Oceaanwees

Oceaanwees #MicroBoot

Oceaanwees

Ik ben niet voor dit land geboren. Het zwerk dat ik vanuit mijn ouderlijk huis —dat onbeweeglijke landschip— aanschouw, kan me niet bekoren. Mijn openluchtgevangenis oogt kleurloos; ik mis het hemelse blauw. Dit vlakke land heeft te weinig dagen van azuur.

Het coloriet van mijn persoonlijkheid komt niet tot zijn recht in dit grauwe klimaat. Ik woon tussen grijze muizen, angsthazen en schijtlijsters die de lokale fauna in groten getale bevolken. Ik val op als ik me tussen de kuddedieren in de weide begeef. Ik ben als een palmboom in een rij knoestige wilgen langs een kabbelend beekje, smachtend naar een weidse zee en zonovergoten kusten. Ik vloek met het landschap. Mijn gebrek aan camouflagekleuren maakt van mij een gemakkelijk doelwit. Ik wil vluchten, maar ik zit vast in de klei.

‘Wee hen die mij krenken!’ vervloek ik zij die mij belagen, ‘Als in de jaarringen van een boom staan hun beschimpingen in mijn ziel gegrift. Ik ontgroei, maar ik vergeet niet; elke tak is een stok die zich het leed zal herinneren, de slagen van de botte bijl, het kerven van het mes. Wacht maar tot ik groot ben, en de wind mijn haatdicht draagt. Mijn stam zal niet meer buigen; ik word een mast voor boude zeilen.’

Ik ben niet voor het land geboren. Ik ben een oceaanwees op zoek naar de boot waar ik als kind uit ben gevallen. Ooit keer ik terug naar het water.