Angst

Angst #Microangst H7 Het meisje in de tram

Angst

Het is best raar. Na weken zoeken en wachten zit ik nu samen met Annabel in mijn favoriete brasserie. Annabel. Het meisje, of eigenlijk de jonge vrouw, die ik vluchtig in de ogen keek toen ik haar voor het eerst in de tram zag zitten.

Mijn grootste angst was dat ik haar nooit meer zou zien. Die angst werd groter en heftiger, naarmate de weken vorderden en niemand haar leek te kennen of herkennen. Gelukkig bleek mijn angst ongegrond en kan ik haar nu in de ogen kijken.

Na haar nerveuze stortvloed aan woorden, een half uurtje geleden bij de tramhalte, is ze nu angstvallig stil. Ze is in gedachte en lijkt wat afwezig.

Zou ze met haar gedachte bij een ander zijn, haar vriend die niets van deze ontmoeting afweet? Of misschien is ze lesbisch en heeft ze net verkering met een leuke meid. Langzaamaan maakt de rust in mijn hoofd weer plaats voor angst. Angst om haar te verliezen, net nu ik haar gevonden heb.

Ik schuif onrustig heen en weer op mijn stoel en bedenk dat ik helemaal niets van haar weet. Ik kan haar alles vragen, maar ben tegelijkertijd bang dat ik iets verkeerds zeg of vraag. Als ik eindelijk de moed bij elkaar heb geschraapt om iets te zeggen, kijkt Annabel mij aan en vraagt:

‘Jasper, zo heet je toch? Heb je eigenlijk een relatie?’ Ik slaak een zucht van verlichting. We lijken dezelfde angst te delen. De angst om elkaar weer te verliezen.