Zilt

Zilt

Zilt

Ik bevind mij in zee, het water kolkt en de ruige golven slaan keer op keer de lucht uit mijn longen. Ik loop verder het water in. Mijn drijfnatte haren vormen de strakke omlijsting van mijn gezicht, mijn kleren zitten aan mijn vermagerde lijf geplakt. Dit zijn mijn laatste voetstappen op aarde, langzaam loop ik de verdrinkingsdood tegemoet. Ik kijk uit naar het moment waarop het zoute water mijn longen vult en ik bewusteloos de Noordzee op drijf, om vervolgens nergens meer aan te spoelen, om in het niets op te gaan.

Nog eenmaal kijk ik achterom. Het helmgras op de duinen wuift zacht, de vuurtoren werpt een geeloranje gloed over het strand. Nooit meer zal ik dit tafereel aanschouwen.

Ik laat het vasteland definitief achter me en daarmee ook de dagelijkse helse strijd die ik voer. Ondertussen reikt het zeewater tot aan mijn hals en begin ik de bodem onder mijn voeten te verliezen. Ik geef me over aan de golven, sluit mijn ogen en laat moeder natuur haar werk doen.

Zwart. Stilte. Leegte. Rust.

Niets anders dan een vage herinnering aan mijn persoon rest sinds dat moment.