Het Bezoek aan Ove

Het bezoek aan Ove #RotterdamSchrijft Ambassadeursverhaal

Het Bezoek aan Ove

Van verschillende kanten heb ik vernomen dat hij niet meer leeft. Dat is weliswaar iets anders dan een officiële annonce, maar ik durf het toch te geloven. Op internet kon ik trouwens niets over hem vinden, en hoewel ook dat geen sluitend bewijs is of iemand doodverklaard kan worden, als aanvullend bewijs is het tegenwoordig wel geaccepteerd.

 

We zaten op de lagere school in Bloemhof bij elkaar in de klas. De straten en de huizen die aan het schoolplein grensden en de daarachter liggende huizen en straten, waren niet bepaald begerenswaardig. Behalve dan misschien rond Koninginnedag en tijdens de laatste dagen van het jaar, zij het om totaal verschillende redenen. Op 30 april waren de straten onvergelijkbaar fraai uitgedost, en naar de jaarwisseling toe heerste er een fascinerende grimmigheid vanwege de kerstbomenjacht. Waar in Rotterdam was het kerstbomenleger zo sterk als in de Oleanderbuurt? Waar werd er sierlijker met een fietsketting gezwaaid, en waar kwam snelheid om je uit de voeten te maken beter van pas dan daar? 

En precies op die plek woonde mijn klasgenoot. Hij kon enorm hard lopen. Ik ook wel, alhoewel inmiddels niemand meer op die gedachte zou komen. Bij hardloopwedstrijdjes won hij nipt, hoe ik ook mijn best deed daar verandering in te brengen.

We waren beiden fanatieke straatvoetballers. Niet met elkaar, want ik woonde een wijk verderop. Mijn wijk zag er overigens niet veel aantrekkelijker uit dan de zijne, en je moest ook daar een hele reis ondernemen om iemand tegen te komen die wel eens van Pierre Bayle,  Willem de Kooning of Jan Hendrik Leopold had gehoord. Maar dat was beslist niet erg, want wij konden gewoon voetballen tot het donker werd. 

In clubverband speelden we aan de Oldegaarde. Hij in een betere club dan ik. Slechts een keer kwamen we tegen elkaar uit, tijdens een toernooi. Ik bleek toch weer snelheid tekort te komen, zoals mijn hele elftal trouwens. Er restte ons slechts een vaantje.

 

Na schooltijd schuimden wij regelmatig de omgeving af. Dan kwamen we wel eens langs de Polderlaan, waar op de hoek IJzeren Rinus, s-werelds beste centrale verdediger, zijn sigarenzaak dreef. 'Niemand komt er door', zo bezworen hij en Theo de Tank elkaar voorafgaand aan elke wedstrijd. 

Als Rinus de training achter de rug had, was de semiprof van Feyenoord in zijn winkel te vinden om Lexington, Caballero of Miss Blanche over de toonbank te schuiven. Of hij likte zegeltjes voor het totoformulier van de komende zondag: '0-0, een drie'. Wij stonden aan de etalageruit geplakt, een van onze helden op minder dan elf meter.

Mijn klasgenoot was niet alleen sneller, hij was ook brutaler, roekelozer, al zou ik mezelf niet per se als bleu en voorzichtig hebben getypeerd. Een gekkigheidje opperen vertaalde hij al snel in een actie. Zo stelde ik hem voor ons grote idool, Ove Kindvall, thuis om een handtekening te vragen. Op een of andere manier kwamen we aan het adres van de Zweedse spits, die Feyenoord een jaar later met een lobje zijn grootste succes zou bezorgen: de Europacup. Kindvall was de productiefste spits van de Rotterdamse club ooit. 127 doelpunten in 144 competitiewedstrijden. En dan te bedenken dat hij zich in de koude maanden als een winterslaapwandelaar over het veld bewoog. In Zweden werd er s-winters niet gevoetbald en die wetenschap leek Ove in de botten te zitten.

Hij hing in onze slaapkamer hoog boven Rinus Israël. 

 

Op een middag zouden we aansluitend aan school onze reis aanvaarden. Zoals de schooldag wel vaker eindigde, schreef onze juf de namen van de kinderen die het onberispelijkst stilzaten met kleurkrijt op het bord. De rug recht, de borst vooruit, de nek gestrekt, de armen over elkaar, waande ik mij een van de uitverkorenen. En daar verscheen in lila, in die tijd mijn lievelingskleur want geassocieerd met Fruitella bosvruchtensmaak, de naam Leo op het schoolbord. Echter, zeer teleurstellend, gevolgd door een O en een punt. Leo O. Mijn klasgenoot. Elly zou nog volgen, Paul, Petra van der H., Harry en nog iemand. Toen pas ik. Leo van de W. Tergend langzaam, in een muisstille rechtop zittende klas, waarbij iedereen wist dat niet iedereen in genade zou worden aangezien.

 

We liepen het Ericaplein af, de Putsebocht op, de Dordtselaan in, die lange Dordtsestraatweg uit naar de nieuwbouwwijk Lombardijen - ondertussen een bal naar elkaar tikkend. Daar zou je wel willen wonen, in die nieuwe wijk, geboren en getogen als je was in de Oleanderstaat of in de Groepstraat. Zeker nu je wist dat Ove, de grote Zweedse spits, er bleek neergestreken.

We stonden voor de portiekwoning. Drie namen links, drie namen rechts, de naam Kindvall er zomaar tussen. 'Druk jij of druk ik?' Leo O. belde aan. De deur sprong open, we gingen het gebouw binnen. Twee trappen hoger stond de huisdeur op een kier, daarachter een vrouw. 'Wij willen graag een handtekening van Ove Kindvall.' Mevrouw Kindvall maakte duidelijk dat haar man aan het trainen was en dat hij aan het einde van de middag thuis zou komen. Of we iets wilden drinken. Ja, dat wilden we. We dronken bij de vrouw van onze held een glaasje prik op de bank. Daarna wachtten we beneden op de parkeerplaats op Ove, spits van Feyenoord 1. We schoten de bal naar elkaar.

Het duurde even, maar toen draaide een muisgrijze Opel Kadett het plaatsje op. Uit de kofferbak haalde de topscorer een zwart skaien sporttas, waarop met witte plakletters de naam van zijn club stond. We spraken hem aan. Vriendelijk vroeg hij ons even te wachten. Boven haalde hij twee foto's, die hij van een handtekening voorzag. Hij vroeg om de bal, hield die even hoog en tikte hem vervolgens onze kant op. Daarna liep hij terug naar zijn flatje. Wij bleven verrukt achter, met een foto van onze held. 

 

Die foto is verloren gegaan tijdens een van mijn vele verhuizingen kris kras door de stad. Gaandeweg werd de plattegrond van Rotterdam de grootste zekerheid in mijn leven. Die compenseert klein verlies. Geen foto meer, akkoord, maar in dit geval helaas ook geen gedeelde herinnering aan de ontmoeting, of de mogelijkheid te vragen naar het bestaan van zijn bewijsstuk, dat nu dus ons bewijsstuk zou kunnen zijn. Ik heb vernomen dat hij niet meer leeft, Leo O. Een van mijn informanten wist zelfs te verhalen dat hij, de lefgozer, in de Maastunnel met hoge snelheid over de kop was geslagen.    

Maar er is nog een andere getuige, van die ontmoeting wel te verstaan, en dat is de maestro zelf. 45 jaar na dato deed zich een unieke gelegenheid voor te verifiëren of mijn herinnering klopt. Kindvall zou naar Donner komen om het jubileumboek over De Kuip te signeren. Of was het bij de presentatie van het boek Van Kindvall tot Kuyt? Een van beide in elk geval. En beide keren was ik als boekverkoper ter plaatse. Beide keren drukte ik Kindvall de hand, en bij een van deze ontmoetingen legde ik hem kort mijn herinnering voor. 'Eh, ja, ik herinner me zoiets, ja...' Talloze jongens moeten hem na afloop van de training om een handtekening hebben gevraagd en vele voetballertjes zullen naar Lombardijen zijn getogen, als gold het een bedevaart. In die ene ontmoeting met mij, herinnerde Kindvall zich alle ontmoetingen met zijn fans. 'Eh, ja, ik herinner me zoiets, ja...'  Zoals wij in die ene herinnering van een wedstrijd in de Kuip, ons eigenlijk alle wedstrijden in het stadion herinneren.

 

Alleen de razendsnelle brutale Leo O. kan die ene ontmoeting met Ove Kindvall bevestigen. Onze unieke herinnering. Met of zonder foto. Hij, die in de klas rechter zat dan ik. Hij, wiens naam in míjn lila op het schoolbord werd geschreven. 

Maar van verschillende kanten heb ik vernomen dat Leo O. niet meer leeft.    

 

Leo van de Wetering

Vond je dit een mooi verhaal? Like, volg en deel het dan met je vrienden en familie!
We zijn ontzettend benieuwd naar jouw eigen verhaal over Rotterdam! Doe je ook mee met de RotterdamSchrijft schrijfwedstrijd? Je kunt toffe prijzenpakketten winnen! Meer informatie www.rotterdamschrijft.nl!