Vuurvaste handen

Vuurvaste handen

Vuurvaste handen

De muziek van de band galmt nog na in mijn hoofd. Een zure nasmaak overheerst mijn mond. Ik open mijn ogen en kijk naar een muur wiens kleuren ik niet herken. Een zachte, warme arm ligt op mijn borst.

*

‘Brand je vingers nou niet aan haar,’ waarschuwde mijn vriend me, toen hij de volgende pint bier in mijn handen schoof.

‘Maak je geen zorgen,’ ik nam een slok. ‘Ik maak alleen een praatje. Misschien een dansje.’

‘Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.’

*

Ze kwam terug van buiten. Kleine, bijna onzichtbare haartjes stonden rechtovereind op haar armen. Een zweem van sigarettenlucht mengde zich met haar bloemige parfum en de geur van de zoete wijn die ze dronk.

De elektrische gitaren van de band werden verwisseld voor akoestische. Ik voelde hoe koud zij was toen ik mijn arm om haar heen sloeg. Haar hand vouwde zich om mijn heup.

*

Voorzichtig til ik haar arm op. Ze ontwaakt niet, gelukkig. Ik trek mijn kleren aan in de hal, en vloek als mijn sleutels luid rinkelend op de vloer vallen. Ik verdwijn zonder een woord.

*

'Ik heb geen vuurvaste handen,' is mijn excuus, voordat mijn vriendin in tranen vertrekt naar haar ouders.