Schateiland

Schateiland

Schateiland

Keet 1935

Er waren paarden sleperswagens en handkarren, maar ook al aardig wat auto’s. Er was een groot aantal nog te dempen waterwegen, zoals de Rotterdamse Schie, de Leuvehaven en de Delftsevaart. En het rook anders dan vele jaren later. De lucht van vis, teer, kolengruis, hout en kruiden blies door de sloppen en waaierde uit naar de betere wijken. De gegoede burgers weken uit naar de rand van de stad zodra de stank in de zomer hen te veel werd.

Keet woonde met haar ouders in de krappe woning aan de Rosestraat toen haar vader plotseling aan het werk kon bij bierbrouwerij Oranjeboom. Ze verhuisden naar de Van der Takstraat op het Noordereiland. Dat was pas een eiland geworden door het graven van de Koningshaven, eind negentiende eeuw. De Van der Takstraat was de eerste straat die werd aangelegd op het nep-eiland en gemeente-architecten pochten al dat het de P.C. Hooftstraat in Amsterdam zou evenaren. Aanvankelijk leek dat ook zo. Het werd een prachtige winkelstraat met zelfs een filiaal van Vroom en Dreesman. Keet’s ouders kregen een huis boven een druk beklant café. Vooral in de weekenden deed ze geen oog dicht door het lawaai dat werd veroorzaakt door de schippers die hun loon verbrasten in kroegen met de lonkende reclame “Drink louter kabouter”.

Wat een geweldige plek om te wonen, het Noordereiland. Het plantsoen op het burgemeester Hoffmanplein stond wijd en zijd bekend om haar bijzondere schoonheid . Je kon er heerlijk flaneren en Keet ging er graag met haar vriendinnetjes naar toe. Ze besefte gauw hoe veel geluk ze hadden met de nieuwe woonomgeving. Het leek wel of die alle middenstanders uit Rotterdam aantrok. Zo veel winkels, gevoegd bij de bedrijvigheid aan de kades. De schepen lagen soms vijf rijen breed.

In het jaar dat Keet naar de bewaarschool ging dook ene meneer Vlasblom van de Hefbrug. In latere jaren zou zulk onbezonnen gedrag worden bestraft, maar hij werd in 1933 gehuldigd op het stadhuis. De man die zijn heldenstatus wilde evenaren, Tabbernee, moest zijn poging met de dood bekopen. De moeder van Keet huilde toen ze dat hoorde. “Die jongens wagen hun leven voor niks. Ik hoop maar dat Benjamin niet zoiets idioots doet”. Het hele gezin moest lachen om die opmerking. Benjamin was al bang om te verdrinken als hij naar het badhuis moest.

Vrouwen met pothoeden en schoenen met riempjes over de wreef, Keet bewonderde hen vanaf een bank in het plantsoen. Zo wilde ze later ook worden. Elegant modieus en zelfbewust. Mannen mochten dan eeuwige roem nastreven door een duik van de Hefbrug, zij wilde wel iets meer dan dat. Prinses worden, zoals prinses Juliana bijvoorbeeld. Haar zussen lachten haar uit als ze dat beweerde. Prinses werd je door in de juiste wieg te belanden en die stond nu eenmaal niet aan de Rosestraat. “Maar dat is toch niet eerlijk?” zei Keet, met een verontwaardiging die de toekomstig socialiste sierde. Ze kreeg een onverschillig schouder ophalen als antwoord. Zo ging het in het leven nu eenmaal. Als je voor een dubbeltje geboren bent, dan wordt je nooit een kwartje. Louis Davids zong dat in een druk bezochte film. De oudste zussen hadden er wel een kwartje voor over om die, op de derde rang in de bioscoop te zien. Hun vader vond dat vreemd. Hij kon voor een kwartje een half ons shag van Van Nelle kopen en daar deed hij langer mee dan zo’n film duurde.

In de zomer van 1935 ging Keet met haar oudste zus Anna, achter de kinderwagen met de zoveelste baby erin lopend naar Feijenoord om te zien waar het nieuwe voetbalstadion zou komen. Hun broer Benjamin voetbalde graag en goed. Hij hoopte op een plek in het elftal van Feyenoord. Maar, ja, zijn vrienden koesterden hetzelfde ideaal. Voetbal was de grote gelijkmaker. Ook als je wieg in de Rosestraat had gestaan kon je een geweldige toekomst tegemoet zien, Koning Voetbal had immers vele prinsen. De troonpretendent was natuurlijk Puck van Heel, ook een jongen van Rotterdam-Zuid. Dankzij hem werd Feyenoord een aantal keren landskampioen. Geen wonder dat hij de eerste paal voor het stadion mocht slaan. Zo beroemd wilde Benjamin ook wel worden.

“Kunnen we ook eens naar de diergaarde op de Kruiskade?” vroeg Keet aan Anna. Ze wilde dolgraag eens een tijger zien. Op een plaatje in haar favoriete boek stond zo’n roofdier. Hij bewaakte een schatkist vol gouden munten. Slimme zet, want daar durfde niemand bij te komen.

“De diergaarde is een sociëteit, dat betekent dat je lid moet zijn om er in te mogen en alleen deftige mensen kunnen er in. Eén keer per jaar, met de Rotterdamse Kermis mag het gewone volk erin en dan is het veel te druk. Maar wat maakt het uit? Al die beesten stinken vreselijk en als er één ontsnapt wordt je opgegeten. “ Anna deed alsof ze een hapje uit de hand van haar kleine zusje nam. Keet had al gelijk geen zin meer in de beestenboel aan de Kruiskade. Wat haar betreft mochten ontsnapte tijgers de rijke mensen opeten. Die aten de hele dag taartjes, dus ze waren lekker vet.

Keet 2018

Elke middag om een uur of vijf hadden Keet en haar vriendin Oopjen contact via face-time op hun
I-pads. Keet was er inmiddels achter dat je daar niet al te dicht bij moest gaan zitten, want het beeld liet meedogenloos rimpels en wallen zien. Oopjen had er lak aan en zag er op het schermpje uit alsof haar hoofd dreigde te ontploffen terwijl ze haar I-pad besnuffelde.

“Heb jij die ontsnapte tijger gezien, op TV Rijnmond ?” vroeg Keet terwijl haar grijze krullen het beeldscherm vulden.

“Waar heb jij het nou over?”

“Een tijger uit Blijdorp, ontsnapt, rende op de Bentincklaan, bij jou voor de deur. Twee oude mensen dodelijk gewond, die werden gelijk gepakt door dat beest. Het zal je toch maar overkomen. Blij dat zoiets niet op het Noordereiland kan gebeuren.” De grijze krullen verdwenen gedeeltelijk uit beeld en Oopjen ontwaarde de vertrouwde grijns van haar vriendin.

“Wat is er met die tijger gebeurd dan?”

“Verdovingspijlen in zijn kont geschoten. Zo’n tijger vervang je niet zo maar, dus die maken ze echt niet dood. Ouwe mensen daarentegen zijn er genoeg.”

Oopjen keek uit het raam en zag dat er mannen van de gemeentereiniging bezig waren bloedsporen van het trottoir te verwijderen. Het zou dus kunnen kloppen, dat tijger verhaal. “Het lijkt hier bloody jungle-book wel” constateerde ze terwijl ze een half lege fles wijn pakte. Of half vol, het was maar net hoe je het bekeek.

Op de opmerking van haar vriendin dat het misschien een publiciteitsstunt van Blijdorp was reageerde Keet gepikeerd. “Hoezo? Dat levert toch niets positiefs op. Ze kunnen dan hooguit meer ouderen verwachten die levensmoe zijn. Laat uw euthanasie verklaring maar zitten, wij hebben hongerige tijgers genoeg. Zoiets?”

Oopjen zei dat ze pas 87 was. Zij zou, met een paar decennia voor de boeg, de diergaarde maar gaan mijden. Opoe Herfst uit Kralingen kreeg ,toen ze 105 werd ,van de gemeente een slof sigaretten, dat leek haar een beter vooruitzicht. Gezond leven en je niet in grote avonturen storten, een goed advies voor alle tijden.

Keet droomde die nacht van een grote tijger die op zijn gemak door de Van der Takstraat liep. Iemand hield hem een Feyenoord vlag voor, zoals een toreador een stier benaderde. Het dier reageerde echter niet en ging rustig aan de voet van het Wilhelmina monument liggen.

Nieuwsbericht

Een 88-jarige overleed gisteren tijdens de feestelijke opening van het nieuwe Feyenoord stadion. Omstanders zagen dat zij zich verslikte in de tijgernootjes die bij de borrel werden geserveerd. De gemeente Rotterdam had de bejaarde vrouw een uitnodiging voor de receptie gestuurd vanwege haar grote verdienste voor de stichting Puck You! Dankzij haar kunnen talloze jongeren uit arme gezinnen deelnemen aan leuke activiteiten , zoals abseilen van de Hefbrug. Naar verluidt was haar favoriete uitspraak “Laat de armoe de pest maar krijgen”. In haar handtas trof men een briefje aan met de mededeling dat onder het monument aan het Burgemeester Hoffmanplein een grote kist vol dubbeltjes en kwartjes zou liggen. Na enig graafwerk kon de politie dit bevestigen. Conform de wens van de overledene zal de opbrengst worden besteed aan prinsessenjurken voor alle 5-jarige meisjes in de Rosestraat.