1

Glennson Jones - Een Roffa Tori

1

15.27u.

Hij zit te tappen met zijn voet op de vloer. Hij is ongeduldig. Nog drie minuten en hij is vrij. Kom dan, schiet op. Stomme klok, denkt hij. Vanavond heeft hij een afspraak met een dj/producer in de wijk. Die heeft eindelijk zijn talent opgemerkt en hij mag vandaag langs komen om iets op te nemen. Dj Liga heeft ongeveer vijf jaar geleden naam gemaakt voor zichzelf, toen zijn 101 Barz filmpje meer dan een miljoen keer bekeken was. Hij maakte nog twee mixtapes, maar is daarna meer naar de achtergrond getreden. Hij is niet altijd actief. Hij heeft tegenwoordig ook een kantoorbaan naast zijn studio werk. Dat moest wel, aangezien hij twee jaar geleden vader werd van zijn zoontje Jair. Wanneer het hem uitkomt mogen artiesten langskomen in zijn zolderstudio. Glennson is vandaag aan de beurt. Hij wilt snel naar huis, zodat hij aan zijn teksten kan gaan werken. Hij weet dat Liga het druk heeft, dus wil absoluut niet te lang over een track doen. Hij hoopt op zijn minst twee tracks op te kunnen nemen. De afspraak is om half zeven. In Crooswijk, waar Glennson woont. De bel gaat en Glennson rent naar buiten. Shit, m’n tas, denkt hij en rent weer de klas in. “Glennson”, roept mevrouw Akkerman ineens. “Vergeet je niet de informatie vanmiddag te Googlen voor de test van morgen?”

“Uh, ja mevrouw. Is goed,” roept hij terug, terwijl hij alweer halverwege de deur is.

15.39u.

Bij de tramhalte aangekomen, staat zijn hart even stil. Niet echt, maar hij schrikt hevig, omdat hij bijna Mayumi omver loopt. Mayumi is volgens Glennson het mooiste meisje van Crooswijk. Ze is Peruaans. Met Inca roots. Ze ontwijkt hem net en kijkt hem alleen vanuit haar ooghoeken even aan. Ze heeft haar oordopjes in en knikt ritmisch met haar hoofd. Nadat Glennson zich herpakt heeft kijkt hij haar aan. Ze staart maar voor zich uit. Het geknik van haar hoofd geeft een vrolijke vibe, maar in haar ogen leest hij verdriet. Hij aarzelt even, maar haalt een stukje hasj, verpakt in plastic folie uit z’n tas, tikt haar aan en gebaart naar haar of ze zin heeft. Ze glimlacht, maar zegt niks. De tram is er inmiddels. Glennson is zo in trance dat hij het niet door heeft. Mayumi pakt de hasj uit zijn hand, stapt de tram in, de deuren sluiten en de tram vertrekt. Glennson blijft stomverbaasd achter.

Wat de fuck? Is ze er gewoon vandoor met mn asi?

Lang heeft hij niet om zichzelf vragen te stellen, want hij hoort in de verte Arjen en Lionel. Zijn beste vrienden en buurjongens. Arjen is een Nederlandse jongen, die in een straat voor Glennson woont. Ze noemen hem Goeiemorgen. Dat komt omdat zijn ogen vaak vervuild zijn. Lionel woont in de straat achter Glennson. Hij is een jaar geleden met zijn vader vanuit Suriname hier komen wonen. Omdat Lionel zo’n donkere teint heeft, noemen ze hem Goeienavond.

“Hey, Glenn, Fa’ka?... Kom je chillen?”, roept Arjen terwijl ze dichterbij komen.

“Uh, ja is goed. Maar even snel. Ik moet nog schrijven voor ik naar Liga ga.”

“Ja toch, dan gaan we gelijk door naar Noord met de tram’, zegt Lionel gelijk erna.

16.27u.

“Ik hoop dat we snel iemand vinden die die shit even voor ons kan fixen, man”, zegt Arjen, terwijl ze op een bankje op het plein naast de coffeeshop aan het wachten zijn. Er komt een student aanlopen. Glennson springt op.

“Hey, kun je wat voor ons doen? Ga je toevallig naar de shop?”

“Uhm, ja.”

“Kun je dan een zakje amnesia haze voor ons halen? Hier is acht euro.”

De jongen aarzelt even.

“Ja, is goed. Kom maar op.”

Hij komt al gauw weer terug. Hij is een beetje nerveus, maar hij geeft het zakje snel aan Glennson en loopt gauw verder.

“Eh, nog bedankt hè”, roept Arjen hem nog na. Ze lachen er een beetje om.

Lionel is de beste joint draaier, dus pakt hij gauw zijn sigaretten, vloei en tip uit zijn tas. Glennson geeft hem de wiet. Nog geen vijf minuten later is de joint af.

“Zo, die jonko is dik, man”, schreeuwt Arjen. “We gaan zeker helemaal skaf van deze.”

Glennson krijgt de eer om hem aan te steken. De joint gaat een paar keer rond. Van Glennson naar Lionel, naar Arjen en weer naar Glennson. Ze grappen met elkaar. Ze vergeten de wereld om zich heen. Ze zijn probleemvrij voor dat moment. Gewoon lekker chill. Arjen drukt de joint uit, nadat hij het laatste haaltje heeft genomen. Lionel draait er gelijk nog eentje. Ze chillen nog even.

17.43u.

“Shit, tis al laat”, roept Glennson als hij op zijn scherm de tijd ziet. Hij pakte het alleen maar uit zijn zak, omdat hij een appje binnen hoorde komen. Het was van Mayumi. Geen woorden. Alleen maar ??. Hij kreeg een grijns van oor tot oor bij het zien van dit bericht. Misschien maakt hij toch kans bij haar. Maar nu moet hij gaan.

“Ik moet gaan, guys. Mijn moeder wacht op me.”

“Oh, ja. Jullie eten altijd samen hè”, zegt Lionel. “Bij ons eet iedereen waar en wanneer hij wilt.”

“We zijn maar met zijn tweeën. Ik kan haar niet alleen laten eten.  En ik moet om half zeven bij Liga zijn. Shit. Ik heb niet eens aan mijn teksten gewerkt.”

“Ja, wij gaan waarschijnlijk gewoon een patatje halen vandaag”, zegt Arjen. “Maar ga gauw. Misschien heb je nog tijd om wat te schrijven.”

Ze nemen afscheid en Glennson rent naar huis.  

18.01u.

Glennson komt binnen in hun huis op de derde, tevens bovenste verdieping. Het is muisstil in huis. En het ruikt niet naar eten. Dat is vreemd. Mamma had toch al gekookt moeten hebben, denkt hij bij zichzelf. En waar is ze? In de gootsteen ligt een zak ontdooide kippendijen. Hij doorzoekt alle kamers in rap tempo. Zijn hart begint steeds sneller te kloppen. Hij heeft geen idee hoe een hartaanval aanvoelt, maar gelooft dat hij dat aan het hebben is.

“Mammaaaaa!”

Hij rent de deur weer uit. De trap af, naar de buurman beneden. Hij bonkt op de deur.
“Meneer Goedhart, meneer Goedhart! Doe open! Heeft mijn moeder iets gezegd? Waar is ze?”

Meneer Goedhart, een Surinaamse man van vijfenzeventig jaar, opent de deur en omhelst Glennson meteen. Heel stevig. Zonder wat te zeggen. Glennson wordt erg ongemakkelijk. Hij komt al vanaf hij klein is over de vloer bij meneer Goedhart, maar hij heeft hem nog nooit zo stevig omhelst. Het voelt aan alsof hij hem niet los wilt laten. Het ongemakkelijk gevoel wordt steeds intenser. Glennson rukt zich los uit de armen van die ouwe.

“Wat is er met haar? Waarom is ze niet thuis”, schreeuwt hij meteen als hij zich bevrijd heeft. Meneer Goedhart kijkt hem aan met een verdrietige blik. Hij heeft duidelijk moeite om de juiste woorden te vinden om te zeggen wat hij moet zeggen.

“Glenn, je moeder, uhm. Je moeder was bij de markt en… En..”

“En wat? En wat?”

“Je moeder was op de markt. Maar toen ze overstak naar de andere kant, schoot er een, tja, een gek in een kleine sportauto de Meent over en reed haar aan en... Ze is er niet meer, Glennson. Ze is dood. Ze was op slag dood.”

Glennson rept geen woord. Hij staart voor zich uit, totdat hij van opwinding begint te kotsen. Over zeker de helft van het Perzisch tapijt van meneer Goedhart. Hij staat trillend naar zijn eigen braaksel te kijken, maar zegt nog steeds niets. Meneer Goedhart probeert hem weer beet te pakken om hem te kalmeren, maar hij slaat zijn hand weg.

“Maak je maar niet druk om het tapijt, ik…”

Voordat meneer Goedhart uitgesproken is, stormt Glennson het huis weer uit. Hij rent de trap in het portiek af en rent naar buiten. Hij heeft geen idee waarheen, maar hij rent. In semi-psychotische toestand blijft hij rennen.

18.53u.

Wanneer hij weer bij zinnen is, merkt hij dat hij langs de Maasboulevard aan het lopen is. Door het klotsen van de golven tegen de kade komt hij een beetje tot rust. Hij vraagt zich af of hij naar zijn moeder toe moet gaan. Wat heeft dat voor zin. Ze is er niet meer. Ik heb niet eens gevraagd waar ze is. Hij besluit even te gaan zitten en naar het water te staren. Flashbacks komen en gaan. Hij denkt aan zijn moeder, Josepha Winklaar. De belangrijkste persoon in zijn leven.

Hij is weer op Curaçao met haar. Toen ze tante Djurney gingen begraven. De enige keer dat hij op Curaçao geweest is. Na de begrafenis lopen Josepha en Glennson door het kerkhof. De rest van de familie is langzamerhand aan het vertrekken, maar Josepha wilt het een en het ander met haar zoon bespreken. Ze lopen een heuvel op. Op het hoogste punt stoppen ze.

“Glenn, luister. Toen ik klein was kwam ik hier vaker. Niet alleen voor begrafenissen. Ik kwam als tienermeisje vaak hier zitten. Precies hier waar we nu staan. Ik zette dan mijn handen en voeten in de Aarde. Ik had een moeilijk tijd als kind. Mijn moeder en mijn stiefvader hadden vaak ruzie. Hij sloeg haar ook. Ik kon er weinig aan doen, maar vond hier mijn rust. Hier voelde ik mij één met God. Ik deed dingen die niet zo goed voor me waren. Vanaf mijn veertiende dronk ik veel whiskey. Ik had een fles onder mijn bed. Ik vocht vaak op school. Als ik naar school ging, dan. Ook met leraren. Maar hier? Hier vergat ik al mijn problemen. Hier kon ik mezelf zijn. Mijn echte zelf. Vind ook zo’n plek voor jou zelf.”

19.13u.

Opgeschrikt door een reeks binnenkomende appjes, wordt Glennson uit zijn trance geschud. Het zijn berichtjes van Dj Liga.

“Waar ben je nou?”

“Ik heb niet heel de dag hè”

“Als je serieus poku wilt maken, kan je niet zo onverschillig zijn, man”

“WTF?”

Zijn eerste reactie is om zo snel mogelijk een verontschuldigend berichtje terug te schrijven, maar beseft dat het hem op dit moment niet zo boeit, wat iemand als Dj Liga van hem denkt. Zijn wereld staat op zijn kop. Is rapper worden wel zo belangrijk voor hem? Nu niet meer. Hij wilde zijn moeder trots maken. Geld verdienen met zijn raps, zodat hij haar kon ondersteunen. Wat heeft het nog voor zin. Hij steekt zijn handen in zijn jaszakken. In de linkerzak voelt hij iets zachts. Hij haalt het eruit en ziet dat het het restant van de wiet van vanmiddag is. Lionel heeft het stiekem in mijn zak gedaan toen ik wegging. Tof van hem. Thanks, brada. Hij draait een joint en zit nog even langs de Maas. Misschien wordt dit wel mijn plek.

21.01u.

Glennson’s telefoon gaat weer tekeer. Hij kijkt en schrikt weer van de tijd die er verstreken is. Het zijn berichtjes van Mayumi.

“Hey… “

“Als je een keer zin hebt om te chillen laat me weten.”

“?”

Hij glimlacht even. Maar kijkt meteen weer bedroefd.

Hoe dubbel is dit? Vandaag, zucht. Vandaag. Wat is er met vandaag?

Tijd om te gaan. Maar waarheen?

21.27u.

Glennson belt aan bij meneer Goedhart.

“Glennson! Ik ben blij dat je terug gekomen bent. Ik maakte me zorgen.”

“Ja, buurman. Ik ben nu rustig. Ik wil weten waar mijn moeder is. En wat ik verder moet doen. Ik…”

Terwijl hij praat begint zijn stem te trillen. Het wordt steeds zwakker en krijgt moeilijk de woorden door zijn keel.

“Ik weet niet wat ik moet doen”, huilt hij hard op. “Ik weet het niet meer. Ik heb alleen mijn moeder. Wat moet ik doen. Wat moet ik doen.”

Hij blijft huilen. Zijn tranen zijn niet van elkaar te onderscheiden. Heel zijn gezicht is nat. Meneer Goedhart sluit de deur en omhelst hem stevig.

“Je vindt wel een manier, jongen. Altijd.”