Proeven

Liefde op het eerste gehoor

Proeven

Met het brood van zijn ontbijt nog half in zijn mond en zijn tas pas half over zijn schouder geslingerd, klapte hij zijn stok uit en sloeg de voordeur met een zachte bonk dicht. In zijn ene hand hield hij stevig het handvat van Joys harnas vast, terwijl zijn andere hand de taststok vasthield. De spanning gierde nu al door Eugene’s lijf en hij was niet eens echt onderweg. Wat was hij toch eigenlijk ook een idioot. Vlug slikte hij de rest van het brood door en begon toen weer te lopen.
‘We moeten naar de bushalte toe, Joy,’ zei hij tegen de golden retriever die trots deed wat haar baas haar opdroeg. De bushalte was niet al te ver weg en aangezien Eugene bijna elke dag met de bus ging, wist Joy ook precies waar de bushalte was. Daar was ze immers ook voor getraind. Eugene duwde het tuinhekje open en liep er samen met Joy door. Hij volgde zijn trouwe viervoeter en duwde zijn stok even in de hand waar hij ook de riem mee vast hield, zodat hij zijn telefoon kon pakken. Hij drukte op de homebutton zodat de spraakbediening activeerde. Aan de ene kant waren Touchscreen-telefoons echt heel erg handig, maar aan de andere kant miste hij de oude Nokia’s soms wel. Dan kon je tenminste voelen op welke knop je precies drukte.
‘Siri, hoe laat is het?’ vroeg hij met een ietwat bezorgde ondertoon aan zijn stembediening. Hij haatte het om te laat te komen voor het openbaar vervoer, want dat betekende dat hij eerst weer helemaal naar huis moest gaan om op te zoeken waar de volgende bus eigenlijk precies heen ging. Ondanks dat hij zijn leven lang al gebruik maakte van deze bussen, was het soms nog best verwarrend. Het leven als blinde is niet makkelijk en daarom wilde Eugene er zo graag iets aan doen. Hij wilde zien. Zien zoals hij vroeger deed. Hij miste het zintuig en wilde er alles aan doen om het zo snel mogelijk weer terug te krijgen.
‘Het is 10:24. Goeiemorgen,’ zei zijn telefoon met een soort mensachtige robotstem en Eugene stopte zijn telefoon weer weg om vervolgens nog iets sneller te gaan lopen en Joy daar ook toe aan te sporen. Hij ging de hoek om en liet zijn taststok weer over de grond gaan zodat hij niet tegen onverwachte obstakels aan zou botsen. Dat was immers heel vervelend en vooral als anderen het zagen. Ze geven hoe dan ook een ongewenste reactie door of te gaan lachen of om hulp aan te bieden. Dat had hij allemaal niet nodig.
‘Goedemorgen buurman,’ zei een zachte meisjesstem, waardoor Eugene opschrok uit zijn gedachten. Hij herkende haar stem meteen als die van Luna, zijn buurmeisje. Daarnaast was zij ook de enige die hem buurman noemde, wat ergens wel schattig was. Ze kon Eugene’s naam nog niet uitspreken.
‘Hey buurmeisje. Wat ga jij vandaag doen?’ vroeg hij vriendelijk en hij hoorde hoe Luna op haar fiets met de zijwieltjes achter hem aan fietste.
‘Mama en ik gaan vanmiddag een taart bakken met kersen. Kom je hem proeven?’ Haar stem klonk vrolijk en ze fietste per ongeluk tegen Eugene op. Eugene wreef over zijn pijnlijke kuit en gaf toen antwoord: ‘Misschien wel, maar ik moet nu even haasten naar de bus toe. Tot later, Luna!’ Hij begon weer sneller te lopen en hij hoorde Luna’s fietsje weer omdraaien.
Eenmaal bij de bushalte aangekomen, voelde hij de ribbels voor blinden op de grond met zijn stok. Die dingen waren vooral handig als hij Joy niet bij zich had. Nu begeleidde Joy hem echter gewoon naar de juiste plek en Eugene besloot dat het wel handig was als hij alvast zijn ov-chipkaart ging zoeken. Hij pakte dus zijn portemonnee uit zijn kontzak en zocht naar het vakje waar hij altijd zijn ov-chipkaart in deed. Hij haalde hem eruit en controleerde even of dit het echt was door te voelen of er iets van ribbels of iets dergelijks op zaten. Niets te voelen. Zijn ov-chipkaart dus, want die was helemaal glad. Daarna stopte hij zijn portemonnee weer terug in zijn zak en wachtte op de bus.

Eugene trok zijn capuchon verder over zijn hoofd heen. Het miezerde flink en daarnaast waaide de wind ook nog eens best wel hard. Oftewel het was rotweer en het verkleumde Eugene. Hij haatte kou. Hij stond als het goed was bij spoor 1 om daar de intercity naar Nijmegen te pakken. Hij moest een keer overstappen om bij Leiden uit te komen. Dat zou zijn eerste ziekenhuisbezoek worden. Natuurlijk had hij het ziekenhuis ook kunnen bellen of een mail kunnen sturen, maar volgens hem kwam het veel overtuigender over dat hij echt graag wilde zien, als hij er zelf eens heen ging. Want dat was uiteindelijk zijn doel: zien. Hij wilde niets liever dan weten hoe bomen er precies uit zagen of hoe een zonsondergang eruit zag. Natuurlijk had hij de eerste drie jaar van zijn leven wel kunnen zien, maar daar kon hij zich eigenlijk vrijwel niets van herinneren. Nee, Eugene zou alles er voor over hebben om zijn ogen weer normaal te kunnen gebruiken. Dus: op naar het LUMC! Dat was het plan. Hij hoorde hoe de trein voor hem stopte en probeerde een deur te vinden.
Hij stapte de trein in en volgde Joy naar een plek die nog niet bezet was. Daar ging hij zitten. Het was allemaal nog best wel goed geregeld zo. Hij vermaakte zich tot nu toe best. Hij besloot zijn oortjes in de doen en naar een luisterboek te luisteren die hij via YouTube opzocht. Hij had immers toch onbeperkte 4G. Uit zijn tas pakte hij een mandarijntje en begon die rustig op te eten. Hij smaakte een beetje zuur en had ook geen hele duidelijke mandarijnengeur. Dat was jammer, want Eugene hield van mandarijnen. Hij liet zijn ov-chipkaart aan de controleur zien die hem even had aangetikt en leunde tegen het raam om vervolgens weg te dommelen in een diepe slaap.

Nou. Daar stond hij dan. Hoe kon hij zo dom zijn om in slaap te vallen? Zijn mobiel was leeg, zijn eten en water waren op en het ergste was nog wel dat hij geen idee had waar hij was. Hij had nooit zijn luisterboek aan moeten zetten en al helemaal niet via YouTube. Hij had onbeperkt 4G, omdat een telefoon van levensbelang was voor een blinde, maar nu was hij leeg en Eugene was de powerbank ook nog eens vergeten. Voor Eugene was het einde nabij. Hij wist zeker dat hij hier en op dit moment zou gaan sterven. Hij wist niet eens in welke provincie hij was of hoe lang hij had gereisd. Meerdere mensen hadden gevraagd of ze hem konden helpen, maar Eugene was Eugene niet geweest als hij daar koppig nee op geantwoord had. Hij was niet zwak. Hij had geen hulp nodig. Van niemand niet. Ze moesten zich er gewoon niet mee bemoeien.
Horen