Dag andere ik,

Dag andere ik,

Dag andere ik,

Ik word aangevallen. Niet van buitenaf, maar van binnenuit. Door jou. Door mij… Mijn stem neemt het dagelijks op tegen mijn vele andere stemmen. Een alternatieve realiteit, waarin alles wat ik zeg of doe wordt bekritiseerd, alsof ik een atleet in een sportwedstrijd ben. Zo eentje die wereldwijd op televisie komt. Geen moment rust. Geen ogenblik alleen. Geen seconde echt.

Woorden in de vorm van kanonskogels schieten van hier naar daar in ons hoofd. Mijn hoofd. Mijn hart wordt doorboord door duizend messteken. Mijn ogen wenen een bijtend zuur. Het leed van de buitenwereld komt binnen en ik doe mijn best, echt waar, om alles daar een plaats te geven, tussen die stukjes van mezelf. Ik bouw mijn hele wereld op rondom die pijn, sla mijn armen eromheen en denk de oorlog in mezelf even weg. Althans, dat probeer ik. Jouw stemmen, die van mij zijn, vinden altijd hun weg. Door het opgetrokken mistgordijn. Door de muur van scherven die na de vorige discussie waren achtergebleven.

Steeds meer uitputting. Steeds minder denken. Alles is beter dan de blinde paniek waarin geen mentale of fysieke controle bestaat. Nu heb IK de leiding.

Andere ik, hoe durf jij mijn daden in twijfel te trekken? Ik sta op uit het stof. Word wakker. Kroon mezelf weer tot koning.

Andere ik, hoe durf jij me tegenspreken? Mijn stem is de luidste. Bepaalt de wetten. Spreekt de enige waarheid die ik wil horen.

Andere ik, vaarwel.