nooit genoeg

nooit genoeg

nooit genoeg

hoe we ademden

als twee lichamen in een

en hoe we kusten

alsof we versmolten

 

met je handen schilderde je me

en ik smolt, droogde nooit want steeds paste je me aan

hoe de details werden uitgewist en ik

ik werd een ander

keer op keer

leek het alsof je niet tevreden was

 

ik had moeten vluchten, zoals me was opgedragen

had moeten gaan toen het nog kon

maar het leek wel alsof ik vastzat in jou

in wij

want jij was de schilder

en ik enkel het schilderij