Celloni's Thermopylae

Celloni's Thermopylae #SweekStars2018kort

Celloni's Thermopylae

Als het zo’n makkelijk klusje is, waarom is Deloitte er zelf dan niet bij?’ Het hoge stemmetje van Aziz echode door de lange hal. Geïrriteerd liet John de hamer zakken en keek zijn partner in crime door de veiligheidsglazen aan.
‘Alles is gecontroleerd. Twee keer gecontroleerd. Verdomme, ik weet bijna zeker dat alles drie keer is gecontroleerd. Als er enige kans was dat hij ons vanavond zou kunnen helpen dan was hij hier al geweest.’
Met een enorm gekraak sloeg hij met een koevoet een gat in de muur van de lange hal. Het waren spaanplaat muren en hij moest flink hard slaan vergeleken met de gewoonlijke gipsplaten. De houtsplinters vlogen alle kanten op en soms kwam er een balk tevoorschijn. Vervolgens schoof hij tien centimeter op en begon van voor af aan.
Aziz keek zenuwachtig uit het raam. Hij draaide zich om en keek John recht aan.
‘Als er iemand naar binnen loopt en ons betrapt zijn we de sigaar. In het beste geval zitten we diep in de problemen, in het ergste geval worden we voor concurrentie aangezien en leggen we het loodje. Je weet dat dit pand strenger bewaakt wordt dan de Nationale bank?’
John liet weer zijn gereedschap zakken en deed zijn veiligheidsbril omhoog.
‘Aziz. Luister. Jouw taak was de boel in de gaten houden en mij op tijd waarschuwen als er iemand de straat in kwam. Nee, Deloitte komt vandaag niet. Dat weet ik zeker. Hebben we hem nodig? Nee. Dat weet ik ook zeker. Ga nu naar je plek en doe waarvoor je meegekomen bent.’
Aziz knikte en liep gedwee terug naar het raam.
John liep een halve meter verder de hal in, liet zijn bril weer zakken en zette de koevoet in het spaanplaat. Na drie forse beuken ging het ijzer door het zachte hout heen. Met de ronde haak aan de achterkant trok hij flinke stukken uit de muur. Vervolgens haalde hij hele plukken isolatieschuim tevoorschijn en gooide die geïrriteerd op de vloer..
‘Verdomme, weer niets.’
Nadat hij de hamer en de koevoet op de grond tegen de muur had gezet tilde hij een groot schilderij van de muur. Het was een behoorlijk gewelddadige afbeelding van de strijd der Spartanen bij Thermopylae.
‘Bizar man, kijk die kerel met die bijl,’ klonk Aziz hoge stemmetje achter John.
Die draaide zich om en keek zijn partner aan die achter hem tegen de muur geleund stond. Zijn schouders zakten moedeloos naar beneden.
‘De straat?’
Aziz haastte zich terug naar het raam.
‘Natuurlijk. Sorry man.’

John pakte de koevoet weer op en zette hem net onder de plek waar de afbeelding van de ultieme ongelijke strijd even daarvoor gehangen had. Hij bewoog de hamer ver naar achteren toen Aziz opeens riep:
‘Ssstt, drie mannen stappen uit een Mercedes.’
John liet het gereedschap direct zakken en liep naar het raam. Er stonden inderdaad drie man bij een zilvergrijze 280 SL. Goedkope pakken, goedkope kapsels, een bult onder hun oksel.
‘Politie.’ Fluisterde John. ‘Waar gaan ze heen?’
Aziz ogen schoten van links naar rechts.
‘Politie? Politie? Ik zei het toch? We hadden hier nooit aan moeten beginnen zonder Deloitte. Nooit. Nu zitten we straks zo diep in de problemen, man, dat wil je niet weten. Wat kunnen we nog doen?’
John gaf Aziz met zijn vlakke hand een klap op zijn achterhoofd.
‘Wat we kunnen doen? Waar we voor kwamen Aziz. We zoeken het hele huis door tot we gevonden hebben wat we zoeken.’
Aziz jammerde door.
‘Als Deloitte zo zeker wist dat hier Celloni’s geld verstopt is, waarom is hij er dan zelf niet bij? Vertel me dat maar eens. Eén uur van tevoren belt hij af.’
‘Je kent Deloitte, hij is altijd met tien dingen tegelijk bezig, met name het veilig houden van zijn vertrouwelingen. Als we hier vinden wat we zoeken hoef je je over geld geen zorgen meer te maken.’
John nam een stapje terug om zo in de schaduw te blijven en trok zijn collega mee naar achteren.


Het drietal beneden stak de straat over en liep een appartementencomplex boven een kleine kapperszaak binnen.
John stond ondertussen voor de verkleurde rechthoek op het behang die het wegnemen van de Spartaans Perzische veldslag veroorzaakt had. Hij zette de koevoet op het hout en sloeg er met de hamer op. De punt zakte in het hout. Met de tweede slag ging hij er doorheen. Toen draaide hij de koevoet om en brak een flink stuk hout uit de muur. Met zijn vingers plukte hij het isolatiemateriaal er uit en…. weer niets.
Aziz keek even langs het gordijn en toen richting John.
‘Misschien was de informatie ook niet helemaal goed. Deloitte is ook maar een mens. Wie weet zitten we in het verkeerde huis.Ik zie geen familiekiekjes van Celloni staan, jij wel? Wie weet heeft Celloni zijn geld gewoon op de bank staan.’
John zette de koevoet weer op de muur, centimeters verder. Een diepe zucht ontsnapte zijn mond.
‘Geloof me, dit is het juiste adres. Ga je nu ophouden met zeuren?
Deloitte heeft altijd goede informatie gegeven. We hebben geen reden om nu te gaan twijfelen. We hebben sowieso nog vijftien minuten. Dan moeten we weg zijn.’
Hij gaf een flinke dreun op de achterkant van de koevoet die in één keer door het hout schoot. Omdraaien, stuk wegtrekken, isolatiemateriaal weg en… weer niets.
Op dat moment ging de telefoon. John haalde het toestel uit zijn broekzak.
‘John.’
Stilte.
‘Nee inspecteur. Dat was zeker niet het geval.’
Stilte.
‘Maurice en St. Michael hebben de zaak afgerond.’
Stilte.
‘Prima inspecteur. Morgenochtend regel ik persoonlijk dat u al het papierwerk op uw bureau hebt.
Stilte.
‘Fijne avond inspecteur.’

Aziz keek met grote ogen naar John. Hij had zijn handen onbegrijpend opgeheven.
‘Zie je, dat was gewoon controle. Waarom heb je je telefoon eigenlijk bij je?’
John slaakte een diepe zucht. Toen zette hij de koevoet op het hout en gaf de hardste klap tot nu toe. De punt zakte gelijk door het hout en hij trok hem hard terug. Toen trok hij met de haak een hele hoek uit de muur.
‘Kijk, daar hebben we wat.’
Hij gooide de hamer en de koevoet op de Chesterfield in de woonkamer en trok wat isolatiemateriaal uit de muur. Aziz was inmiddels ook bij het gat aangekomen en trok een stuk hout weg.
‘Wat zie je John? Zie je het geld? Is dit ons pensioen? Onze beloning voor al die avonden, met gevaar voor eigen leven op de straat rondhangen?’
‘Dat,’ zei John terwijl hij een flink stuk plastic uit de muur trok, ‘dat hoop ik wel, waarde collega.’
Met het laatste stuk plastic trok hij iets met een harde bonk tegen het hout.
‘Haal het er uit, haal het er uit.’ Aziz stond achter hem te springen van ongeduld.
John scheurde het plastic open en stapte vervolgens geschrokken achteruit.
‘What de fuck?’
Hij liep tegen het lage tafeltje aan en viel achterover op het hoogpolige tapijt.
Aziz keek met grote ogen naar het tafereel en riep:
‘Wat is er, wat is er dan? Zeg dan wat!’
Nadat hij ook een blik door het gat geworpen had volgde een bijna identieke reactie als die van zijn collega even daarvoor. Hij stapte achteruit en struikelde over John die nog half over het tafeltje lag.

Even later stonden ze naast elkaar naar het gat in de muur te kijken, zonder een woord te zeggen. Vanuit het gat keek iemand die al geruime tijd overleden was met aanzienlijk minder interesse terug.
‘We zijn fucked. Yep, dat was het Johnny, we zijn fucked.’
Aziz pakte zijn jas en zijn tas en liep naar de deur.
‘We zijn weg hier Johnny, en we gaan heel hard hopen dat niemand het ooit in zijn hoofd haalt om jouw telefoontjes van deze avond te traceren.’
Zijn hand wilde deurkruk pakken maar op het moment dat hij hem beet had klonk een scherpe klik van het slot. Als in slowmotion zwaaide de deur open tot hij de muur raakte en daar tot stilstand kwam.

Daarna ging alles razendsnel. Twee bodyguards van Antonio Celloni stapten naar binnen en hadden zo snel een vuurwapen in hun handen dat John en Aziz alleen maar hun handen in de lucht konden steken. Toen ze even later gebonden tegen de muur met gaten stonden, kwam er een derde bodygard binnenlopen, gevolgd door meneer Celloni zelf. Deze keek op zijn minst gezegd not amused naar de twee heren in zijn gang.
‘Ik hoop maar dat mijn ‘Gevecht bij Thermopylae’ onbeschadigd in mijn woonkamer staat en als ik jullie was zou ik dat ook heel erg hard hopen.’
Aziz die stotterde als hij erg nerveus was zij:
‘J Ja m m m meneer C C C elloni. Hij s s staat in de woonk k kamer.’
Eén van de bodyguards gaf hem een flinke klap met zijn pistool.
‘Je loopt meneer Celloni toch niet in de maling te nemen he?
Aziz schudde zijn hoofd.
‘Ik kan jullie alvast vertellen wat we het komende uur gaan doen.’ zei Celloni. ‘Eerst gaan we uitvinden wat jullie aan het doen waren hier. Vervolgens gaan we uitvinden hoe jullie aan de informatie gekomen zijn waardoor jullie aan het doen waren wat jullie aan het doen waren. Als laatste gaan we er voor zorgen dat de laatste rustplaats van meneer Ling Hu weer in ere hersteld word en, verrassing: we geven hem wat gezelschap voor de komende jaren.’
Aziz piepte: ‘Nee, nee, nee.’
Eén van de bodyguards vond het grappig om met dezelfde stem te roepen: ‘Ja, ja, ja.’
Celloni hoorde dat niet of reageerde daar niet op en wees naar de woonkamer.
‘Kom, ga even op de bank zitten. Dan hebben we een beetje de ruimte.’
Voordat John en Aziz het in de gaten hadden werden ze hardhandig de gang door geduwd. De stille getuige genaamd Ling Hu keek met weinig interesse door het gerafelde gat in de muur naar het spektakel.

De drie donkere gedaantes die voorzichtig door de openstaande voordeur naar binnen gluurden had echter niemand in de gaten. Ze hadden dagen geobserveerd vanaf de post aan de overkant van de straat. Terwijl John en Aziz hardhandig op de roodbruine Chesterfield geduwd werden, sloop het drietal muisstil richting de woonkamer, hun wapens getrokken en op scherp.
Aziz was de eerste die de drie zag lopen. Zijn ogen werden groot en de brute bodyguards van Celloni draaiden zich bijna tegelijkertijd om.
‘Iedereen op de vloer, iedereen op de vloer!’ klonk hard door de woonkamer, maar de langste van de bodyguards wilde zijn geluk beproeven en greep naar zijn vuurwapen. Een doffe knal weerklonk en hij keek verbaast naar de bloedvlek op zijn schouder.
‘Iedereen op de vloer, voor de laatste keer.’
Celloni en zijn manschappen begrepen de overmacht en lieten hun wapens zakken. Binnen een paar seconden werd iedereen op zijn buik gerold en geboeid. Pas toen stopten de mannen van het taskforce hun wapens weg. Eén van de agenten pakte zijn telefoon en zei:
‘Alles veilig, kom maar binnen meneer.’

Een man in een modieus pak met bijpassende hoed liep naar binnen alsof hij een museum binnen slenterde.
‘Laat die twee op de bank maar los jongens, dat zijn undercoveragenten van mij. Mijn boys.
De langste agent die ook had geschoten zei alleen:
‘Natuurlijk, meneer Deloitte’ en sneed de tie-wrap’s die John en Aziz vasthielden door.
De man die Deloitte genoemd werd liep door de gang en keek even naar het schilderij op de vloer.
‘Nu, tempo mannen, breng dit stelletje criminelen naar het bureau, ik heb niet de hele avond. John? Aziz? Kunnen jullie het pand veilig stellen als wij weg zijn?’ John antwoordde.
‘Uiteraard meneer. Zo veilig als het maar kan. En hij?’
John wees naar de oude Ling Hu in de muur. Deloitte lachtte.
‘Die heeft geen haast meer. Ik meld hem over een paar uur wel, dan hebben jullie nog even tijd om, eh, het pand veilig te stellen.’
Aziz stond gniffelend achter hen met de koevoet alweer in zijn handen.
‘Veilig stellen, daar zijn we meesters in baas.’
Deloitte keek hem even aan en liep toen het pand weer uit, met dezelfde tred als waarmee hij binnen was gekomen.




Einde