Eindstation

Eindstation -Microbrief finalist-

Eindstation

  Het meisje hield het stuk papier stevig tegen zich aangedrukt, alsof het een kostbare schat was. De lucht was gevuld met het gefluister van stemmen. Zo nu en dan klonk er een harde tongval die haar op deed schrikken. Naast haar stond een man in een lange groene jas. Hij zag er indrukwekkend uit en ze keek hem vol bewondering aan. De glimlach die op zijn lippen verscheen, verdween weer snel.

  De sterren staken fel af in het half duister, als een brandmerk dat net gezet was. Een plotselinge windvlaag rukte het papier uit haar handen. Het dwarrelde over het perron. Ze deed een stap naar voren. Een stem commandeerde haar te blijven staan. Versteend keek ze toe hoe de woorden die haar zo kostbaar waren met het papier verdwenen. Een traan vond langzaam haar weg naar beneden. Het stille bewijs van alles wat ze had verloren.

  “Hier,” de man die eerder naast haar had gestaan duwde het stuk papier weer in haar handen. Ze keek dankbaar op naar de man die zich omdraaide en in de mensenmassa verdween. Brullend en grote wolken stoom uitbrakend, rolde de trein het station binnen. Haar ogen gleden over de woorden op de zijkant van het treinstel.

 Keine wagen abhangen.

 Zug muss geschlossen nach Westerbork zurück.

Wat de woorden betekenden wist ze niet. Ze wist alleen dat ze op weg was naar haar toekomst.


Na een laatste blik op het perron stapte ze in.