Voor haar doet hij alles

Voor haar doet hij alles #KoboTalent

Voor haar doet hij alles

                                                                        Één     

‘Ik heb nieuwe voetbalschoenen nodig.’ Onno krabde in zijn kruis, schakelde de tv uit en gooide de afstandsbediening op de koffietafel. Blijkbaar had de voetbalwedstrijd waar hij de afgelopen twee uur naar had zitten kijken en voortdurend commentaar op had geleverd, hem geïnspireerd tot nieuwe prestaties, waar andere voetbalschoenen hem bij moesten helpen.

‘Kunnen we dat volgende week niet doen?’ Ik zat met mijn schrift en een nieuw kookboek op de bank aantekeningen te maken. Vanochtend, tijdens het boodschappen doen, had ik een idee voor een nieuwe smaak voor een taart gekregen en ik probeerde het ideale recept alvast op papier samen te stellen. De ingrediënten had ik in huis, ik moest alleen goed nadenken over de hoeveelheden ei, boter en suiker om te voorkomen dat de creatie voortijdig in de prullenbak verdween in plaats van in de maag van Onno, mijn gewillige proefkonijn. 

‘Doe niet zo saai.’ Hij gaf een tik tegen het schrift. Mijn pen rolde op de grond en het boek klapte dicht. De berekening die ik in mijn hoofd had, maakte plaats voor irritatie.

 ‘Iedere week verzin je wat nieuws om naar de stad te gaan. En iedere keer eindigen we in de kroeg. Met tassen vol met de meest onzinnige aankopen.’ Ik zakte op mijn knieën en voelde onder het bankstel om mijn pen te vinden.

‘Liv, ik had echt een nieuwe hengel nodig. En een nachtlamp en een vistent.’

‘Daar had ik niet eens aan gedacht. Ik dacht aan de draadloze koptelefoon waarvan je één oortje na twee dagen al kwijt was, de bluetooth speaker die je nooit aan de gang hebt gekregen en ergens onder in je kast ligt, het paar thermosokken dat iedere drie uur opgeladen moet worden en het derde boek over bier brouwen.’ We wisten allebei dat hij alleen maar hield van bier drinken. Veel en vaak. Naast zijn baan als stukadoor, voetballen, film kijken en in de kroeg zitten, zou Onno nooit tijd vrijmaken om zelf bier te brouwen. Maar net als het kopen van boeken over diëten en een paar plastic halters je liet voelen alsof er al een eerste belangrijke stap gezet was in een slankere en betere versie van jezelf, deden het kopen van boeken over bierbouwen, voetbalschoenen en hengels blijkbaar hetzelfde bij Onno.

‘Jeetje, wat flauw, Liv. Ik zeg toch ook niet dat je aan een kookboek en drie pannen genoeg hebt?’

‘Kun je niet alleen gaan?’ Bladerend in het kookboek probeerde ik het recept van de Red Velvet cake waarmee ik aan de slag wilde, weer te vinden.

‘Dat is ongezellig. Kom. Gaan we daarna gezellig een borrel bij Schippers halen.’ Onno pakte het schrift en het boek van mijn schoot en gooide ze op de bank. Met zijn vinger draaide hij een cirkeltje ter hoogte van mijn gezicht in de lucht. ‘Doe gezellig een beetje lippenstift op. Je ziet bleek. Ik wil met je pronken.’ Hij drukte een kus op mijn kruin.

‘Pronken? Zo veel aandacht heb je nooit meer voor mij als we eenmaal bij Schippers binnen zijn.’ Ik zuchtte. Daar ging mijn vrije zondagmiddag.

Onno maakte puffend zijn veters vast. Zijn conditie was niet meer wat het geweest was.  ‘Ik hou jou altijd in de gaten. Dat weet je.’

Dat was waar. ‘Ik had bedacht vanavond gezellig met zijn tweetjes thuis te eten,’ zei ik met mijn armen over elkaar.

Hij stond op en grijnsde. ‘We kunnen toch een pizzaatje meenemen op weg naar huis? Of een patatje halen? Dat zien we vanavond wel.’

Ik dacht aan de koelkast die ik vanochtend gevuld had met verse groenten en de krielaardappeltjes, die ik al voorgekookt had. Ik wilde geroosterde groenten en aardappeltjes uit de oven maken. Met olijfolie en verse rozemarijn. Geen pizza met fabriekskaas en worst zo taai als een schoenzool waar het vet uit droop, op een bodem van karton.

Ik wist wie deze strijd ging winnen.

Zuchtend stond ik op en trok het elastiek uit mijn haar. Ik klom de trap op om mijn campingsmoking en badstof sokken met ntislipzool te verruilen voor een outfit waar ik me met goed fatsoen mee in de kroeg kon vertonen.

                                                                  Twee           

Bij de zesde sportschoenenwinkel die gespecialiseerd was in voetbalschoenen, vond Onno eindelijk het paar schoenen dat hij op televisie gezien had. ‘Yes!’ zei hij en maakte een gebaar zoals alleen Lee Towers dat kan. Op het moment dat hij breeduit grijnzend de schoen uit het vak aan de muur haalde, leek hij op een kind in een speelgoedwinkel dat zonet te horen had gekregen dat hij mocht graaien wat hij wilde. Als Rafiki uit de Lion King die op de punt van een rots Simba aan de wereld presenteert, hield hij de voetbalschoen als een trofee voor zich. Ik denk niet dat Messi blijer was toen hij de Gouden Schoen won, dan Onno op dat moment. De verkoper sprong op zijn prooi af en begon met zijn promotiepraatje.

Het verhaal over het belang van de hoogte van de noppen en de lengte van de lip hoorde ik gedachteloos aan. Ik onderdrukte een geeuw. Mijn ogen dwaalden naar de overkant van de straat. “Te huur” was in slordige, beverige letters op de poster achter het raam van het schattige pand geschreven, een 06- nummer stond eronder.

‘Ik loop alvast naar buiten,’ zei ik tegen Onno, die niet eens omkeek terwijl hij de verkoper verveelde met zijn verhaal over het voetbalteam waar hij deel van uitmaakte en dat standaard onderaan de lijst van de competitie bungelde. Dat laatste vertelde hij er niet bij. “Het bierelftal” werden ze op de club genoemd.

De verkoper knikte af en toe en deed zijn best om geïnteresseerd te blijven kijken – ik vroeg me af of hij überhaupt wel iets kon horen van wat de mensen in zijn winkel zeiden door de agressief klinkende hiphop die uit de speakers schalde – en verwijderde de proppen papier. De schoenen zouden voor minimaal een maandsalaris van degene die ze gemaakt had van eigenaar verwisselen.                         

                                          Drie   

De bestrating van kleine, ouderwetse klinkers glom van de regen en weerkaatste mijn silhouet. Het was nog maar net gestopt met regenen en het was deze zondagmiddag stil op straat. De drukte van de kerstdagen lag net achter ons en de lente met zijn eerste Rokjesdag was nog te ver weg om voor de meeste mensen het gevoel te geven dat er Nu Echt Nieuwe Kleren of voetbalschoenen met speciale noppen gekocht moesten worden. De kerstverlichting was vorige week weggehaald. In de gemoedelijk ogende straat waren voornamelijk kleine, gespecialiseerde winkels gevestigd. Een ambachtelijk schoenmaker, een fietsenwinkel waar ze je band nog plakten volgens het bord op de deur, een atelier met allerhande kleurige kunstwerken in de etalage en een schattige boekwinkel dat zo uit de film “Notting Hill” ontsnapt leek te zijn, zaten op hetzelfde rijtje als het leegstaande pand. Aan de overkant was een winkel met “Exclusieve vintage kleding” - wat natuurlijk gewoon een slimme marketing truc was om oude rommel hip en trendy te laten lijken - een kaaswinkel met lokale specialiteiten en een hobbywinkel annex Winkel van Sinkel.

Met mijn handen aan de zijkanten van mijn hoofd maakte ik een kommetje en keek voorzichtig door het viezige raam naar binnen. Achterin de zaak bevond zich een ouderwetse toonbank met een koperen railing. Tegen de muur waren een rij kastjes bevestigd. In het midden met glazen deurtjes, aan de zijkanten met ontelbare vakken en laden. Boven de grepen zaten emaillen plaatjes geschroefd, die in krullende letters de inhoud van de laden toonden. Aan de wanden was een lambrisering met een sierlijke rand getimmerd. Hier en daar liet het hout los en in het behang erboven zaten grote luchtbellen. Bij het plafond hingen een aantal stroken behang los, en het stucwerk op het rijk versierde gipsen plafond was gebladderd. Op de grond lag een houten vloer, met grote kieren tussen de planken. Een redelijk kansloze missie voor een amateur klusser als ik, maar toch begon mijn hart sneller te kloppen. Ik rende meer dan ik liep terug naar de sportwinkel waar Onno zich net voor het afrekenen door de verkoper de tiende bundel sokken voor de halve prijs liet aansmeren.

Ik trok hem aan zijn mouw: ‘Kom eens mee kijken!’

Onno betaalde en pakte het plastic tasje met de schoenen aan. Hij keek demonstratief op zijn horloge en sjokte achter me aan. ‘Toch weer niet naar een boekwinkel, hè? Of een kookwinkel? Ik heb om vier uur met Derek afgesproken.’

‘Derek kan vast wel een biertje bestellen zonder jou.’ Ik stak bijna hollend de straat over. ‘Nee, dit iets veel leukers,’ riep ik.

 

 * * *

Dit zijn de eerste hoogdsrukken.Met het volledige  verhaal heb ik de #KoboTalent/Sweek schrijfwedstrijd gewonnen. Eind dit jaar komt bij Kobo/Bol/Sweek het boek als e- en audiobook uit. Later volgt de paperback. 

Lees ook een van mijn andere prijswinnende boeken: ' Zie jij mij?' of 'Op eenzame hoogte'.    


Veel dank aan al mijn lezers. 

Voor jullie doe ik het. 


Lieve groet,

Saskia M.N. Oudshoorn