Hoofdstuk 1 (Eefje)

Minnaar in mineur

Hoofdstuk 1 (Eefje)

Ze hadden al een paar kledingwinkels zonder shopsucces bezocht. Niet dat Eefje van plan was om nieuwe kleding te gaan kopen. Bij de ingang van een dure kledingketen bleef ze drentelen voor de ingang.

‘Waarom blijf je daar zo staan?’ Rachel was al binnen en griste een kledingstuk uit het rek. ‘Ik weet zeker dat deze jou heel mooi zal staan.’ Ze hield een lange zwarte blouse in de lucht. ‘Staat echt mooi bij jouw blonde krullen.’

Eefje kwam dichterbij staan en keek op het prijskaartje. ‘Nou eh. Ik weet het niet hoor.’

‘Nee, die moet je zo passen. Ik weet zeker dat je dan niet meer twijfelt.’ Rachel stopte hem in haar arm en griste naar een broekpak voor zichzelf. ‘Dit is mijn lievelingswinkel en we gaan hier zeker slagen.’

Liever niet, dacht Eefje. Ten eerste stonden de prijskaartjes haar niet aan. Ten tweede vond ze de stofjes te truttig. Ze friemelde aan het kaartje van de blouse en schoof vervolgens wat met de kledinghangers in het rek. Zonder haar schoonzus was ze deze winkel nooit binnen gegaan.

Rachel was alweer een paar rekken verderop en had nu ook een blouse voor zichzelf gevonden. Ze hield een broek voor en riep naar haar.

Eefje ging naast haar staan en kreeg de broek in haar armen geduwd.

‘Deze zal je ook mooi staan. En hij is netjes, voor op je werk.’

‘Hm. Ik weet het niet hoor.’ Eefje hing de kledingstukken terug in het rek. ‘Rachel. Deze kledingstijl is gewoon mijn ding niet. Ik vind ze niet mooi en ik ga ze ook niet passen.’

‘Je loopt er altijd zo slonzig bij. Daar moet je toch eens aan werken hoor. Je hebt nette sollicitatiekleding nodig.’

‘Ik heb niets nodig. En mijn jurkjes zijn best netjes.’

‘Het zijn Primark jurkjes. Dat zegt genoeg.’

Eefje schudde haar hoofd. ‘Er is helemaal niets mis met mijn kleding.’ Of met mij. ‘En het gaat heel goed op mijn werk. Ik heb zelfs een paar vaste tafels gekregen.’

Rachels zweeg en haar aandacht ging weer naar kleding uitzoeken.

 ‘Je weet toch dat ik weer werk heb?’

‘Voor hoe lang is het deze keer Eefje? En wil je je hele leven tafels bedienen?’

‘Ik heb gewoon pech gehad bij mijn vorige baantjes. Maar deze keer gaat het me lukken. Waarom moet ik het van jullie toch altijd hogerop zoeken? Ik ben niet zoals jullie.’

Rachel draaide zich om. ‘Zeg dat nou niet. We willen alleen. Nu ben je vijfentwintig.  Je bent nog zo jong. Je kan nog alle kanten op. Maar dan moet je dat wel nu beslissen. Laat ons je helpen en meebetalen aan een studie.’

‘Ik vind het echt heel lief van jullie, maar school en studeren is niets voor mij. Dat weten jullie. Ik wil gewoon een simpel baantje en leuke dingen daarnaast doen. En dat doe ik nu ook. Alles is nu goed voor mij.’

Rachel zuchtte. ‘Dat is mooi. Sorry. Ik zal er niet meer over beginnen. Wat ga je vanavond met je vriendinnen doen?’

‘Kim heeft concertkaartjes geregeld. We gaan naar Paradiso.’

‘Daar ben ik nog nooit geweest. Is het een leuke plek?’

‘Ik weet het niet. Kim komt er altijd graag, maar dit is de eerste keer dat Charlotte en ik meegaan.’

‘Klinkt in ieder geval goed.’

‘Ach. Je weet dat ik een hekel heb aan harde muziek. Maar met de meiden is het altijd gezellig. Waar we ook naar toe gaan. Wat gaan jullie vanavond doen?’

‘Hm. Weet nog niet. Ik ben de laatste tijd zo snel moe. Ik denk dat we een avondje gaan Netflixen. Ik wil even deze kleding even passen. Zullen we na deze winkel ergens een kop koffie en een stuk taart nemen? Ik trakteer!’

‘Goed plan!’ Eefje kon niet wachten om de winkel te verlaten en liet zich op de fauteuil die bij de paskamers stond ploffen. ‘Schiet maar op met passen!’

Hoofdstuk 2 (Jay)