De Geometrische Stad

De Geometrische Stad #RotterdamSchrijft Ambassadeursverhaal

De Geometrische Stad

Februari 1940. Het is winter en zeer koud. Het Boerengat bij mij om de hoek is dichtgevroren. Dit jaar is er zelfs een Elfstedentocht gereden. Weerdeskundigen hadden het niet meer verwacht. De industrie loost tegenwoordig zoveel afval. Het water zou onvoldoende bevriezen voor grote schaatsevenementen. Zij hadden het fout.

Het is niet ver lopen naar mijn kamer aan de Dijkstraat. Zojuist verliet ik het pand aan de Wijnstraat 105. Ik moet denken aan de vele glazen wijn die wij dronken. Het is een standaardgrap die wij altijd maken als we op bezoek zijn geweest bij Wim Chabot. Wijn drinken in de Wijnstraat. Onze gastheer verdraagt zelf nauwelijks wijn. Hij heeft een zwak gestel.

We hebben hem geholpen zijn atelier op te ruimen. Maar vooral hebben we gefilosofeerd: over kunst en over het moderne leven in de grote stad. Zijn oudere broer was er: de befaamde Hendrik. Hij is onlangs door een kunstkenner uitgeroepen tot de grootste schilder van Nederland. Dat doet hem goed. Henk, zoals wij hem noemen, kwam kijken naar een paar van zijn schilderijen, die hier liggen opgeslagen. Met heen en weer schietende ogen keurde hij de doeken. Henk staat vaak in het middelpunt. Hij straalt energie uit, die je ook terugziet in zijn werk. Wim is rustiger dan zijn broer. Hij werkt nauwgezet en neemt de tijd. Zijn werk is verwant aan dat van Henk, maar oogt rustiger.

Henk schildert met dikke streken. Zijn werk is boers en hoekig. Wim bewondert zijn broer mateloos. Een paar jaar terug heeft Henk voor het nieuwe stadion op Zuid een standbeeld van een voetballer gemaakt. Voetbalsupporters vinden het beeld niks. Zij noemen de voetballer Manus Gorilla. Ik vind het beeld grandioos. Over honderd jaar zal men het weten te waarderen. Momenteel is Henk bezig met een tentoonstelling voor Boijmans. Hij zocht nog wat geschikt werk voor die tentoonstelling.

Henk had het over de snelle veranderingen in de stad. Er komen steeds meer wijken bij, zoals Blijdorp en Bergpolder. En binnenkort wordt de nieuwe dierentuin geopend. Henk woont lekker op het platteland, aan de Rotte. Maar hij is een echt stadsmens. Het hoekige van zijn werk sluit helemaal aan bij onze stad. Rotterdam is driehoekig. Op oude schilderijen lijkt het water een ruwe zee. De waterzijde van de driehoek is onveranderd: de Boompjes. Vanuit mijn kamer kan ik net niet de oude korenmolen op het Oostplein zien. Dit is één punt van de driehoek. De Hofpoort en de kop van de Schiedamsedijk zijn de andere twee punten.

Henk heeft hele theorieën over de stad en zijn vorm. Hij ziet het moderne Rotterdam als een langwerpige stad. Wij volgen de rivier. Het water splijt de stad in tweeën, rijwegen lopen er evenwijdig aan of staan er haaks op. Onze stad is open. Amsterdam is daarentegen gebouwd als een vesting. Amsterdam is rond. De grachten liggen eromheen. Waar Amsterdam kromme grachten heeft, heeft Rotterdam langgerekte singels.

We waren het met elkaar eens dat de Zandstraat begin deze eeuw terecht is opgeruimd. Niet vanwege het gedonder en de hoererij in die buurt, dat heb je altijd in een grote stad, maar puur geometrisch gezien. Er mag voor ons nog meer weg. Rond het Oostplein is het één grote chaos. Rotterdam moet een moderne stad worden. We hangen nog teveel aan onze driehoek. Aan het eind van de avond riepen we uit: ‘Rotterdam op weg naar een nieuwe vorm: langwerpig!’ Dat was het moment dat Wim opmerkte dat er aan één dimensie niet te tornen valt. We zijn een plat land. Bergen en dalen tref je hier niet aan. Iederen gaf hem lachend gelijk.

Bijna ben ik thuis. Bij de Boerengatbrug kijk ik om. Ik staar over het ijs, een pittoresk plaatje. Ik denk aan het oude Rotterdam. De kerken en pleintjes, het vele water, koopmannen die met een paard en wagen door nauwe stegen manoeuvreren, en overal ligt poep. Het rumoer en de wanorde zijn ook charmant. Hoe geometrisch de stad moge worden, het oude zal niet verdwijnen.

Februari 2040. Het is winter en zeer koud. Ik sta op een van de nieuwe uitkijkpunten met weids uitzicht over de stad. Links de wijk IJsselmonde, rechts de wijk Krimpen, achter mij pretpark Kinderdijk. Ik zie besneeuwde daken en groene weilanden. Onmiskenbaar steekt de Zestienheuvel overal bovenuit. Niets wijst erop dat zich diep onder mij een gloednieuw verkeersknooppunt bevindt.

In aanloop naar de komende Wereldtentoonstelling is de stad flink op de schop gegaan. De Rotterdamse stadsminister van infrastructuur opent vandaag het laatste deel van de nieuwe rondweg rond Rotterdam. Dit alles om de verwachte vijftig miljoen bezoekers voor de Expo aan te kunnen. Ik ben trots. Zo dadelijk mag ik als lid van het organisatiecomité met de minister mee. We gaan de elektrische autobaan in gebruik nemen.

De minister heeft als bijnaam ‘minister van geometrie’. De rondweg is door zijn toedoen exact rond. Hij is een jonge man van 58. Ooit studeerde hij wiskunde. De man past perfect in het bestuur van de stad. Vier jaar geleden heeft onze wijze Burgermoeder alle marketeers, communicatie- en organisatiedeskundigen het stadhuis uitgezet. Computers kunnen veel van dit werk moeiteloos overnemen. Zij heeft een klein bestuur van wetenschappers aangesteld.

De ontwikkelingen zijn hard gegaan in Rotterdam. De randgemeenten Schiedam en Maassluis zijn eindelijk opgegaan in de stad. Al eerder was de stad aan de oostzijde uitgebreid. Rotterdam heeft nu bijna twee miljoen inwoners. Het bestuur heeft er goed aan gedaan het vliegveld op te heffen. Binnen vijftien minuten ben je met de magneetrail op Schiphol aan Zee. Het oude Schiphol is vanaf Rotterdam in tien minuten te bereiken. Een eigen stadsvliegveld is onnodig.

Op de plek van het vliegveld is vorig jaar de aanleg van de Zestienheuvel voltooid. De berg is met 340 meter het hoogste punt van Nederland. De attractie is een staaltje technisch vernuft. Het was de doorslaggevende reden om de Expo aan Rotterdam toe te kennen. De uitvinder-architect had haar sporen verdiend. In 2037 wist zij door een ingenieus systeem van kanalisering en het toevoegen van de juiste chemicaliën het water in Friesland te bevriezen. Na veertig jaar kon er weer een Elfstedentocht worden gereden. Begin maart vindt alweer de vierde moderne tocht plaats.

Met techniek bereik je alles. Zelfs het klimaat weten we steeds beter te beheersen. De Expocommissie is toegezegd dat het een half jaar overdag niet zal regenen. Het wordt een uitdaging, maar we gaan het halen. Ik ben een vooruitgangsdenker. Ik geloof in techniek en robots. Er is meer welvaart gekomen. De mensheid is gelukkiger dan 100 jaar geleden. Mijn vrouw denkt hier heel anders over. Zij is een Alfa. Een kwestie van genen. Daar kun je je aan laten opereren, maar zij weigert dit.

Ik heb haar een opdracht weten te geven voor de Expo. Zij schrijft het overzichtswerk ‘Een eeuw Rotterdamse cultuur’. Er is hierin uiteraard veel aandacht voor de beroemde schilder Hendrik Chabot. Toen een paar jaar geleden verloren gewaand werk werd teruggevonden waren de critici wildenthousiast. Men dacht altijd dat tijdens het bombardement zijn schilderijen lagen opgeslagen in het atelier van zijn broer aan de Wijnstraat. Maar een deel ervan lag in het huis van een vriend. Een kleindochter vond het bij toeval terug.

Kort na de vondst was er een grote overzichtstentoonstelling in Boijmans Van Beuningen. Het werd een doorslaand succes. De collectie hangt nu in Shanghai, maar komt terug voor de opening van de Expo. Dan wordt ook het opgeknapte standbeeld van ‘De Voetballer’ onthuld. Het krijgt een ereplaats bij het voetbalpaviljoen, naast de Noord-Kuip. Na de Expo wordt dit paviljoen in gebruik genomen als hoofdkantoor van de FIFA. Het binnenhalen van dit prestigeobject is te danken aan onze populaire Burgermoeder.

Mijn vrouw houdt erg van literatuur. Eén van haar favoriete schrijvers is Bob den Uyl. Zij was betrokken bij de uitgave van zijn verzameld werk. In ‘Een eeuw Rotterdamse cultuur’ heeft zij een aforisme van hem opgenomen: “En als ik mij aan een voorspelling mag wagen: die voltooidheid van Rotterdam in 2040 zal precies één week duren. Daarna wordt alles weer opgebroken.”

Heerlijk, dat cynisme. Ik ben het deels met hem eens. Rotterdam is inderdaad nooit voltooid. Maar de vooruitgang is onomkeerbaar. Niet alles wordt opgebroken. We bouwen voort op het oude en behouden het goede. De stad verandert van vorm. Ooit was Rotterdam een driehoek, later werd de stad langwerpig. De toekomst is aan rond en efficient.  Onder de grond wordt de geometrie doorgevoerd. En wie weet, over veertig jaar is de stad misschien bolvormig: deels boven en deels onder de grond.

Het is zover. Ik mag naar de minister toe. We gaan de voltooide rondweg in gebruik nemen. De weg is bijna honderd kilometer lang. Met elektrisch rijden ben je in twintig minuten rond, fantastisch. Elke plek in de stad is vanaf de rondweg in een kwartier te bereiken.

Ik werp een laatste blik over de stad. Ik focus op de Zestienheuvel, het symbool van vooruitgang. De rivier onder mij loopt kaarsrecht richting het centrum. Gelukkig heeft Rotterdam zijn pittoreske buurten behouden. Kralingen is mijn favoriete wijkje. Het zit wel ingeklemd tussen de hoge wolkenkrabbers. Hoe geometrisch de stad moge worden, het oude zal niet verdwijnen.

Alek Dabrowski

Vond je dit een mooi verhaal? Like, volg en deel het dan met je vrienden en familie!
We zijn ontzettend benieuwd naar jouw eigen verhaal over Rotterdam! Doe je ook mee met de RotterdamSchrijft schrijfwedstrijd? Je kunt toffe prijzenpakketten winnen! Meer informatie www.rotterdamschrijft.nl