Keizer Haile Selassie belangrijker dan de school!

Keizer Haile Selassie belangrijker dan de school!

Keizer Haile Selassie belangrijker dan de school!

In 1950, midden in de zomervakantie, ging ik met mijn vader naar de werf : er liep een oorlogsschip van de helling ! Duizenden mensen waren naar Heijplaat gekomen om dat te zien. Weinigen met de eigen auto, honderden op de fiets, Berini , Victoria brommer of Solex. Velen ook met georganiseerd busvervoer.

Ook bus 35, van de RET, naar ons dorp , zat de hele dag stampvol. ‘Ja’, zei mijn vader, ‘met deze kruiser tellen wij weer echt mee.’ Ik had natuurlijk geen idee wat een kruiser was, maar het klonk wel stoer.

Koningin Juliana, vergezeld door prins Bernhard, verrichtte de doopplechtigheid. ‘En ik doop u  “Zeven Provinciën” ,’ klonk het plechtig en ik zag een fles tegen de boeg kapot spatten.

In die jaren vijftig was het druk met tewaterlatingen. De Nederlandse economie schoot pijlsnel omhoog  na de ellende van de oorlog.  Drie schepen per jaar gleden soms van de helling en wij, schoolkinderen, waren er aan gewend geraakt om tijdens de schooluren het getoeter en geloei van scheepshoorns te horen als er weer een nieuw schip de Nieuwe Waterweg in gleed.

Helaas zaten wij dan meestal gewoon in de klas, want ‘het van de helling glijden’ had te maken met eb of vloed. Bij hoog water moest het gebeuren.

Als het rustig was in de klas, hoorde je het ritmisch gedreun waarmee de arbeiders de klossen onder het schip wegsloegen, zodat het al bijna los op de helling kwam te liggen.

 

 Op een zekere morgen, in 1954, tijdens  het speelkwartier  op school, vloog het gerucht rond dat de koningin weer voor een bezoek naar de RDM zou komen en…………. nog veel indrukwekkender, er zou een  echte keizer  met haar mee komen. Dat was in onze ogen iets dat nog veel hoger was dan een koningin.

Wat we nooit deden: nu renden we onder het speelkwartier met een hele groep naar de werf, de school totaal vergetend. We wilden de koningin, maar bovenal die keizer zien. Ze zouden een werkbezoek aan de werf brengen met onder andere een tewaterlating.  Op de werf was het niet bijzonder druk. Het was een doordeweekse dag en aan het bezoek van Haile Selassie, keizer van Ethiopië, was niet al te veel aandacht gegeven in de kranten.  Wij renden van hot naar her over de werf om te kijken waar Juliana met haar hoge bezoek liep. Zo stonden Jan Kerkhof, Nico Kroon, Nico Jongebreur, Go de Jager en ik ineens oog in oog met de koningin en Haile Selassie die ons op een meter of twee voorbij liepen in gezelschap van directeur Endert. Wat was dat een teleurstelling voor mij! Een klein mannetje met wollig kroeshaar passeerde ons. Was dat nou een keizer !

Ineens zei Jan Kerkhof, die een horloge had, ‘Het is al 10 voor twaalf.’ We schrokken ons wild. Helemaal de school vergeten! Om twaalf uur ging de school uit.  Zouden we maar gelijk naar huis gaan ? Dat durfden we toch ook niet, want dan zou er ’s middags wat voor ons zwaaien. Dus toch maar richting de Letostraat, richting school. Toen we daar hijgend en met bonzend hart van de angst aankwamen ,stond mijnheer Van Walsum , het schoolhoofd, in de deur, als een god der wrake, met een rood hoofd van  ingehouden woede. (zijn voornaam was Cees, zijn bijnaam  ‘rooie Cees’ als hij kwaad werd)

Hij vroeg niets, zei niets, maar pakte ons één voor één in onze kraag, tilde ons een beetje op en we kregen een geweldige schop onder onze kont, zo de schoolgang in. Dat was het ! We hoefden niet eens na te blijven.(Misschien vond Van Walsum het zelf ook wel flink dat we het gedurfd hadden zomaar van school weg te blijven of wilde hij gewoon op tijd thuis zijn voor de maaltijd)

Zo werd dat in de jaren vijftig op Heijplaat aangepakt. Oud-Heijplaters zullen mijn verhaal goed herkennen. Toen ik het thuis tussen de middag vertelde, zei mijn moeder: ‘Je kreeg je verdiende loon. Wie blijft er nu zomaar van school weg.’

                                                                                 Arie van der Stoep

 

 

Toelichting