Erasmusbrug experience

ROTTERDAM VERHALEN

Erasmusbrug experience

Blij dat ik niet op Zuid woon, dacht ik altijd. Die brug, wat een hel! Ik bedoel, mooi hoor om te zien, maar fietsend? Dat trappen, die wind!

 

Vrolijk woon ik nu op Zuid en elke dag ga ik haar over. Ik ben een ware Erasmusbrugervaringsdeskundige. Bij deze: Aangenaam.

 

Mijn fiets is snel en blauw, voorovergebogen zit ik er op. Handschoenen duwen op het stuur, voeten in de trappers. Rotterdam vlieg ik door, van Maashaven tot Capelle, met eerst altijd de brug. Minimaal twee keer op een dag en op goede dagen zelfs zes keer.

 

Aldus de brug. Je zult zeggen: ‘Die heb je wel gezien zeker?’ Gezien heb ik haar inderdaad, maar uitgekeken ben ik niet. Luistert lezer, haal in gedachten je fiets van het slot en rijd met me mee…

 

Het is vroeg en donker. Niet zoveel wind vandaag, maar toch de kou die onze halzen plaagt. Na de bocht bij het restaurant in de zeecontainers, zien we haar voor het eerst: onze brug. Licht omringt de donkere driehoek. Links van ons de Rijnhaven, zicht op de kade van Katendrecht. Het regent een beetje en op onze kleding ontstaat een panterprint.

 

Voordat we de brug betreden, verzamelen we ons voor het stoplicht. We zijn er klaar voor, voetje op de grond, bil op het zadel. Bij groen gaan we. Mevrouw met kort kapsel op elektrische fiets knalt ons voorbij. Pubermeisje zwoegt, haar lijf buigt naar voren. Zelf hebben we ook wat tijd nodig om op te starten. Onze banden knetteren in contact met het natte asfalt. Scooter, inclusief lawaai en stank, ronkt voorbij. Onze ogen volgen de flinke kont van de dame achterop.

 

Rechts stoppen de mensen voor ons bij de haaientanden. We zijn nu echt begonnen aan de klim. Een hardloper met een baard rent ons tegemoet. Onder zijn voeten glinstert het zwarte voetpad, alsof iemand er op los is gegaan met een bus glitterspray. We ontwijken groen glas in de goot; genuttigd bier op de brug? Wat meer kracht in de benen en we beginnen in te halen. Weg pubermeisje, dag mijnheer die wel zo slim was een regenpak aan te trekken.

 

Rechts van ons zien we nu het water, donker en golvend. Het Noordereiland en de verlichte Hef. Met een hol geluid beweegt links van ons het verkeer. De tram glijdt voorbij als een gele streep en verspreid een hoge toon. We zijn boven op onze brug nu. Licht schijnt op haar vele kabels. Vanaf haar rug hebben we zicht op Rotterdam, de hoge gebouwen met kleine vierkantjes licht. Dit is het. Haal adem nu je ontwaakt. Voel je benen, de kou op je wangen. Draai je hoofd om alles te zien en te bevatten. Een paar trappen nog en dan vliegen we van haar af, het Noorden in.

 

Ik kan je vertellen dat de brug elke keer anders is: ander weer, andere mensen, ander licht. En verdorie ook nog een andere kant, staat daar eens bij stil! Met alle andere ervaringen van dien. De SS in de verte, de rode bar in De Rotterdam, letters op het Nieuwe Luxor en een groenvoorspellend stoplicht. Er zijn schoolklassen met meesters, lachende toeristenjongens en moeders met tassen. Er is kortom, zoveel te zien, dat je half niet in de gaten hebt, hoe je je helemaal de tyfus fietst op die brug.

 

 

 

Een wiel ophalen