Hart van karton

Hart van karton

Hart van karton

Trillend houdt ze het kartonnen hart in haar hand. Het lag in een van de stoffigste dozen, diep weggestopt in de hoek van de zolder, bovenop een stapeltje brieven en kaarten. Ze had drie uur lang haar herinneringen weten te onderdrukken, en stoïcijns de eerste helft van de zolder ingedeeld in een stapel met dingen die ze mee zou nemen en rotzooi die hier zou blijven, maar tegen het hart kon ze niet op. Haar ogen glijden over de woorden vol liefde en warmte die op het karton geschreven zijn. Tranen trekken sporen over haar wangen. Ons begin, denkt ze. Een leven geleden. Toen de toekomst nog ongerept en open voor hen lag, slechts gevuld met beloftes en hoop. Ze draait het hart om, keer op keer. Zoekend naar een teken, hoe klein ook, waarin de echte toekomst beschreven staat. De leugens en het verraad. De ruzies en die scherpe, diepe pijn. Maar het hart geeft alleen zijn zoete woorden prijs. Ze klemt haar kaken op elkaar. Niets dan loze beloftes die haar in de val hebben gelokt. Verraden door een felrood kartonnen prul met leugens, niks dan leugens. Haar verdriet ontvlamt in haat en in een enkele felle beweging scheurt ze het hart doormidden, zo makkelijk als hij haar hart brak. De twee helften glijden uit haar handen. Leeg en opgebrand staart ze naar de restanten. Ons einde, denkt ze bitter.