Het tiende eiland.

Het tiende eiland #RotterdamSchrijft Ambassadeursverhaal

Het tiende eiland.

Het is vrijdagmiddag en ik zit in ‘De Olijventuin’ op de Nieuwe Binnenweg te genieten van mijn verse jus d’orange. De Nieuwe Binnenweg is samen met het Binnenwegplein en de Oude Binnenweg de langste winkelstraat van Nederland. Deze straten lopen vanaf metrostation Beurs tot aan de Lange Erfbrug en staan bekend om de vele multiculturele winkels. De Nieuwe Binnenweg ademt een internationale en culturele sfeer die afwijkt van de Coolsingel of de Koopgoot. Helemaal aan het einde van de Nieuwe Binnenweg bevindt zich ‘De Olijventuin’. Ik zit in de warme middagzon en sluit mijn ogen terwijl ik een hap neem van mijn Turkse brood met humus. Ik voel de zon op mijn gezicht en een koel briesje waait door mijn krullen. Even een momentje rust. Zo meteen heb ik een afspraak met mijn goede vriend Jorge Manuel Oliveira Lizardo. Ik weet dat zodra hij mij komt vergezellen, het voorbij is met de rust.


Jorge is een wervelwind. Vol met verhalen die hij maar al te graag met mij en iedereen die het maar wil horen deelt. Doorspekt met humor en vooral veel zelfspot. Hij was mijn eerst liefde, mijn eerste kus en mijn eerste keer. Ik ben nog steeds verliefd op hem, maar nu op een andere manier. Ik ben verliefd op de manier waarop hij vol passie en overgave vertelt over zijn grote liefdes namelijk zijn kinderen, muziek, Cabo Verde en Rotterdam. Hij heeft mijn liefde voor Rotterdam en voor Cabo Verde aangewakkerd met zijn verhalen. Zijn kennis over de Kaapverdiaanse cultuur en geschiedenis is ongekend. De wijze waarop hij vertelt over de eerste Rotterdamse Kaapverdianen en hoe ook zij hebben meegeholpen aan de wederopbouw van Rotterdam is meeslepend. Het voelt alsof je daar zelf bent en het ook beleeft.


Ik zit nog met mijn ogen dicht als ik hem hoor roepen “Hé Son!” Ik open mijn ogen, zie hem met een grote glimlach op zijn gezicht en met zijn fiets in zijn hand langslopen. Zijn lange dreadlocks verstopt in een gehaakte witte muts en een sjaal losjes om zijn nek. Terwijl hij zijn fiets wegzet groet hij de een na de andere persoon die langsloopt. Jorge is een beroemdheid binnen de Rotterdamse Kaapverdiaanse gemeenschap. Vrijwel iedereen kent hem of heeft op zijn minst over hem gehoord. Hij staat bekend als ‘Jorge Rasta’ vanwege zijn dreadlocks en Rastafari lifestyle. Hij is zanger van de Reggae band Delidel Touch en cultureel activist binnen de Rotterdamse en de Kaapverdiaanse gemeenschap. Na nog een paar keer “Bom dia” (goedendag) en “Tud dret?” (Alles goed?) komt hij dan eindelijk op me af gelopen. In zijn hand een bruine leren dokterstas die hij altijd met zich meedraagt.


Hij geeft me een stevige omhelzing en neemt me van top tot teen op. “Je ziet er goed uit Son! Cabo Verde heeft je goed gedaan!” Ik glimlach verlegen naar hem. Ik voel me toch altijd weer het verliefde meisje als hij zo met me praat. Hij neemt plaats tegenover mij terwijl hij een stuk van het brood afscheurt en door de humus heen haalt. Terwijl hij een hap neemt begint hij meteen te praten. Jorge zit altijd vol met plannen. Hij heeft een netwerk binnen de Rotterdamse en de Kaapverdiaanse gemeenschap waar ik u tegen zeg en hij is zo gul om dit netwerk met mij te delen.
Terwijl we zitten te praten, lopen er constant bekenden langs en wordt er hartelijk gegroet. Voornamelijk Kaapverdianen die in deze buurt wonen. Als echte Rotterdammer weet je dat Rotterdam-West en dan met name Delfshaven de buurt is waar de meeste Kaapverdianen wonen. Schuin tegenover de Olijventuin is er Armaçao da Pera dat al jaren wordt gerund door een Kaapverdiaans echtpaar. Verderop op de Nieuwe Binnenweg bevindt zich Café Patricia waar je heerlijke “polvo” oftewel Kaapverdische inktvis kunt eten. In deze lange winkelstraat vind je ook EuroAfrika waar je typisch Kaapverdiaanse producten kunt kopen en niet te vergeten Uni Cabo een reis en bevrachtingskantoor waar vanuit maandelijks containers vol met spullen van Rotterdam naar Cabo Verde worden verstuurd. Daarnaast zijn er leuke winkels zoals On Fleek, een boutique dat wordt gerund door Roos Tavares en een aantal kapsalons waaronder die van Dulce en die van Lucinda die er al sinds de jaren 80 is. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Zoveel ondernemers met Kaapverdiaanse roots zijn er in deze bijzondere winkelstraat te vinden.


Aan de Nieuwe Binnenweg ter hoogte van de Heemraadssingel bevindt zich het Heemraadsplein. Dit plein is bij de Kaapverdianen beter bekend als ‘Pracinha d’Quebrod’ oftewel het platzakken pleintje. Op dit plein kwamen de eerste Kaapverdiaanse zeemannen berooid en platzak aan. Vanaf deze plek werden zij verder geholpen aan onderdak en werk door mede Kaapverdianen die zich al eerder in Rotterdam hadden gevestigd. De naam ‘Pracinha d’ Quebrod’ is door de voormalige Burgemeester Opstelten geofficialiseerd met een naambordje op het gemaalhuisje. Het is ook het plein waar al 40 jaar rond 24 juni het Sao Joao Baptista feest uitbundig wordt gevierd. Dit is het Sint Johannes de Doper feest waar jaarlijks honderden Kaapverdianen niet alleen uit Rotterdam, maar ook uit Amsterdam, Zaandam en de omringende Benelux landen op af komen.
Alhoewel ik zelf nooit in deze buurt heb gewoond en er vroeger ook niet zo heel veel mee had, voelt het vertrouwd. Het liefst zou ik er zelf ook wonen. Te midden van deze gemeenschap die ik zo heb leren waarderen en waar ik mezelf jarenlang van heb vervreemd. Het voelt als een warm bad. Vooral na mijn reis naar Cabo Verde, waarna ik altijd in een soort dip terecht kom bij terugkomst in het koude en soms kille Nederland. Nu ik hier met Jorge op het terras zit met de warme voorjaarszon in mijn gezicht te midden van de Kaaperverdianen voel ik me weer een beetje thuis.
We zitten een tijdje bij te praten als een beeldschone blonde dame enthousiast naar ons toe komt gelopen. Ze gaat gekleed in felgekleurde vintage kleding en een handgemaakte lange jas met Afrikaanse prints die in Cabo Verde is gemaakt. Het is mijn goede vriendin Judith Rietveld. Ook wel ‘Criola Branca’ (witte Creoolse) genoemd omdat ze beter Kaapverdiaans spreekt dan menig in Nederland geboren Kaapverdiaan. Beter dan ik in ieder geval. Ze is regelmatig in Cabo Verde te vinden en heeft er zelfs een keer een jaar lang gewoond. Ze heeft zich in de Kaapverdiaanse cultuur en tradities verdiept en houdt zich onder anderen bezig met het organiseren van culturele evenementen en projecten in Cabo Verde. Judith komt op me af gelopen en houdt me een tijdje stevig vast. Daarna groet zij Jorge op dezelfde manier. Ze pakt een stoel en schuift gezellig aan.


Judith woont schuin tegenover de Olijventuin en voelt zich hier in Delfshaven helemaal thuis. In deze buurt waar ze zich af en toe weer in Cabo Verde waant. Samen met haar was ik naar Cabo Verde gereisd. In korte tijd hebben we een hechte band opgebouwd vanwege onze gedeelde liefde voor Rotterdam, Cabo Verde en muziek. Ze is een warme en sterke persoonlijkheid die vol passie kan vertellen over haar buurt. Ze weet precies waar je lekker eten kunt halen of leuke vintage spulletjes kunt scoren. Ze kent iedereen en spreekt de Kaapverdianen aan in hun eigen taal, wat vaak tot verraste reacties en leuke gesprekken leidt.


“Ik kom heel even aanschuiven, hoor” zegt ze vrolijk lachend. “Daarna moet ik weer weg, want ik heb een afspraak.” Ik voel me gezegend met zulke bijzondere mensen om me heen. Mensen die mij inspireren en mensen die wat mij betreft een goede vertegenwoordiging zijn van Rotterdammers. De geboren en getogen Rotterdammer met wortels in Cabo Verde en de ‘import’ Rotterdamse die in een andere stad geboren is, maar zich helemaal thuis voelt in deze wereldstad. Zij zijn allebei idolaat van hun stad. Na even te hebben bijgepraat vertrekt Judith weer net zo snel als ze verschenen is. Op naar de volgende afspraak. Maar niet voordat zij ons allebei een dikke kus en knuffel geeft. Wij kijken haar allebei lachend na en vervolgen ons gesprek.


Jorge vertelt mij over de eerste generatie Kaapverdianen die zich eind jaren veertig in Rotterdam vestigden toen de stad nog in de rook stond net na de Tweede Wereld oorlog. Het was een tiental zeemannen die op ‘De Kaap’ aanmeerden en zijn blijven hangen. “Grappig hè!” zegt hij lachend “Kaapverdianen die op De Kaap zijn aangekomen.” Hij vertelt over de Kaapverdiaanse vrijheidsstrijder en humanist Amilcar Cabral die aan João Silva, beter bekend als Djunga de Biluca, de opdracht gaf om in Rotterdam de Kaapverdiaanse cultuur te bewaken en te promoten door het oprichten van een vereniging voor Kaapverdianen (Associação Caboverdiana) en door het produceren van Kaapverdiaanse muziek. Zo komt het dat in Rotterdam ‘Morabeza Records’ werd gevestigd. De eerste Kaapverdiaanse platenmaatschappij ter wereld. Rotterdam wordt door ‘oom Djunga’ (zoals Jorge hem noemt) het tiende eiland genoemd vanwege de bijzondere culturele band tussen Rotterdam en Cabo Verde.
Met trots vertelt Jorge dat op dit tiende eiland veel Kaapverdiaanse artiesten hun eerste plaat hebben opgenomen, waaronder de wereldberoemde Grammy Award winnares en ‘Koningin van de Morna’ Cesaria Evora. Evenals Bana de ‘Koning van de Morna’. Ook de legendarisch band ‘Voz de Cabo Verde’ (Stem van Cabo Verde) kwam naar Rotterdam om een plaat op te nemen. Rotterdam heeft veel Kaapverdiaanse muzikanten voortgebracht zoals de bands Livity en Rabelados, Dina Medina, Gil Semedo, Nelson Freitas en Suzana Lubrano. Artiesten die in Rotterdam gewoon boodschappen doen bij Albert Heijn maar in Portugees sprekend Afrika niet normaal over straat kunnen. En niet te vergeten drie van de vijf jonge mannen van de welbekende Rotterdamse groep Broederliefde hebben roots in Cabo Verde, net als rapper Bolle Bof en DJ Benny Rodrigues.


Ik heb veel geleerd van mijn gesprekken met Jorge. Het heeft mij doen beseffen hoe belangrijk het is om deze verhalen te kennen en te delen. Het word me pijnlijk duidelijk hoe weinig ik eigenlijk weet van onze cultuur. Het horen van zijn verhalen geeft me een gevoel van trots. Trots op mijn geboortestad Rotterdam en trots op mijn land van oorsprong. Het besef dat de Rotterdammers en de Kaapverdianen iets gemeen hebben, namelijk onze ‘niet lullen, maar poetsen’ mentaliteit.


Met Jorge praat ik nog even totdat ook hij vertrekt naar zijn volgende afspraak, waarvoor hij weer veel te laat is. Maar niet voordat ik een dikke knuffel van hem krijg. En natuurlijk moet ik de groeten doen aan mijn moeder, mijn broertje, mijn kinderen en de rest van mijn familie. Ik zie hem wegfietsen met zijn dokterstas aan zijn stuur. Nog even zwaait hij naar me terwijl hij tegelijkertijd iemand anders vrolijk groet. Ik glimlach in mezelf. Ik pak mijn spullen en loop naar mijn fiets. Ik zie het zonnetje langzaam ondergaan. Tijd om naar huis te gaan. Maar niet voordat ik nog even over de Nieuwe Binnenweg struin.


Terwijl ik met mijn fiets aan mijn hand over de Nieuwe Binnenweg loop en mensen in het Kaapverdiaans tegen elkaar hoor praten, sluit ik mijn ogen en waan me heel even in Cabo Verde. Als ik mijn ogen weer opendoe, besef ik dat ik in Rotterdam ben. Mijn geboortestad en mijn thuishaven. Ik prijs me gelukkig dat ik me tussen deze twee werelden mag bewegen en ik beide plekken mijn thuis mag noemen. Een geboren en getogen Rotterdammer. Blij dat ik mag wonen op het tiende eiland van Cabo Verde.



Vond je dit een mooi verhaal? Like, volg en deel het dan met je vrienden en familie! We zijn ontzettend benieuwd naar jouw eigen verhaal over Rotterdam! Doe je ook mee met de RotterdamSchrijft schrijfwedstrijd? Je kunt toffe prijzenpakketten winnen! Meer informatie www.rotterdamschrijft.nl