2. De taalmissie

Overwin mij

2. De taalmissie

Uppsala, 22 augustus 2013

Steeds als de jongen met de dreadlocks een bocht maakt, schuiven onze koffers door de achterbak van het busje en landen ze met een klap tegen een van de zijwanden. ‘Oeps,’ zegt hij voor de zoveelste keer deze rit. Hoe zuinig ik ook op mijn spullen ben, ik vrees dat mijn bagage de reis van vandaag toch niet ongeschonden door zal komen. De nieuwe wereld die achter het raam van de auto aan me voorbijtrekt is echter een goede afleiding. Als we het centrum uit rijden, veranderen de oude, in pastelkleuren geverfde gebouwen in modernere woningen. Die maken vervolgens ruimte voor open velden met naaldbomen in de verte, tot we in een nieuwbouwgebied terechtkomen. Binnen tien minuten zie ik meer van de stad dan in de afgelopen vierentwintig uur bij elkaar. Ik ben een guppy in een draaikolk.

            Naast me zit een Duits meisje dat duidelijk veel cooler is dan ik. Ze heeft in ieder oor vier oorbellen en haar eyeliner is perfect recht aangebracht. Stiekem wil ik meteen beste vriendinnen met haar worden, maar ik vind haar naast indrukwekkend ook nogal intimiderend en durf haar dus niet aan te spreken.

            ‘Eerste halte,’ zegt onze chauffeur met een Amerikaans accent terwijl hij op het formulier op de stoel naast hem kijkt. ‘Lena Ver... nog wat.’

            ‘Dat ben ik!’ zeg ik terwijl ik de deur van het busje openmaak. Ik had gehoopt dat ik mijn pasgeleerde Zweeds misschien op mijn chauffeur zou kunnen uitproberen, maar aangezien hij regelrecht uit het San Francisco uit de jaren zestig weggelopen lijkt te zijn, schat ik in dat ik het beter bij Engels kan houden.

            De jongen en ik stappen uit en halen samen mijn loodzware bagage uit de kofferbak.

            ‘Oké, dus je gaat daar die deur door.’ Hij wijst naar de ingang van een modern flatgebouw aan de overkant van een klein grasveldje. ‘Dan neem je de lift naar de derde verdieping, en daar is je appartement.’

            ‘Oké,’ zeg ik terwijl ik mijn sleutels alvast uit mijn jaszak haal. ‘Dank je wel!’ Ik hijs mijn rugzak weer op mijn rug en pak het handvat van mijn koffer vast. Terwijl ik naar mijn voordeur loop, hoor ik de overige koffers door de achterbak van het busje schuiven als het voertuig de bocht om draait.

            Na een korte zoektocht op de derde verdieping ontdek ik uiteindelijk aan welke kant van het gebouw mijn kamer zich moet bevinden. Met een elektronische sleutel maak ik een tussendeur open. Ik til mijn koffer over de drempel en kom in een doodstille gang terecht. Ik loop een kapstok en een schoenenrekje voorbij en kijk op de bordjes naast elke deur. Net als ik de moed wil opgeven, zie ik bij de laatste kamer het juiste nummer staan.

            Achter mijn voordeur bevindt zich een klein halletje met aan de linkerkant de badkamer en aan de rechterkant een kastenwand. Via een tweede deur kom ik op mijn slaapkamer terecht, waar een bed, een nachtkastje, een bureau, een stoel en een boekenkast in staan. Aan de citroengeur te ruiken is de kamer pasgeleden nog schoongemaakt.

            Ik draai de deur achter me op slot en rol mijn koffer naar binnen. Dan zet ik mijn rugzak op het bureau, haal er een appel uit en plof op mijn bed neer. Al kauwend kijk ik de ruimte rond en langzaam gaat de storm in mijn hoofd liggen. Hoe vaak ik ook op reis ga, het is altijd weer een kleine opluchting om ergens aan te komen.

 

Jag söker bussen till Uppsala,’ zeg ik in het beste Zweeds dat na een online cursus van een maand van iemand verwacht kan worden. Blijkbaar klink ik niet al te best, want de studente om de hoek van mijn flat gaat meteen over op het Engels en legt me uit dat ik ook naar het centrum kan lopen. Misschien had ik toch beter een échte taalcursus kunnen volgen.

Mijn maag knort bijna hoorbaar. Van mijn volgende vraag heb ik geen idee hoe ik hem in het Zweeds moet stellen en dus ga ik zelf ook maar op de internationale lingua franca over. ‘En waar kan ik hier de beste kanelbullar vinden?’

            Met een vriendelijke glimlach geeft ze me de naam van een koffiezaak waar ik op weg naar het centrum langskom. ‘Probeer de kladdkaka ook eens,’ geeft ze me als tip. ‘Zweedse chocoladetaart. Met slagroom is-ie het lekkerst.’

            Ik gooi mijn rugzak over mijn schouder en probeer de route te volgen die me is aanbevolen. Halverwege het grasveld voor mijn deur haal ik voor de zekerheid toch maar mijn telefoon uit mijn zak en tien minuten later sta ik voor Espresso House, een koffiezaak die er verdacht veel als een Zweedse variant van Starbucks uitziet.

De koffienamen op het menu komen me bekend voor, maar van de gebaklijst herken ik alleen het klassieke kleffe kaneelbroodje. Ik doe een poging in de landstaal te bestellen, maar zodra ze me een vraag stelt, wordt wederom duidelijk dat het maar goed is dat de universiteit taalprogramma’s voor uitwisselingsstudenten aanbiedt. Engels dan maar weer. ‘Sorry?’ zeg ik verontschuldigend als ik de vraag van de barista niet weet te ontcijferen.

            Ik ben inmiddels een paar uur in Zweden en het is waar wat ze zeggen. De mensen zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam en de uitvinder van de kannelbulle mag wat mij betreft vandaag nog heilig worden verklaard. Ze zijn echter ook experts in het detecteren van niet-Zweden en dus heeft mijn taalzelfvertrouwen al een bescheiden deukje opgelopen. Terwijl ik het kleverige mengsel van boter, suiker en kaneel van mijn vingers poets, stel ik dan ook meteen een kleine missie voor mezelf op. Hoe kort of nutteloos de dialoog ook is, ik moet en zal vandaag een volledig Zweeds gesprek met iemand voeren.

 

Hoewel een kannelbulle een lekkere snack is, heb ik een uur later alweer honger en dus zoek ik op waar het dichtstbijzijnde hamburgerrestaurant zich bevindt. Google Maps stuurt me naar Max Burger, een Scandinavische fastfoodketen die twee straten verderop blijkt te zitten. Met mijn taalmissie in mijn achterhoofd loop ik ernaartoe. Voor de zekerheid zoek ik in mijn miniwoordenboek Zweeds op wat de correcte manier is om eten te bestellen. Dan stap ik vol goede moed en met een poging tot een zelfverzekerde houding naar binnen.

            Als ik het menu bekijkt, voel ik mijn zelfvertrouwen steeds groter worden. Dit wordt een eitje.
            ‘En Grand Deluxe Triple Cheese menu, tack,’ zeg ik. Hoewel ik me regelmatig erger aan de Amerikaanse invloed op Europese cultuur, komt het me in dit geval maar al te goed uit. Ik glimlach beleefd en wacht af tot de kassamedewerkster me vraagt wat ik wil drinken.

‘Cola light,’ zeg ik in het Engels en Zweeds tegelijk.

Uit de volgende vraag die ze stelt, versta ik alleen het woord dip. Meer heb ik echter niet nodig. ‘Max Original,’ antwoord ik.

            Nadat ik betaald heb, gaat ze aan de slag en een paar minuten later schuift ze een dienblad met een enorme burger en vers gesneden friet naar me toe.

            ‘Tack!’ bedank ik haar net iets te enthousiast. Dan draai ik me snel om en loop ik met een grijns van oor tot oor tussen de tafeltjes door. Mijn eerste Zweedse gesprek is een feit. Taalmissie geslaagd.