Rotterdam verbindt

Rotterdam verbindt #RotterdamSchrijft Ambassadeursverhaal

Rotterdam verbindt

Poëzie is van jongs af aan mijn kameraad geweest. In het Berbertalige Rifgebergte in het noordoosten van Marokko luisterde ik vroeger vaak naar de radio, naar de verzen van Arabische dichters. Ik herinner me een hoorspel over een gevleugeld paard, een soort Superman, die de wereld overvloog om mensen te redden. Ik begreep er niet zo veel van, maar het Arabisch had voor mijn oren een bijna magische klank.

Het was mijn grootste wens om ook dichter te worden en naar Bagdad te reizen, destijds het centrum van de Arabische cultuur. Een vrijplaats voor schrijvers, dichters en kunstenaars. De reden waarom die jongenswens niet in vervulling ging was armoede. Er was niet eens geld voor de bus. We leefden met het gezin in een klein huis met een stukje grond waar aardappelen, kikkererwten en linzen op werden verbouwd. Het ontbijt bestond vaak uit opgebakken oud brood met wat olie en suiker; overdag en ‘s avonds aten we aardappelen met brood en wat soep eroverheen. We hadden weinig, maar ons leven werd verrijkt door poëzie en muziek.

Op mijn vierde werd ik door mijn grootvader naar de moskeeschool gestuurd, om het klassiek Arabisch te leren lezen en schrijven. De imam reciteerde Koranverzen en de leerlingen moesten de teksten uit hun hoofd leren, ook al begrepen we er geen woord van. Als je gedachten even naar buiten dwaalden (wat mij en mijn klasgenootjes regelmatig overkwam), waren een paar ferme tikken met een stok je deel. De littekens op mijn arm herinneren mij aan deze tijd.

Ik neem het mijn (groot)ouders niet kwalijk, het was immers de droom van mijn vader dat zijn oudste zoon imam zou worden, net als hij. Hij wist niet beter, ook hij was met harde hand onderwezen door docenten zonder pedagogische inzichten. Nog steeds ben ik onder de indruk van zijn immense geheugen en melodieuze recitaties.

Die vroege schooltijd bracht mij ook wat goeds, ik leerde de Koran lezen als één groot gedicht. De tekst berust op het basisidee van alle poëzie: de eenheid van klank en betekenis, waarin al het onzegbare verwoord kan worden.

Op vijftienjarige leeftijd zette ik voor het eerst voet aan wal in Nederland, het land waar mijn vader al jaren werkte als gastarbeider om in ons levensonderhoud te voorzien. De dag van vertrek herinner ik mij nog goed. In een oude, gammele auto werden we naar het vliegveld gebracht. Zo ver buiten mijn dorp was ik nog nooit geweest. Veel had ik niet bij me. Een Viewmaster die ik een keer cadeau had gekregen van mijn vader tijdens een zomervakantie: een stereoscoop waarmee ik weg kon dromen bij mooie plaatjes van Den Haag, de stad waar hij woonde. Verder had ik nog wat kleding in mijn tas, veel te koud voor de Hollandse winter. Maar ik kreeg op de valreep nog iets mee. Terwijl we op de auto stonden te wachten, kwam een oom langs om afscheid te nemen. Hij gaf mij een boekje over het gevleugelde paard, het sprookje dat ik van de radio kende. Ik heb het nog steeds in mijn boekenkast staan.

Pas in Nederland ontdekte ik Adonis, een Arabische dichter met een bijzondere naam. Ook hij groeide op in een bergdorp, in Syrië, als zoon van een boer. Hij heette toen nog Ali Ahmed Saïd en schreef al jong zijn eigen gedichten. Toen hij twaalf jaar was, kwam in een naburig dorp de Syrische president op bezoek. Ali Ahmed drong zich naar voren en riep dat hij een gedicht wilde voordragen. Dat vond de president goed. Hij luisterde aandachtig en was diep onder de indruk. Hij vond dat Ali Ahmed zijn talent verder moest ontwikkelen en zorgde ervoor dat Ali Ahmed Saïd op een goede school terechtkwam. Later studeerde hij aan de universiteit van Damascus. Daar leerde hij de grote dichters uit de oostelijke en westelijke wereld kennen. In die tijd koos hij voor een andere naam: Adonis.

De naam Adonis is afkomstig uit de Griekse mythologie. Adonis was een goddelijke, knappe koningszoon en de beminde van Aphrodite, godin van de liefde. Hun samenzijn duurde niet lang, want Adonis werd gedood door een everzwijn. Op het graf van Adonis groeide een anemoon. Het verhaal wil dat elke lente, als de anemoon weer gaat bloeien, Adonis terugkeert op aarde. Daarom koos Ahmed Saïd voor deze naam. Voor hem betekent deze mythe dat elk gedicht een nieuwe waarheid in de wereld brengt. Daarmee keerde hij zich tegen dogma’s en religies, die immers stellen dat de waarheid voor eens en altijd alleen te vinden is in de woorden van de profeten.

Vanwege zijn radicale ideeën en zijn deelname aan verboden activiteiten belandde Adonis in de jaren vijftig van de vorige eeuw een tijd in de gevangenis. Ook na zijn vrijlating kwam hij nog regelmatig in botsing met de autoriteiten. Daarom verhuisde hij in 1956 naar Beiroet, de hoofdstad van het iets vrijere Libanon. Daar trouwde hij en zijn twee kinderen werden er geboren. Toen de burgeroorlog steeds heviger werd, vertrok hij met zijn gezin naar Frankrijk, vanaf 1980 woont hij in Parijs.

Adonis ziet zichzelf als een trekvogel. In dat opzicht lijkt hij op Desiderius Erasmus, die zei: ‘De hele wereld is mijn vaderland’. Adonis zegt: ‘Mijn vaderland is de taal’. Hij beweegt zich tussen oost en west, tussen traditie en moderniteit en is kritisch naar beide kanten. De oosterse wereld heeft naar zijn mening te weinig ruimte voor het nieuwe en creatieve. De westerse wereld daarentegen laat zich volgens hem te weinig inspireren door wijsgeren en dichters. Adonis pleit voor een poëzie die taboes doorbreekt, frustraties overwint en nieuwe vrijheden creëert.

Zo lees ik ook zijn gedichten. Als breekijzers om de poorten naar het nieuwe, het andere, de medemens te openen. Af en toe probeer ik ze te vertalen. Vertalen is een vorm van geconcentreerd lezen, een zoektocht naar de bedoeling van het vers. Een paar jaar geleden heb ik het gedicht Het vieren van Eenzaamheid van Adonis vertaald, omdat de eerste twee regels me zo bij de keel grepen. Het is een lang gedicht, waarvan ik de eerste regels graag met u wil delen.

De eenzaamheid is een tuin
Met maar één boom

Van kinds af aan
Hier in deze straat

Liepen we samen, mijn vriend de dichter en ik
Vreemd, zijn stappen vervliegen nog steeds met het stof

Ben bevriend met narcissen
Maar hou het meest van een andere bloem

Ben dorstig
Mijn dorst kan alleen gelest worden
Door water dat ik niet kan vinden

Je hebt geen geheimen
Ook mijn geheimen niet

Blijf weg
Opdat je een vraag blijft

[…]

Voor mij is Rotterdam een poëtische stad. Een stad waar nog zo veel mooie woorden en zinnen geplukt kunnen worden en tot mooie verhalen gerangschikt. Ik nodig u uit op zoek te gaan.


--

Heb jij ook genoten van deze prachtige tekst geschreven door onze burgemeester? Laat in de reacties weten wat jij ervan vond en deel het met je vrienden en familie.
We zijn ontzettend benieuwd naar jouw eigen verhaal over Rotterdam. Laat je inspireren door burgemeester Aboutaleb, doe mee met de #RotterdamSchrijft schrijfwedstrijd en win één van de toffe prijzenpakketten! Meer informatie www.rotterdamschrijft.nl