Hersenspinsel

Hersenspinsel

Hersenspinsel

In haar hoofd had een spin een web gemaakt. Een web van zilveren draden waaraan de donkere gedachten kleefden als dauwdruppels op een mistige winterdag. De spin had van de kronkels in haar hersenen zijn thuis gemaakt. In de krochten voedde hij zich met de bromvliegen uit haar overpeinzingen en in de spelonken bewaarde hij de geraamtes van de muggen die zich tegoed hadden gedaan aan haar levensvuur.

 

Hoe langer de spin in haar hoofd woonde, hoe complexer zijn spinsels werden. Soms ging ze met de ragebol door haar gedachten en ontwarde ze de kluwen van haar gevoelswereld, maar hoe diep ze ook kroop, de spin kroop altijd dieper.

 

Niemand in haar omgeving zag de delicate draden van het spinnenweb. Ze zeiden dat de spin een voortbrengsel was van haar verbeelding – en toch zou ze zweren dat ze hem op zijn harige poten door haar dromen voelde sluipen.

 

Pas toen ze zichzelf ophing aan zijn vernauwende strengen besefte ze dat de spin al die tijd een hersenspinsel was.