Plofkapje

Plofkapje

Plofkapje

Als een herfstblaadje in de wind, dwarrelt de lege zak chips naar de grond. Annika laat haar tong langs de vingertoppen van haar rechterhand glijden. Met haar linkerhand slaat ze de deken terug.

  ‘Tante!’

Ze spitst haar oren. Het huis zwijgt in alle talen. Buiten in het bos tsjilpt een merel. Ze werkt zich omhoog, schuift haar kont naar achteren tegen de kussens en vult haar longen met lucht.

  ‘Tante! Tante!’

De deurklink in de gang piept en enkele tellen later stampt de pantoffel van haar tante op de onderste traptrede.

  ‘Ik kom eraan!’

Met een zucht laat ze zich terug in de kussen zakken. De spitse neus en grijze krullen van haar tante verschijnen voor haar ogen.

  ‘Wat is er, biggetje van me?’

  ‘Ik kan de afstandsbediening niet vinden, tante.’

  ‘Gut, nee toch.’

  ‘En de chips zijn op.’

  ‘Ik zal dadelijk een nieuwe zak halen.’

Annika toont een dankbare glimlach. Tante steekt haar armen uit, grijpt met beide handen haar linkerenkel en tilt deze op.

  ‘Nee, niet hier.’

  ‘Misschien onder mijn rechterbeen.’

Tante laat Annika's linkerenkel zakken en trekt haar rechterbeen omhoog. Voor zo’n lief en betrouwbaar, maar mager vrouwtje is ze beresterk, denkt Annika.

  ‘Ja, gevonden!’

Harige vingers trekken de afstandsbediening onder haar been vandaan en leggen deze in haar rechterhand. Plotseling duwt tante haar vinger diep in haar bovenbeen.

  ‘Auw! Waarom doet u dat, tante?!’

Tantes snorharen trillen en ze likt met haar tong langs haar lippen.

  ‘Ik ga de oven vast voorverwarmen. De hammetjes zijn klaar.’