Rotterdam

Liefdesbrief aan Rotterdam

Rotterdam

Een hart vol kracht en kranigheid

de geest vol dapper verweer tegen oud zeer van weleer

Het hart vol zotheid, de geest vol lof

ons lot is niet om weg te rotten

of af te drijven van het eiland dat we zijn

 

Het leven vieren

met cocktails van plezier

In het bruisen van de nacht

en het zinderen van de stad

Misschien niet wit maar altijd verliefd op de Witte de With

 

Waar we carnavallen in de regen

met de voetjes van het gras gaan

Zingen tot het te horen is in alle stegen

Want wij schreeuwen het van de daken

dat er nooit een tijd was waarin we zwegen over

hoe dwaas en dromerig en trots we willen wezen

 

De stad die schittert in zomers winterweer

en straalt in winters zomerweer

De stad van schepen en van varen

van wijsheid en van komedie

van heden en verleden, toen en nu, ooit en nooit

Waar de straten rood kleuren wanneer niets mooier is dan dat ene woord

en we met z’n allen zwijmelen om de skyline

 

De stad die roze is, roze dromen op roze wolken

met roze brillen op marcherend over de regenboogpaden

de roze muur een bezienswaardigheid op Instagram

maar de charme van de stad, daar vind je nooit een filter van

 

De stad van ‘’ons krijg je niet klein’’

We blijven staan, blijven drijven, volle kracht vooruit

We bouwden op wat werd platgestampt

plantten bloemen waar de stenen vielen

Want onze harten kun je breken maar nooit onze zielen

Je kunt ons laten rotten maar de dam breekt niet

 

De stad van de zwaan en haar zwier, trots als een pauw

van groots en werelds en toch zo rood wit blauw

van een nieuw begin, vleesgeworden luchtkastelen

Dromen die doelen werden in de haven en op de brug

van stemmen laten horen en harten laten spreken

van kleuren niet gezien maar verhalen wel gehoord

van zelfgebouwde podia en schitteren, ongestoord

 

Van schreeuwen in de tunnel en lachend in het park

Van genietend in de file, de stad is magisch after dark

Van coole burgemeesters en meesterlijke levenslust

Van struinen door de diergaarde en je ogen uitkijken bij Blaak

Van hotspots op elke straat en een ambiance die je hart nooit verlaat

 

Van overal een t aan vast met de t van zellufspot

van blunders en van goten, depots en hoerenlopers

van gieren in het reuzenrad en rennend op de trap

waar je heus altijd mag, nee moet, wilt, zeggen

“Hier ben ik, dit ben ik, ik sta in mijn eigen kracht!”

 

De stad met het zuiden van ‘’moeilijk maar we gaan d’r voor’’

van dansen met dromen en toveren met de toekomst

want het is onze levenslust die de stad wakker kust

het zijn onze woorden die nooit worden gesust

het is ons hart, onze ziel, onze geestdrift die nooit rust

 

Van vrijheid vieren op de bruggen tussen vroeger en later

Van bewonderend zuchten om ons Manhattan aan de Maas

Van roze wolken die donderen als het onze passie belieft

Van roze brillen die vuur spuwen als we haat willen laten luwen

Van waaien met de winden mee, maar wel lekker tegendraads

Van beloftes en bevlogenheid, een motor die nooit afslaat

Van vloeken, tieren, maar we komen er

Van lachen, liefhebben, genieten en versieren

Van alles wat niet in een hokje past

zoveel mooier dan Manhattan, ons thuis daar aan de Maas

 

De stad van kwetteraars en kunstenaars

van denkers en overtreffers

van zoeken naar jezelf en je happy plaats

van superhelden in het ziekenhuis en in de schoolbanken

van sterrenstof bij ritjes langs het water

van tranen om onrecht en herdenken van wat zich niet mag herhalen

van ‘’alles is mogelijk, als je maar niet te moeilijk doet’’

van het leven is bitter, maar dan wel bitterzoet

van de zwaan die solidair met het leven kleurt

en de straten waar het naar de hele wereld geurt

Wij zijn Rotterdam

Wij zijn alles wat niet in een hokje kan