De reus (is echt) van Rotterdam

De reus (is echt) van Rotterdam

De reus (is echt) van Rotterdam

Stadshelden? Rotterdam heeft er genoeg. HP/De Tijd publiceerde een aantal jaar geleden een overzicht met tweeënveertig beroemde Rotterdammers. De filosoof Erasmus stond in het rijtje, de bokser Bep van Klaveren, de artiest Gerard Cox, en ga zo maar door. Allemaal legitieme keuzen, maar tot mijn verbazing zat Rigardus (Rijn) Rijnhout (1922 - 1959), de reus van Rotterdam, er niet bij.1 Onvergeeflijk, want als er één een stadsheld is, dan is het wel Rigardus.

Het is alweer bijna zestig jaar geleden dat Rijn overleed, maar de Rotterdammers zijn hem nooit vergeten. Zo is Rijn geëerd met een straatnaam. Ook al is het een dwergpleintje, de wijk het Oude Westen kent sinds 1993 het R. Rijnhoutplein. Toen er verkiezingen werden gehouden voor de ‘grootste Rotterdammer aller tijden’ werd Rijn door veel inwoners van de stad voorgedragen. Verder is er een prachtig lied over de reus gemaakt. Een van de succesnummers van de Amazing Stroopwafels is De reus van Rotterdam. Volgens de band wordt er altijd weer om het lied gevraagd. In de tekst staat Rigardus symbool voor de havenstad. ‘Als ik zie vanuit de verte, welke vlucht de Maasstad nam. Denk ik bij die wolkenkrabbers, aan de reus van Rotterdam.’ Ook wordt een aantal voorwerpen gekoesterd die aan Rijn hebben toebehoord. Zo bezit het museum Rotterdam de overall waarin Rijn reclame maakte (Natuurlijk van Kok vakkleding!) en een enorme schoen. En dan is er natuurlijk nog het standbeeld van Rijn dat op 9 juni 2011 in het wijkpark Oude Westen, onder grote publieke belangstelling, wordt onthuld. Het bronzen beeld, dat op ware grootte is gemaakt, gaat vergezeld van een reuzenstoel, een reuzendeurpost en een paar reuzenschoenen van maat 62. De directe familie van Rijn heeft de onthulling niet meer mogen meemaken, maar zijn neven en nichten wel. De familie van ‘Ome Rijn’ was erg gelukkig met het beeld dat in korte tijd uitgroeide tot een toeristische attractie. Iedereen wil met de reus op de foto. En dan is er nog een speciale prijs voor kinderen en jongeren. Kinderen die zich voor hun stad of buurt inzetten kunnen het tot ‘Rotterdamse reus’ schoppen en krijgen dan van de gemeente een medaille. Rijn is dus niet bepaald vergeten en in allerlei opzichten een ‘levende’ legende.

 

Jan van Albert, langste mens ter wereld

Rigardus spreekt tot de verbeelding. Hij was met zijn 2,37 m dan ook een opmerkelijke verschijning. Hij stond bekend als de langste mens van Europa en zelfs de wereld. Geen Rotterdammer die daaraan twijfelt. Toch moeten we de harde realiteit onder ogen zien. Rijn was niet de langste mens ter wereld, niet van Europa en zelfs niet van Nederland. Die eer komt toe aan Albert Johan Kramer (1897 - 1976), een Amsterdammer nota bene. Kramer trad op onder de artiestennaam Jan van Albert en stond met zijn 2,42 m ook bekend als Lofty (‘uit de hoogte’). Van Albert kan dus pas echt aanspraak maken op de titel ‘langste mens’ en toch schopt hij het niet tot stadsheld van Amsterdam. Je zult in de hoofdstad tevergeefs naar zijn standbeeld of straatnaam zoeken en er zijn geen liedjes over hem bekend.

Bij de gemiddelde Amsterdammer gaat bij het horen van de naam Kramer geen enkel belletje rinkelen. Kramer wordt slechts in kleine kring herinnerd als oprichter van de Klub Lange Mensen (KLM). Het is een belangenvereniging die nog steeds bestaat (www.klublangemensen.nl).

 

Mythevorming

Rijn is een Rotterdamse stadsheld, terwijl Albert vrijwel is vergeten. Hoe kan dat? Albert is tenslotte de enige die echt aanspraak kan maken op de titel ‘langste man van Nederland’. Zou het iets te maken hebben met de verhalen die over beide mannen worden verteld? Dat de belevenissen van Rijn wel tot de verbeelding spreken en die van Albert niet? Dat blijkt in de praktijk reuze mee te vallen. Over beide mannen doen bijzondere verhalen de ronde. Hun lengte, kracht, eetlust en de hoeveelheid bekijks die ze trekken wordt in de loop der jaren tot mythische proporties opgeblazen.

In krantenartikelen komen de meest uitzinnige lengtematen voorbij. Zo beweren journalisten dat zowel Rijnhout als Kramer maar liefst 2,85 m (!) lang zijn. Ook over de kracht van beide reuzen doen spannende verhalen de ronde. Kramer treedt op met een volwassen dwerg die hij probleemloos op zijn handpalm rond draagt. Rijn is zelfs in staat dit met zijn broer te doen. Zijn broer Piet herinnerde zich dat ze samen de bel gingen repareren. De draad was kapot en zelfs Rigardus kon er niet bij. Rijn klom een ladder op en tilde Piet naar boven. Zijn broer zou vervolgens ‘probleemloos’ een kwartier lang met zijn hele gewicht op de platte hand van Rijn hebben gestaan.2

Beide mannen staan ook wijd en zijd bekend om hun eetlust. Jaar na jaar noteren journalisten wat een geweldige eter Rigardus is. Zo schrijft een verslaggever in 1937 dat hij 's ochtends moeiteloos anderhalf brood naar binnen werkt, voor anderhalve kilo tomaten uit het vuistje niet terugdeinst en een pond pinda's achter elkaar naar binnen gooit. Ook de eetlust van Kramer wordt door journalisten keer op keer breed uitgemeten. Zo zou Lofty ontbijten met vijftien eieren, drie porties gerookte vis, een reusachtig stuk vlees, twee soepborden havermout, zeven boterhammen en acht koppen thee.

Ook al zijn Rijnhout en Kramer bepaalt geen 2,85 lang, ze trekken wel ongelooflijk veel bekijks. Rigardus zorgt waarschijnlijk voor de eerste file in Rotterdam. Begin jaren 1950 wordt hij meegenomen naar de zaterdagmarkt op de Boezemsingel. Daar helpt hij mee met het uitdelen van reclamefolders voor autorijschool Schipper. Zijn buurmeisje kan zich de consternatie jaren later nog levendig voor zich halen:

‘Nou, dat heeft Rotterdam geweten! Ik denk dat toen de eerste file is ontstaan. Alles zat vast. Na verloop van een uur kwam de politie vragen of we ermee wilden ophouden, want de hele Zwartjanstraat en andere straten stonden vol’.3

Ook Kramer trekt permanent belangstelling. Hij wordt getypeerd als een ‘enormiteit van vleesch en been’ die schoenen draagt waarin ‘een rhinoceros een voetbad kan nemen’ en wordt voortdurend belaagd door persfotografen, journalisten en het gewone publiek.

 

Theater tegenover kermis

De twee mannen hebben veel gemeen, maar de verschillen zijn groter. Zo is Rigardus volledig in Rotterdam geworteld. Hij groeit op in een eenvoudig gezin met vader, moeder, broer en zus en woont zijn hele leven in de Gouvernestraat. Afgezien van een uitstapje naar Engeland is het werkterrein van Rigardus beperkt tot Nederland. Een optreden in Groningen is voor hem al een hele onderneming. Kramer daarentegen reist al snel de wereld over. Als negentienjarige wordt hij benaderd door een impresario. Kort daarna staat hij in Berlijn voor een zaal met 3000 mensen. 4 Daarna volgen nog vele reizen. Hij zwerft van theater naar theater, door Europa, maar ook door Amerika, Canada en Australië en heeft overal succes, vooral in Engeland.

Wat Rigardus in de ogen van veel Rotterdammers sympathiek maakt is dat hij altijd een van hen is gebleven. Rigardus was geen wereldreiziger en showman. Hij moest het een groot deel van zijn hele leven doen met allerlei eenvoudige baantjes, zoals sandwichman en schilder. Bij schildersbedrijf Tollen neemt hij de plafonds voor zijn rekening. Er komt geen trap aan te pas. Hij loopt met een emmertje witkalk door de kamers en is binnen een paar minuten klaar. Ook gaat hij lantarens doven. Als hij voor de gaslantaarns staat kan hij met zijn handen de lampjes aan- en uitdraaien.5

Geen enkele baan wordt een groot succes. Om aan de kost te komen trekt Rijn samen met zijn vader door het land naar beurzen, tentoonstellingen en kermissen. Zijn vader heeft de rol van manager en klimt bij die gelegenheden op een sinaasappelkistje en vertelt het een en ander over zijn bijzondere zoon. Dan komt Rijn tevoorschijn en mogen de mensen een paar minuten naar hem kijken. Na afloop verkoopt de reus prentbriefkaarten van zichzelf.

Lofty is vergeleken met Rijn een echte artiest. Kramer weet na verloop van tijd wel raad met de showwereld. Om zijn lengte te benadrukken draagt hij plateauzolen, een extreem lange jas en een hoge hoed en vormt hij een aansprekend duo met de dwerg Seppetoni. Jarenlang voeren ze komische acts op. Kramer loopt dan bijvoorbeeld het toneel op met een tas, waar Seppetoni in blijkt te zitten. Ook werkt hij samen met een dwerg die hij onder zijn enorme hoed laat verdwijnen. Hij ontmoet tijdens zijn leven de presidenten van Amerika en Mexico en staat oog in oog met de premier van Engeland. Hij verdient goed geld met zijn optredens die hij investeert in winkels en cafés. In 1930 opent hij in Amsterdam Sigarenmagazijn ‘De Reus’ aan de Ceintuurbaan, in de jaren 1940 bestiert hij café De Vlas- en Korenbeurs in Anna Paulowna en vanaf de jaren 1950 een café aan de Amsterdamse Sloterkade. Gek genoeg heeft Rijn even van het succes van Kramer mogen proeven. In 1948 valt hij voor hem in. De Amsterdamse reus treedt op in de Engelse revue Zoudt gij het geloven? (Would you believe it?). Omdat hij een ontsteking aan zijn voet heeft kan hij niet optreden en Rijn wordt ingezet als vervanger.

 

Een tragisch ‘wonderdier’

Rijn blijft in Rotterdam, Albert ontpopt zich tot wereldreiziger, maar het belangrijkste verschil tussen de twee mannen is toch wel dat Rigardus altijd een tragische figuur is gebleven. Zo heeft Rijn nooit een partner gevonden. Zijn vader was zijn belangrijkste metgezel en daar wordt hij eind jaren 1950 meer dan ooit afhankelijk van. Rijn valt op een dag van zijn fiets. Hij is er slecht aan toe en moet met een busje naar huis worden gebracht. Hij kan nog maar moeilijk lopen. Rijn is gedwongen de laatste jaren van zijn leven te slijten in een op maat gemaakte rolstoel. Dagelijks rijdt zijn vader hem in de invalidenkar naar het Spido-plein. Hier vertrekken de Spido-boten voor een rondvaart door de haven. Er zijn altijd toeristen en die verkoopt Rijn gesigneerde ansichtkaarten. Op de kaarten heeft hij de tekst laten zetten ‘De Reus kan niet meer lopen, daarom alleen zijn foto's verkopen’.

In de loop van 1958 wordt Rijn ernstig ziek en moet hij in het Academisch ziekenhuis van Leiden worden opgenomen. Op 13 april 1959 overlijdt hij, slechts zesendertig jaar oud. Tijdens de begrafenis van Rijn spreekt zijn vader enkele gevoelvolle woorden waarin hij eraan herinnert dat zijn zoon een moeilijk leven heeft gehad. Rijn was een ‘tobber’. Hij genoot niet van alle aandacht, integendeel. Rijn was de overmatige belangstelling regelmatig meer dan zat. Zo noteert een verslaggever wanneer Rijn negentien jaar oud is (en 2,16 m lang):

‘En dan het vervelende, dat iedereen op straat je aankijkt. (…) Ze kijken naar je op, moppert hij, of je een wonderdier bent.’6

Rijn heeft nooit aan al die belangstelling kunnen wennen. Hij wil opgaan in de massa, maar dat is iemand van 2,37 m niet gegeven. Hij krijgt van alles naar zijn hoofd geslingerd, probeert ‘erboven te staan’, maar trekt het zich toch aan.

Kramer hoor je tijdens interviews niet klagen over ongewenste belangstelling en het lijkt niet erg waarschijnlijk dat hij ook een tobber is geweest. Hij leidde een succesvol artiestenbestaan, had een gezinsleven (hij trouwde in 1920 met de Zwitserse Wilhelmina Fässler), deed goede zaken en werd bijna tachtig jaar oud. Kramer overleed in 1976 in verpleeghuis De Drie Hoven in Amsterdam Slotervaart. Kramer is de artiest en showman die zijn lengte slim uitbuit. Rijn blijft een eenvoudige jongen die het liefst een onopvallend leven leidt.

De verschillen tussen Kramer (Amsterdam) en Rijnhout (Rotterdam) zijn groter dan de overeenkomsten. Succes staat tegenover spot, reizen tegenover thuisblijven, theater tegenover kermis, geld tegenover armoede, gezondheid tegenover ziekte en komisch tegenover tragisch. Laat Rotterdammers een keuze maken en je kunt er zeker van zijn dat ze voor de underdog kiezen. De Rotterdammers sluiten Rijn in hun hart. Albert Kramer bleef van zichzelf. Rigardus Rijnhout, de reus van Rotterdam, werd van ons.

 

Literatuur

 

Spiegel, Judith en Christjan Knijff. Stadshelden. 2009 (22 mei 2009); zie: https://www.hpdetijd.nl/2009-05-22/stadshelden/.

Verhoeven, F., Dertig jaar geleden stierf reus Rigardus Rijnhout. Friends in Business Rotterdam, 1989, 3 (2), p. 47-52.

De reus van Rotterdam. De oud Rotterdammer, 2005, 1 (3).

Dokter, C., De grootste man ter wereld is een Nederlander en hij woont in Anna Paulowna! Wierings Weekblad, 1951 (6 april 1951).

Baarda, F., Rotterdam Ahoy. 1992, Amsterdam: Uitgeverij Focus.

De langste man van Nederland. 1941; zie: http://www.thetallestman.com/rigardusrijnhout.htm.