In Nederland wilde mijn moeder ook carrière maken. Tegen haar werd gezegd dat het teveel geld zou kosten. Dat zij beter thuis kon blijven en van haar uitkering kon genieten. Dit vond zij niet leuk. Zij was verbaasd dat de mensen van de overheid dit tegen haar zeiden.

Dus toen stortte ze zich volledig op het opvoeden van mijn broers en mij. Ze leerde ons lezen en schrijven. Ze bracht boeken van overal waar ze ze maar kon krijgen. Thuis kregen wij wanneer het maar kon les van haar. Hossein, de oudste, ik, Hassan, en Ali, nummer drie. Danjal was nog te jong. Hij kwam in 1992 ter wereld. Danjal wilt Haidar genoemd worden. Dat vindt hij een mooiere naam. Of misschien vindt hij Danjal geen leuke naam omdat onze vader hem die naam heeft gegeven.

Wij groeiden op in een turbulente omgeving. Er gebeurde van alles. Alles wat te maken heeft leven in een ander land, echtelijke ruzies, taalbarrières, tradities, cultuur, taboes en nog heel veel meer.

Mijn vader ging in 1997 bij ons weg. Terwijl mijn moeder in Iran om haar overleden vader rouwde. Mijn oma's zus kwam naar Nederland. Zij bracht vaak van die kleine verpakkingen met broodbeleg van het AZC, het asielzoekerscentrum, in Goes mee voor ons. Die vonden mijn broers en ik heerlijk. We lieten niks over van elk pakje.

In 1994 verhuisden we van Hoogvliet naar Vreewijk. Een vredig Tuindorp in het zuiden van een grote stad. Toen waren wij de eersten. De eerste allochtonen in Vreewijk. Voorzover ik mij kan herinneren. Eerst waren de mensen niet zo vriendelijk. Ze vonden het vreemd. Raar. Ze vonden ons vreemdelingen. We moesten daarom ook het nodige doorstaan. Dingen zoals wat doen jullie hier of vuilnis dat op straat werd gegooid gebeurden gewoon. Later deden we allemaal kerstkaarten bij elkaar in de bus. Het was goed. Of was het omdat ze maar met ons moesten leven?

Voor ons waren er waren twee werelden. Binnen en buiten. Binnen was heel anders dan buiten. Zowel binnen als buiten gedroeg je je. School was het allerbelangrijkste. Artsen en architecten was het motto. Vroeger wilde ik arts worden. Nog steeds wel. Dan riep ik dat ik later kindjes in Afrika zou genezen. Mijn moeder zegt dat nog wel eens tegen mij.

Nu ben ik een stadsgids. Ik vertel mensen over Rotterdam. Dan neem ik ze mee en vertel ze over van alles. Over de geschiedenis, het nu, de toekomst, architectuur, kunst, tradities, cultuur, de mensen en wat we eten. En nog veel meer natuurlijk. Ik zeg ook altijd aan het begin van de tour dat als ze vragen hebben dat ze die zeker moeten stellen. Dan leer ik ook wat. Vervolgens maak ik een grapje door te zeggen dat ook als ik het antwoord niet weet ik wel een antwoord verzin. Er wordt altijd gelachen.

Ik word het nooit zat om over Rotterdam te praten. Ik heb misschien al duizenden keren hetzelfde verteld. Elke keer weer vertel ik het alsof het de eerste keer is. Ook met dezelfde hoeveelheid enthousiasme. Als de luisteraars dit horen dan kijken zij mij verwonderd en met grote ogen aan. Hoe dan?? Dan ga ik verder met vertellen. Ooit schreef ik het volgende over Rotterdam:

"Rotterdam is met zijn imposante gebouwen zoals de Rotterdam van Rem Koolhaas, de recent gebouwde Markthal met zijn vrolijke kleuren en de beroemde Kubuswoningen het Walhalla voor architecten. Een toer met de Spido, even uitwaaien op de Euromast, een potje midgetgolfen om vervolgens neer te strijken in de cultuur verrijkende Witte de Withstraat om een hapje te eten en een lekker drankje achterover te slaan. Het kan allemaal in Rotterdam en alles is binnen loopafstand van elkaar. Rotterdam heeft twee ontzettend mooie bruggen naast elkaar die de Maas sieren. En als onderwateravontuur heeft Rotterdam om het nog spannender te maken de prachtige Maastunnel.

Als dit allemaal niet genoeg is dan heeft Rotterdam een wirwar aan straatjes met bezienswaardigheden en een aanbod van maar liefst 176 nationaliteiten waar men al dwalend door de stad kennis mee kan maken. Van Noord naar Zuid, van Oost naar West, Rotterdam is en wordt steeds dynamischer. Elke keer als men denkt dat de stad niet nog meer kan hebben, dan bewijst de stad het tegenovergestelde."

Ik hou van Rotterdam. Hier ben ik opgegroeid. Alles wat met mij te maken heeft is Rotterdam. Rotterdam is mij. Het is de enige stad waar ik zou willen wonen in Nederland. Ik ken het. Het kent mij. Het is de wereld. Zondagochtend vroeg door de straten fietsen met een fris briesje geeft mij het ultieme vrijheidsgevoel. Razend door de stad. Razend door mijn aderen. Kloppend hart. De Verwoeste Stad. Gekkigheid. Jules Deelder. Kapsalon. Saoto soep. Witte de Withstraat. Maritiem museum. Het Witte Huis. Oude Haven. Kubushuizen. Willemsbrug. Transportschepen waar mensen in wonen. Noordereiland. Rotterdam Zuid. West. Oost. Noord. Het hart. De Binnenrotte. De Rotte. Een dam. Rotta. Roffa. 010. Alles is alles.

Nu ben ik moe. Moe van alles. Er is nog veel meer te vertellen. Alleen heb ik de kracht nu niet. En ik mag niet meer dan 2000 woorden schrijven. Ik heb er tot nu 1130. Misschien een andere keer. Als het wel kan. Pfff. 1139.