Het nieuwe souvenir van Rotterdam

Het nieuwe souvenir van Rotterdam #RotterdamSchrijft Ambassadeursverhaal

Het nieuwe souvenir van Rotterdam

Jaar: 2021

Setting: het Hof van het Maximale Gelyk – Het Hof is sinds twee jaar de nieuwe parel van de stad. Een apart opgesteld Hof, dat anders werkt dan andere gerechtshoven. Nog altijd komen media uit alle omstreken en landen erop af. Omdat burgers van Rotterdam hier hun pleidooi mogen doen. Omdat de uitspraken vaak over worden genomen door de rest van het land. De basis draait om inspraak en meepraten, maar uiteindelijk bepaalt het Hof. Over zaken als de Nederlandse identiteit of vrijheid op straat. Een voorwaarde: er moet iets praktisch uitkomen voor de burgers. De benoeming van de rechter van dit Hof had maanden in beslag genomen. Talloze voor- en nabeschouwingen, columns, debatten en raadsvragen gingen ermee gemoeid.

Doel van de zitting: Overwegende dat ‘Dé Nederlander niet bestaat; overwegende dat Nederland de afgelopen decennia sterk is veranderd, heeft dit Hof, bij Koninklijke boodschap, een formeel onderzoek geopend; een formeel onderzoek naar een nieuw souvenir voor Nederland – te beginnen bij Rotterdam. Een souvenir dat recht doet aan het nieuwe Rotterdam. Het Rotterdam van nu. Kloppen de tulpen, molens en klompen nog wel? Of zijn we toe aan verandering? En hoe zit dit er dan uit? 

Werkwijze: De griffier roept deskundigen en pleitbezorgers een voor een op. Zij mogen hun verhaal doen. Ze mogen alle argumenten voordragen. Aan het einde van deze zitting komt het Hof tot een oordeel als het gaat om het nieuwe souvenir van Nederland, te beginnen bij Rotterdam.

Weer: Het weer is nukkig en tegelijkertijd charmant, zoals de stad dat ook kan zijn. Zonneschijn en regen ruziën om het toneel.

Moment van aanvang: Pleiter nr. 14 komt gehaast aanlopen met een trolley. Met zonnebril en een koffie to go. Alsof ze speelt in een film waarvan alleen zij het geluid hoort. Enthousiast zwaaiend naar de balie, de beveiligers, het schoonmakende personeel. Een ding staat vast: ze is te laat.

De deur valt met een klap dicht.

Rechter: ‘Beste mevrouw, kunt u uitleggen wat u komt doen? We zijn bezig met een serieus onderzoek!’

Pleiter nr. 14: ‘Edelachtbare, geachte aanwezigen, mijn excuses. Mijn vlucht uit New York had vertraging, maar ik hoop dat ik net op tijd ben om hier mijn verhaal te doen.’

Rechter: ‘Ik hou mij normaal strikt aan de tijd, dat is algemeen bekend.’

Griffier: ‘Geef haar een kans!’

YMP: ‘Pardon? Ik herinner me niet dat ik u het woord heb gegeven?’

Griffier: ‘Excuus meneer de rechter.’

Rechter: ‘Het is dat ik in een goede bui ben, en mijn griffier blijkbaar ook. Dus ik zou snel beginnen, voordat ik me bedenk.’

Pleiter nr. 14 begint:

‘Edelachtbare, geachte aanwezigen. Ik sta hier vandaag voor u om mijn idee voor het souvenir van Nederland – te beginnen bij Rotterdam, anno 2021, met jullie te delen. Met als doel natuurlijk dat de rechter uiteindelijk oordeelt dat het mijn souvenir zal worden wat binnenkort overal te koop zal zijn.

Dames en heren, zoals ik zei, ik kom net uit New York. Uit vele honderden inzendingen was ik geselecteerd om daar Nederland te vertegenwoordigen bij een summer school van de Verenigde Naties.  

Trots deelde ik via social media een foto van mezelf in het gebouw van de VN, u kunt het zien op het scherm. Ziet u iets vreemds op de foto? Ik in het begin niet. Maar de reacties verrasten me. “Je ziet er niet echt Nederlands uit” was een van de reacties, of: “Bijzonder dat juist jij Nederland vertegenwoordigt”. Nee, een vanzelfsprekende Nederlander ben ik volgens velen niet.

Voordat ik vertrok, kreeg ik een opdracht. Ik moest naar New York een voorwerp of muzieknummer meenemen wat Nederland tot uitdrukking bracht. Een soort ultiem souvenir van het land.

Dus stopte ik een paraplu zorgvuldig in mijn koffer. Wanneer regent het hier nu niet? Een doos stroopwafels met molens op de verpakking volgde, het dagboek van Anne Frank en muziek van Marco Borsato.

Er was nog iemand uit Nederland geselecteerd. Iemand die net op het nippertje mocht komen, omdat de deelnemer uit Argentinië was uitgevallen. Een jongeman, net als ik geboren en getogen in Nederland, wonend in Rotterdam, met roots uit de Hindoestaanse diaspora.

Hij had baithak ghana-muziek meegenomen naar New York om te delen tijdens de summer school, een muziekstroming die enorm belangrijk is geweest tijdens de Hindoestaanse migratiegeschiedenis. Vooral bekend in Suriname, Trinidad en Tobago. Weten jullie wat bhaitak ghana muziek is? Je zou het ritmisch kunnen noemen, of niet, de meningen daarover zijn verdeeld. Lastig uit te leggen, woorden schieten tekort.

In ieder geval is het muziek die menig verjaardagsfeest uit mijn jeugd kleurde. Net zoals van de jongeman die de muziek had meegebracht. Wat mij echt triggerde, was dat hij zijn keuze verklaarde door heel nuchter te zeggen:  

 “Deze muziek is nu toch ook echt Nederlands?”

Het klonk prikkelend, eigentijds. Heel Rotterdams. Mijn paraplu en Marco Borsato muziek voelden nog steeds heel Nederlands, maar ook wat achterhaald, een beetje oudbollig.

Ik heb een gelaagde identiteit: geboren en getogen in Nederland, met ouders uit voormalig kolonie Suriname en voorouders uit India. Het is mede-gevormd en gevoed door verhalen uit drie totaal verschillende continenten. Mijn Hindoestaanse achtergrond is onderdeel van mijn verhaal, mijn identiteit, mijn invulling van het Nederlander zijn. Ik heb nooit het gevoel gehad dat dat mij minder Nederlands maakt dan een ander. Waarom zou de muziek uit mijn jeugd inderdaad niet net zo goed ‘echt Nederlands’ kunnen zijn?

En for the record de muziek uit mijn jeugd was echt bijzonder. Een soort mysterieuze klankenwereld waar ik met mijn zusje werd ingezogen. Ik zie het nog voor me. We zitten samen met mijn ouders voor de buis. We kijken de Bollywood film Kabhi Kabhi. Mijn zusje en ik verstaan de woorden niet, maar zijn op slag verliefd door de wondermooie tonen.  

Me opwinden over het ‘Nederlanderschap’ doe ik al langer. In columns, verhalen en opinies. Ik vind dat we de multiculturele samenleving moeten erkennen als een feit, omdat het er nu eenmaal is. Dit schreef ik al in 2011. Jongeren met roots die de grenzen overgaan willen zich niet afvragen of ze wel bij het Nederland van nu mogen horen. Ze zijn allang onderdeel van deze samenleving.

Ik ben helemaal niet zo’n oproerkraaier. Ik heb verhalen te vertellen, dat zeker. Dit verpak ik in doordachte zinnen, sfeerbeelden, observaties. Schreeuwerig wordt het niet.

Toch krijg ik soms heftige reacties op mijn columns. Wat me aangrijpt is als mensen roepen dat ik vooral terug moet gaan naar mijn eigen land. Welk land zou dat dan moeten zijn? Suriname was toen mijn ouders er werden geboren al onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. En mijn voorouders werden rond 1900 onder dwang geronseld in India om op de plantages van Nederlandse eigenaren in Suriname te moeten werken.

Mijn ouders kozen ervoor hun oudste dochter, ik dus, geboren te laten worden in het illustere plaatsje Almelo in Overijssel. Zij kwamen als begin twintigers naar Nederland. Vonden het individualisme interessant en prikkelend, en ze mengden dit met de mooie tradities en verhalen uit hun geboorteland waar het collectief belangrijk is. Nu kijken mijn ouders met intense verbazing naar het debat in Nederland. Al het geroep over ‘wij’ en ‘tradities’ in relatie tot die Nederlandse identiteit. Steeds meer aandacht voor het collectief, waarin ‘afwijkingen’ van de groep worden gewantrouwd.

Gelukkig maakte ik door mijn ouders ook kennis met Rotterdam.

Op 18-jarige leeftijd koos ik instinctief voor deze stad om er te gaan studeren. Ik was de eerste uit mijn familie die naar de universiteit ging. Alles was nieuw, onwennig, ongemakkelijk. Maar kijkend naar Rotterdam, zag ik mijn reflectie. De stad bewoog, was volop in ontwikkeling en werd vaak omschreven als underdog. Hetzelfde gold voor mij. De metamorfose van het Rotterdamse Centraal Station liep parallel aan mijn ontwikkeling. Beetje bij beetje, steen voor steen, ontdekte ik wie ik was, durfde ik steeds groter te dromen.

Er zit schoonheid in het zijn van de underdog. Juist als je niet mee kan doen met het keurslijf van een ‘collectief’, ontstaat iets anders: vechtlust. De wil om door te zetten, een eigen pad te volgen. Lukt het niet, dan sloop je alles en begin je opnieuw.

In de ‘echte’ Rotterdamse straten is geen meerderheid. Rotterdammer-zijn overheerst. Met geborgenheid en onverwachte stadintimiteit. Als niemand domineert, zijn we allemaal in charge. Zijn wij allemaal de nieuwe autochtonen.

Rotterdam is de plek waar ik in navolging van mijn (voor)ouders naartoe ‘migreerde’. Want soms voelt het als een ander oord, een plek op zichzelf in Nederland. Ik kwam erachter dat Rotterdam ‘nooit af is’, niet in een hokje valt te stoppen. De stad werd mijn muze en voorbeeld. Zoals die zichzelf steeds weer ontwikkelt en opnieuw uitvindt. Hoe dit nooit op zal houden. De Rotterdamse identiteit is nooit af, net zoals de mijne.

Al die identiteiten, geschiedenissen, geloven, overtuigingen, – het is Rotterdam in haar pure vorm. Het mag rauw zijn, of juist helemaal niet, het moet schuren, of juist vallen in harmonie. Ergens in die stad die nooit af is, vind ik niet alleen vrijheid. Ik vind er vooral mijn identiteit terug, die in de kern veel meer Rotterdams is.

Bij mijn volgende summer school in het buitenland, wil ik iets anders meenemen, een ander souvenir van Nederland, waar ook mijn verhaal in zit.

Wat ik echt zou willen is een muziekdoosje. Met dat mooie liedje uit mijn jeugd, Kabhi Kabhie. Mijn ouders hebben hier in Suriname naar geluisterd. Mijn zusje en ik later ook in Nederland. Het is nog steeds een klassieker. Veel Hindoestaanse koppels draaien het nog steeds op bruiloften. Het is een lied vol met emotie, herinneringen en melancholie. Inmiddels ook echt Nederlands, echt Rotterdams geworden, net zoals ik.

Dat, meneer de rechter, zou een perfect souvenir zijn voor Rotterdam 2021. Maar eigenlijk ook voor heel Nederland.’

Rechter: ‘Dank voor uw bijdrage pleiter nr. 14. We nemen het mee in het onderzoek. U hoort bij afronding van het onderzoek of uw voorstel het nieuwe souvenir van Rotterdam wordt.

Dan geef ik nu het woord aan pleiter nr. 15.

 


Vond je dit een mooi verhaal? Like, volg en deel het dan met je vrienden en familie.
We zijn ontzettend benieuwd naar jouw eigen verhaal over Rotterdam. Doe je ook mee met de RotterdamSchrijft schrijfwedstrijd? Je kunt toffe prijzenpakketten winnen! Meer informatie www.rotterdamschrijft.nl