Half drie ‘s nachts

02:30 uur

Half drie ‘s nachts

Jouw kleine handje in mijn grote hand. Het is half drie in de nacht en je hebt net weer een paar slokjes uit mijn borst gedronken. Niet meer. Je adem was op. Even uitrusten en dan weer proberen. 

Je ligt in het ziekenhuis. Je vecht voor je leven en ik kijk en doe het enige dat ik kan. Je voeden en van je houden. 

Je kleine handje in mijn grote hand. Slangetjes in je neus. Plakkers op je borst en op je voetjes. Piepjes uit de monitor. 

Klossende klompjes van de nachtzuster op de gang. Ze gaat voorbij. Ze komt weer langs. Ze loopt door. 

Ik kan je niet verliezen. Ik mag je niet verliezen. Je bent de reden dat ik op aarde ben. Ik ben wanhopig en bang. Maar ik zing een liedje voor je en fluister dat we snel naar huis gaan  

Het is drie uur. De verpleegkundige komt zo. Ik hoor haar klossen op de gang. Ik vlucht achter mijn oogleden. Ik doe alsof ik slaap. Ze komt binnen en controleert de monitor. Ze doet alsof ze denkt dat ik slaap.