Hoe ik een Rotterdammert werd

Een Rotterdammert Word Je Niet, Dat Ben Je #Rotterdamschrijft

Hoe ik een Rotterdammert werd

Oke, dit gaat even taboe-doorbrekend zijn. Of ik hoop dat het taboe-doorbrekend gaat zijn. Ik moet wat bekennen. Ik ben een transstadsueel. Ja, inderdaad, een transstadssueel. Wat dat is? Eigenlijk net zoiets als een transseksueel, alleen ben ik niet geboren in het verkeerde lichaam. Nee, ik ben perfect gelukkig als vrouw. Toch is er bij mijn geboorte iets niet helemaal goed gegaan. Een klein foutje. Van een slordige 120 kilometer. Ik ben namelijk geboren in de verkeerde stad.
 
41 jaar geleden begon mijn leven in Wemeldinge, een klein dorpje in Zeeland. Een dorpje waar ik eigenlijk nooit echt mezelf thuis heb gevoeld. Het was mijn woonplaats en geboorteplaats, maar ik had en heb er geen gevoel bij. Vanaf het moment dat ik kon praten, vertelde ik iedereen al dat ik naar “de grote stad” wilde. In Rotterdams accent trouwens. Mijn ouders en broers waren immers wel geboren Rotterdammers. Aangezien ik van hun heb leren praten, nam ik ook het accent probleemloos over. Ik werd groter en ging naar de plaatselijke peuterspeelzaal, kleuterschool en basisschool. Daar werd me duidelijk gemaakt dat ik er niet bij hoorde. Met een complete familie die wel uit Rotterdam kwam en mijn “rare” accentje, was ik in de ogen van de Zeeuwen ook een buitenstaander. En zo voelde ik me ook. Een buitenstaander. Aansluiting vinden is me nooit gelukt daar. De klik is er nooit geweest. Ik vond het maar een saaie boel in Zeeland waar nooit wat gebeurde en iedereen altijd alles wist van elkaar en alles zag. Behalve dan de ene keer dat er echt iets gebeurde op het saaie dorpje. Toen de bank werd overvallen, had spontaan niemand iets gezien. Ja, het kan raar lopen met die Zeeuwen.
 
Later verhuisde ik nog naar Yerseke, maar ook daar bleef het gemis van “de grote stad”. Al besefte ik me dat nooit echt duidelijk. Het was toch mooi, dat “rustige platteland”? Dat vond toch iedereen? De natuur, het weidse uitzicht, de zee….. Maar ergens diep van binnen wilde ik gewoon op de metro kunnen stappen, genieten van drukte op de markt, van het open enthousiasme wat de mensen in Zeeland van nature niet hebben. Als ik een grapje maakte bij de kassa in de supermarkt, kreeg ik enkel een wazige blik terug van de kassamedewerker. Geen idee waar ik het over had. Dus maakte ik die grapjes op een bepaald moment maar niet meer en voelde me diep van binnen nog minder begrepen, nog meer een buitenstaander. Ik voelde dat er iets mis was met me, maar geen idee wat. Ik had heimwee in mijn eigen woonplaats zonder het te beseffen.
 
En toen gebeurde het. De ommekeer in mijn leven. Ondertussen was ik 33 jaar en een alleenstaande moeder. Ik leerde een man kennen die in Rotterdam woonde. Rotterdam, die grote stad. Vriendschap op Hyves werd een relatie en diepe liefde voor elkaar. We gingen samenwonen en trouwen. In Rotterdam. Of nou ja, Pernis eigenlijk. Maar dichtbij genoeg. Ik genoot, ik bloeide helemaal op. Een grapje werd opeens begrepen. Ik genoot van de drukte om me heen. Ik was niet meer “dat rare wijf”, ik hoorde er gewoon bij. Ik durfde steeds meer en meer mezelf te zijn. Ik kon eindelijk mezelf zijn. Toen ik op een dag bovenop de Euromast stond, kijkend naar die prachtige stad, Erasmusbrug in de verte, voelde ik het. Ik geniet van de Markthal. De grote torens van containers bij de haven. De sfeer bij de Kuip als Feyenoord speelt. De vrolijkheid rondom de Kralingse Plas op een zondagochtend. Die ellendige roltrap bij de Maastunnel. Ik hou ervan. Van deze hele prachtige stad. Opeens werd het me allemaal duidelijk. Bij mij heeft altijd al de Maas door mijn aderen gestroomd. Een bakje koffie was voor mij altijd al een bakkie pleur. Mijn bed noemde ik mijn nest en als ik daar vroeg uitkwam, had ik erin gezeken. Ik ken de term “Krotenkoker”. De mentaliteit “Niet lullen, maar poetsen” is mij nooit vreemd geweest. Ik was altijd al een Rotterdammer. Eindelijk, na 35 jaar, realiseerde ik het me dat ik een Transstadsueel ben. Simpelweg geboren in de verkeerde plaats. Niemands schuld, soms gebeurt dat gewoon. Maar nu ben ik in de plaats waar ik thuishoor. Nu ben ik echt thuis en voel ik me thuis. Nu kan ik eindelijk met trots zeggen: “IK BEN EEN ROTTERDAMMERT!!”